Bulgaarse voltreffers blijven uit

Een dag voor zijn partij tegen Vladimir Kramnik had Veselin Topalov een riante voorsprong kunnen nemen op zijn naaste achtervolgers. Maar de Bulgaar vergiste zich.

Veselin Topalov

Aanvankelijk leek het of de Bulgaarse televisie mooi op tijd in Wijk aan Zee was neergestreken om verslag te doen van de ontknoping van het Corus schaaktoernooi. Een blik op de borden na een uur of drie spelen in de elfde ronde leerde dat Veselin Topalov hard op weg was om de spanning uit het slotweekend weg te nemen. Terwijl de concurrentie zat te zwoegen, stond de Bulgaarse koploper zeer riant in zijn partij tegen Peter Svidler. Of eigenlijk totaal gewonnen, zoals de computers in de perskamer ondubbelzinnig aantoonden.

Verwachtingsvol keek de cameraploeg samen met Topalovs manager Danailov naar de monitoren waarop de partijen te volgen zijn. Zij wisten hoe hij verder moest gaan en hoopten deze voltreffers op het scherm te zien verschijnen. Maar die kwamen niet. Topalov, normaal een toonbeeld van concentratie en koelbloedigheid, vergiste zich in zijn berekeningen. Hij wikkelde af naar een eindspel dat hem eenvoudig gewonnen leek, om tot zijn schrik te ontdekken dat Svidler een verdediging had die de kansen volledig om liet slaan. Ineens stond Topalov met zijn rug tegen de muur en hoewel hij nog probeerde te redden wat er te redden viel moest hij zich na vijf uur spelen gewonnen geven.

Zwaar aangeslagen verliet hij zo snel als het kon samen met Danailov en zijn secondant Cheparinov De Moriaan, zijn handen ten hemel heffend en varianten ratelend waarmee hij zijn ellende had kunnen voorkomen. Een dag voor zijn veelbesproken partij tegen Vladimir Kramnik had hij een voorsprong van anderhalf punt kunnen nemen, in plaats van het halfje dat hij nu voorstaat op zijn naaste achtervolgers.

Ondertussen probeerde Svidler de zaken niet mooier voor te stellen dan ze waren. Grif gaf hij toe dat het een klein wonder was dat hij niet was weggevaagd. Maar hij keek ook tevreden naar de stand waarin hij ineens oprukte naar de tweede plaats. En dacht aan het plezier dat hij met deze overwinning ongetwijfeld zijn goede vriend Kramnik deed.

Kramnik profiteerde maar ten dele van Topalovs miserie. Tegen Teimour Radjabov bleef hij op remise steken en dat was een knappe prestatie van de jonge Azeri. Vooraf was er druk gespeculeerd of Radjabov zijn geliefde Konings-Indische verdediging ook tegen Kramnik zou durven spelen. Twee keer had hij met deze messcherpe opening toegeslagen, maar er werd getwijfeld of zijn bravoure op zou kunnen tegen het strategische meesterschap van de wereldkampioen. Inderdaad koos Kramnik voor een positionele aanpak. Er waren momenten dat Radjabovs stelling lichtjes kraakte, maar doortastend en creatief spelend hield hij de partij in evenwicht. Ook in de analyse na afloop diende hij Kramnik met zelfverzekerde gebaren en steekhoudende suggesties van repliek. De vraag of het Konings-Indisch nog steeds springlevend is, beantwoordde hij daarna met opgetrokken wenkbrauwen. „Het bericht dat die opening ziek zou zijn heeft mij nooit bereikt.”

Kramnik erkende dat hij graag had gewonnen, maar dan voor zichzelf en niet omdat hij Topalov probeert bij te benen. Met mooie ironie verzuchtte hij: „Ach ja, ik ben wel de eerste die hier met wit remise heeft weten te maken tegen het Konings-Indisch.” De laatste twee ronden gaat Kramnik in met een punt achterstand op Topalov, net als Vishy Anand, die ineens ook weer een beetje mag hopen.

Radjabov en Svidler delen de tweede plaats met Levon Aronian. De Armeniër versloeg Sergey Karjakin, die in een ongemakkelijke stand met een blunder een vernietigend offensief over zich afriep. Aronian was tevreden over zijn spel, maar wilde liever niet nadenken of hij nu kans maakt om het toernooi te winnen. „Zo’n toernooi van dertien ronden is net als een lange vliegreis. Je kunt maar het best van partij naar partij leven. Als je tijdens een lange vliegreis steeds op je horloge kijkt wordt hij nog veel langer.’