‘Ahmadinejad is een van ons’

In Iran is er tegenwoordig veel kritiek op president Ahmadinejad, met name om zijn economische beleid. Maar onder de ‘derde klasse’, de arbeiders, geniet hij nog wel steun. Hij is tenminste ‘een van ons’, geen lid van de machtselite.

De Iraanse president Ahmadinejad, afgelopen weekeinde, bij het indienen van zijn begroting in het Iraanse parlement. Foto, AP Iranian President Mahmoud Ahmadinejad, left, delivers his budget bill to the parliament speaker Gholamali Haddadadel, in Tehran, Iran, Sunday, Jan. 21, 2007. Ahmadinejad on Sunday defended his economic policies from sharp recent domestic criticism and said U.N. Security Council sanctions imposed in December would never deter the country from pursuing its nuclear program. (AP Photo/Vahid Salemi) Associated Press

Auto’s pruttelen over de rotonde van het Imam Hussein-plein in het centrum van Khomeinyshar, een doorsnee stadje in de Iraanse provincie Isfahan. Op een hoek zitten vier oude mannetjes te wachten tot iemand ze inhuurt voor wat klusjes. „Alles is duur geworden in Iran”, zegt Yadollah Safari (65) . De anderen knikken. Maar volgens hen ligt dat niet aan de regering van president Ahmadinejad. „Als hij er eerder was geweest”, zegt Safari, „hadden we het nu beter gehad.”

De 120.000 inwoners van Khomeinyshar zijn mensen uit ‘de derde klasse’, zoals ze zelf zeggen. Ze zijn arbeiders voor wie een stijging van de broodprijs met een paar eurocent al een verschil maakt. Maandlonen liggen hier rond de 150 euro per maand. Anderhalf jaar geleden maakten ze vrijwel allemaal deel uit van de 17 miljoen Iraniërs die voor de neoconservatieve outsider Ahmadinejad stemden. Hij won uiteindelijk de presidentsverkiezingen van favoriet Akbar Hashemi Rafsanjani.

Deze pragmatische geestelijke hervormde de economie tijdens twee presidentschappen in de jaren negentig waardoor vrijwel alle lucratieve handel en industrie in handen van een kleine elite kwam. De presidentsrace van 2005 was er dan ook een van arm tegen rijk. In Khomeinyshar is men dat niet vergeten. „Als het systeem hem zou steunen kon Ahmadinejad zijn plannen wel uitvoeren”, zegt Karim Parishami (68). „Maar ze maken het hem moeilijk.”

De vertegenwoordigers van dat systeem, zoals de machtselite wel wordt genoemd, wonen 400 kilometer verderop in de hoofdstad Teheran. Daar werd de fractie van Ahmadinejad in december zwaar afgestraft in de gemeenteraadsverkiezingen. Vervolgens brak er een storm van kritiek los over het economische beleid van de president en zijn regering. Zelfs zijn voormalige politieke medestanders vallen hem aan over de hoge prijzen in het land.

Volgens de conservatieve krant Kayhan „doen de prijsstijgingen de hard werkende mensen pijn”. Een groep parlementariërs uit Ahmadinejads achterban vormde deze week een nieuwe fractie, de ‘creatieve conservatieven’, toen hun oude fractieleider weigerde de president in het parlement ter verantwoording te roepen. Volgens hen is Ahmadinejads economische beleid „desastreus” en de regering „arrogant”.

De leden van de nieuwe fractie dreigen met moties ministers tot aftreden te zullen dwingen. Ze lijken steun van het politieke establishment te krijgen. Veel invloedrijke functionarissen die eerst Ahmadinejad steunden wegens zijn populariteit, vrezen nu dat ze straks de politieke rekening zullen betalen voor zijn economische fouten. Het taboe op kritiek op de regering, dat was ontstaan na de verrassende overwinning van Ahmadinejad, is compleet doorbroken.

