Auditieleedvermaak-tv: zes wannabe Lama’s naar Carré

Hoe is het om mee te doen aan ‘Lama Gezocht’? Ellen de Bruin sprak met aspirant-Lama Remco Koffijberg, nog steeds kandidaat

De jury van ‘Lama Gezocht’ Foto Eric Keyzer De jury: Justus van Oel, Arjen Lubach, Ellemijn Veldhuijzen van Zanten en Alexander Nijeboer. Foto Eric Keyzer Lamagezocht De Jury Foto: Eric Keyzer Keyzer, Eric

Je begint met vijf Lama’s. Er gaan er twee weg. Als je een advertentie zet, melden zich meer dan 6.500 mensen aan om hun plek in te nemen. Wat doe je?

Nogal logisch: je doet wat BNN deed. Je maakt een tv-programma van de Lamaselectieprocedure – een kruising tussen de improvisatiecomedyshow De Lama’s en de populaire auditieleedvermaak-tv van Idols. Dubbel lachen! Althans voor de kijkers. Voor de wannabe-Lama’s is de hele procedure vooral superspannend en zenuwslopend, zegt Remco Koffijberg. Zijn auditie was gisteravond op tv, en hij is door: hij zit nu bij de laatste zestien.

De meeste aspirantlama’s hadden al wel podiumervaring. Koffijberg is onderwijskundige, maar heeft ook opleidingen improvisatietoneel, fysiek toneel, clownerie en dans gevolgd in onder meer Chicago, New York, Londen, Denemarken en op Ibiza, hij heeft in Nederland bij een aantal theatersportclubs gespeeld en geeft lessen theatersport in Amsterdam. Verder bedenkt hij met zijn bureau Afdeling Trainingen (inderdaad) trainingen in het bedrijfsleven, waarbij hij ook gebruik maakt van theater. „Het is niet zo dat ik nou per se heel graag Lama wil worden”, vertelt hij. „Ik wilde vooral graag in een uitverkocht Carré optreden. Want voordat ik die kans weer krijg, dat duurt nog wel even.”

De Lama-audities verlopen in fasen. Van de 6.500 mensen die zich hadden aangemeld, durfden er 1.200 te komen. Die werden eerst, verdeeld over twee weekenden, in een hotel bij Schiphol-Oost uitgenodigd. Dat werd voor de meesten dus uren wachten, voordat ze in groepjes van vier op bevel grappig moesten doen: slagzinnen verzinnen voor het Nederlands elftal, alternatieve gebruiksmogelijkheden bedenken voor een verfroller, de laatste minuut uit het leven van een sadomasochist uitbeelden – the usual Lamahumor.

„Maar het moeilijke was dat het zonder opwarming moest, en de eerste keer voor een camera, zonder publiek”, vertelt Koffijberg. „Op internet staan alle auditiefilmpjes, dan kun je zien hoe lastig het is om zomaar iets te verzinnen. En alles eromheen werd ook continu gefilmd, ze stonden bij de wc’s met camera’s: doe eens grappig. Daar zijn ze op een gegeven moment trouwens wel mee opgehouden, want ze hebben natuurlijk wel van iedereen beeldmateriaal nodig, maar dit leverde volgens mij niet zoveel op.”

Verder werden de kandidaten afzonderlijk geïnterviewd over bijvoorbeeld hun hobbies, hoe grappig ze zichzelf vonden en hoe ze ertoe waren gekomen om zich op te geven. „Ik ben er niet goed in om grappige antwoorden te geven op dat soort vragen”, zegt Koffijberg, „maar ik geloof er ook niet zo in dat een goede improvisator de hele dag door grappig moet zijn. Improvisatie is een podiumkunst, tijdens een optreden raak je in een bepaalde flow met je medespelers en het publiek. Je wordt dan heel alert, je weet precies wat je moet doen.” Maar bij de Lama’s gaat het sowieso meer om individueel scoren dan om samenspel, zegt hij. „De Lama-filosofie is: als ze lachen is het leuk. Het is heel erg kort, heel erg sprintjes trekken. Veel improvisatieacteurs kijken neer op de Lama’s, omdat het alleen maar allemaal grapjes achter elkaar zijn. Met improvisatie op het toneel kun je ook andere dingen doen: verhalen vertellen, je publiek ontroeren. Maar de Lama’s hebben voor deze vorm gekozen. En ik vind het zelf heel knap dat ze improvisatie op tv succesvol hebben gemaakt.”

Na de twee weekenden op Schiphol werden de 47 talentvolste mogelijke Lama’s in een bus naar Orvelte gereden. „Daar kregen we te horen: jullie hebben straks allemaal één minuut om in je eentje de jury aan het lachen te maken, bedenk maar vast wat je gaat doen. Dus ik bedacht dat ik niets ging bedenken, maar dat ik zou improviseren.” Gelukkig moest de jury lachen om zijn spontane roltraploze roltrapact, dus hij mocht blijven. „Ik had dus die hele dag maar één minuut iets gedaan”, vertelt hij, „maar ik was helemaal kapot. En de meeste mensen moesten na die ene minuut meteen weer naar huis. Het voelt ook iedere keer niet of je verder bent – je bent gewoon nog niet afgevallen.”

Nu wacht Carré. Misschien. Want er zijn nog zestien aspirant-Lama’s over en er mogen er maar zes naar Carré. En als het nou niet lukt? „Ja, dan moet ik iets anders verzinnen om dit jaar nog in een uitverkocht Carré te staan. Want het blijft een van mijn goede voornemens.”

    • Ellen de Bruin