Belfast, openluchtmusem van onverwerkt leed

Sinn Féin-leider Gerry Adams wil de Noord-Ierse politie erkennen, om aan de regering te kunnen deelnemen. Maar voor veel katholieken zijn de wonden nog te vers. Morgen beslissen de leden van Sinn Féin.

Muurschilderingen langs Falls Road in het katholieke westen van Belfast. Archieffoto uit 2003, Reuters A woman walks past an Irish Republican mural challenging the policing issue in Northern Ireland on the Falls Road in west Belfast in this April 28, 2003 file photo. Despite the repeated failure of Northern Ireland's politicians to agree on how the province should be governed, the local signs of normalisation are everywhere apparent with policemen increasingly patrolling on bike and on foot and community groups working to tone down provocative displays of allegiance to paramilitary groups. To match feature IRISH COMMUNITY REUTERS/Paul McErlane/Files (NORTHERN IRELAND) REUTERS

Belfast, 27 jan. - Het is bijna onmogelijk in het katholieke westen van Belfast om de pijnlijke herinneringen aan botsingen met de Noord-Ierse politie uit de weg te gaan. Op iedere straathoek langs Falls Road, het hart van de wijk, knalt het traumatische verleden je in het gezicht. Hier een plaquette die de plaats markeert waar een bewoner door de politie is doodgeschoten, daar een dramatische muurschildering van heldhaftige republikeinse strijders. Aan lantaarnpalen tussen huisjes van rode baksteen bungelen nog groezelige vlaggen, waarmee vorig jaar de grote hongerstaking van 1981 werd herdacht. Het lijkt op een openluchtmuseum van mensen die het eigen leed maar niet kunnen verwerken.

Dominic Adams (41), die werkt voor een organisatie die duizenden katholieke ex-gevangenen begeleidt, wijst de suggestie dat al die monumenten en gedenkplaten een verzoening met de protestanten onnodig compliceren, geprikkeld van de hand. „Het waren wel míjn familieleden, vrienden en kameraden die toen om het leven kwamen”, aldus Adams, geen directe familie van Sinn Féin-leider Gerry Adams. Dominic heeft zelf zeven jaar in de cel gezeten nadat er vuurwapens en explosieven bij hem waren aangetroffen.

„Elke familie hier heeft geleden onder het optreden van de Noord-Ierse politie”, constateert Joan McManus, een dame met grijs haar die buiten haar huis met een buurvouw een sigaretje rookt.

Tot wanhoop van veel katholieken wil Sinn Féin-leider Gerry Adams nu echter formeel het gezag van de Noord-Ierse politie erkennen. Morgen bespreken de leden van Sinn Féin, dat streeft naar de hereniging van Noord-Ierland met de rest van het land, de kwestie op een partijcongres in Dublin. Als Adams’ voorstel het haalt, is de weg vrij voor een grote coalitie met de radicale protestanten van dominee Ian Paisley. Adams betoogt dat het de enige manier is aan de schaduwen van het verleden te ontsnappen. Als Sinn Féin zelf in de regionale regering zit, zijn nieuwe excessen van de politie onmogelijk zijn, betoogt hij.

Op het eerste gezicht lijkt het voorstel van Adams nogal een open deur. Aanvaarden burgers in elke beschaafd land niet het gezag van de politie als iets vanzelfsprekends? Maar Noord-Ierland is nog bezig zich te ontworstelen aan een periode waarin zulke dingen helemaal niet vanzelfsprekend waren. Vrijwel alle katholieken beschouwden de politie niet als een neutrale instantie, maar als een kwaadaardig verlengstuk van de protestantse vijand.

In sommige katholieke wijken en gebieden had de politie ook weinig meer in te brengen. Daar heersten strijders van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA) met harde hand. Neem de katholieke enclave Short Strand in het oosten van de stad. Het wijkbureau van de politie daar ziet er uit als een bunker. De agenten waagden zich de laatste jaren maar zelden buiten om de orde te handhaven. Ongure types van de IRA hadden er vrij spel.

„De politie doet gewoon zijn werk niet”, klaagt een oude man, die in een pub een groot glas Guinness naar binnen werkt. „Ik denk dat Adams helemaal op de verkeerde weg zit. Mijn zwager is dertig jaar geleden doodgeschoten. De politie heeft nooit de moeite genomen de dader op te sporen.”

Het wantrouwen van veel katholieken tegen de politie werd juist deze week opnieuw gevoed door een vernietigend rapport van Nuola O’Loan, ombudsvrouw voor politiezaken. Zij concludeerde dat de Noord-Ierse politie en de Britse inlichtingendienst in de jaren ’90 in een noordelijke wijk van Belfast, een militante protestant als informant gebruikten, die met hun medeweten tien tot vijftien katholieken liquideerde. De man, Mark Haddock, ging vrijuit en bewijsmateriaal tegen hem werd vernietigd. Pas in 2003 belandde hij alsnog in de gevangenis wegens mishandeling van een portier.

Veel katholieken zagen hierin een bevestiging dat de Noord-Ierse politie nooit onpartijdig was en systematisch samenspande met de protestanten tegen de katholieken. „Je kunt de politie gewoon niet vertrouwen”, zegt Steve McCann, monteur in een garage. „Die zaak met Haddock bewijst dat nog eens ten overvloede.”

De wonden zijn bij velen nog te vers om de drastische stap te zetten die Gerry Adams nu bepleit. Zo’n pijnlijke herinnering is een lijst van negen vermisten, die in de St Paul’s kerk aan Falls Road hangt. Nooit is opgehelderd wat er met deze mensen, die tussen 1972 en 1985 ‘weg’ raakten, is gebeurd. „Beschikt u over informatie die voor de families kan leiden tot afsluiting van de zaak”? vraagt het epistel aan bezoekers van de kerk.

Toch staat Adams, bekend als een realist met een goed ontwikkeld strategisch inzicht, bepaald niet alleen. „Ik sta voor 100 procent achter hem”, zegt naamgenoot Dominic Adams. „We moeten zorgen dat het optreden van de politie verbetert.”

Ook een onpartijdige waarnemer, de politicoloog Sydney Elliott van Queens University, denkt dat Gerry Adams zijn zin zal krijgen. „Zijn tegenstanders hebben geen geloofwaardig alternatief. Dit is echt de enige weg vooruit.”

    • Floris van Straaten