Ahmadinejad werd ook aangevallen wegens zijn harde toespraken over Irans nucleaire programma. De conservatieve krant Jam-e Jam verbrak twee weken geleden een taboe door openlijk de president af te vallen en te schrijven dat hij de nucleaire onderhandelingen dwarsboomt met zijn „aanvallende” speeches. Commentatoren en parlementariërs wilden weten waarom de president een rondreis langs linkse Zuid-Amerikaanse leiders had gemaakt terwijl hij de begroting moest vaststellen. Sommige buitenlandse analisten speculeerden dat Ahmadinejad zal worden afgezet.

Maar dat zouden de inwoners van Khomeinyshar, en waarschijnlijk veel anderen uit de arbeidersklasse, een probleem vinden. Want er zijn voor hen ook dingen verbeterd. „Mijn pensioen is omhoog gegaan, jongeren krijgen grote renteloze leningen voor hun huwelijk”, zegt Safari op het Imam Hussein-plein. „En zonder Ahmadinejad hadden ze de subsidies allang afgeschaft. Zijn hart gaat uit naar de armen. Hij is beter dan de rest. Hij is net als wij.”

Veel van de beloften moeten echter nog gerealiseerd worden. De regering heeft een ambitieus plan om staatsbedrijven te privatiseren en aandelen aan de bevolking te geven. Deze ‘rechtvaardigheids-aandelen’ moeten voorkomen dat privatisering uitloopt op een bonanza voor een kleine kliek invloedrijken.

Maar alleen al de subsidies op brood, benzine en leningen vormen bijna de helft van het staatsbudget. Veel bemiddelde Iraniërs vertrouwen de economische situatie niet en kiezen ervoor om alleen in onroerend goed te investeren. Hierdoor worden de huizenprijzen en daarmee de huren tot ongekende hoogte opgestuwd. Ahmadinejad spreekt van een „maffia”, die de prijzen opdrijft, zoals hij „speculanten” de schuld geeft van prijsverhogingen van groente en fruit.

De gevolgen hiervan ondervinden de inwoners van Khomeinyshar aan den lijve. Er vallen ontslagen omdat er niet meer wordt geïnvesteerd in productie. Ook worden er veel minder mensen aangenomen.

Mohammad-Reza Barami (23) is vandaag niet naar zijn werk als lasser gegaan. Hij zit in de Seyed Mohammad-moskee naast een kacheltje. „Mijn baas wil me niet in vaste dienst nemen. Dat is te duur”, zegt Barami.

De regering bepaalde dat het minimumloon met bijna 100 procent omhoog moest en stelde het vast op 180.000 toman (150 euro) per maand. Maar er vielen vervolgens zoveel ontslagen dat het minimumloon snel naar beneden werd bijgesteld. „Nu is het 150.000 toman (130 euro). „Dat krijg ik niet met mijn los-vaste werk”, zegt Barami die ongeveer 100 euro per maand bij elkaar sprokkelt. „Ik heb op Ahmadinejad gestemd, maar alleen omdat ik verandering wil. Het regime doet uiteindelijk niet veel voor mensen van de derde klasse.”

Barami’s onvrede wordt gedeeld door veel Iraniërs. Moe van dezelfde politici die Iran nu al bijna 28 jaar lang leiden, hebben ze de afgelopen tien jaar bij presidentsverkiezingen massaal voor outsiders gestemd. Eerst was dat de hervormer Mohammad Khatami, die persoonlijke vrijheid en rechtszekerheid beloofde. Vervolgens stemden ze op Ahmadinejad en zijn beloften voor economische verbetering. Beide keren was het vooral ook een stem tegen de traditionele machthebbers, die vervolgens Khatami enorm tegenwerkten en dat nu ook met Ahmadinejad doen.

„We hebben nu iedereen gehad”, zegt Barami in de moskee. „Ik denk dat we een les hebben geleerd. Het maakt niet uit wie er in Iran de president is, wij krijgen het toch niet beter.”

    • Thomas Erdbrink