Afval, afbraak, atoomramp

Van publiekslieveling tot hardvochtige avant-gardist: Lukas Moodysson legt een ongebruikelijke weg af. Het IFFR vertoont nu zijn film Container, over een vrouw in een mannenlichaam.

(Foto Vincent Mentzel) Lukas MOODYSSON,filmregisseur.foto VINCENT MENTZEL/NRCH.===F/C==IFFR,Rotterdam,3 februari 2005 Mentzel, Vincent

Lukas Moodysson (1969) was zeven jaar geleden in Rotterdam dé favoriet voor de publieksprijs met zijn debuutfilm Fucking Ämal, over de liefde tussen twee middelbare schoolmeisjes in kleinsteeds Zweden. Een nieuw talent was ontdekt; Ingmar Bergman zag in hem zelfs een waardig opvolger.

Ze bellen nog steeds bijna elke dag, aldus Moodysson vorig jaar op het Filmfestival Berlijn, waar zijn film Container in première ging. Diezelfde film is nu op het International Filmfestival Rotterdam (IFFR) te zien.

Moodyssons films zijn er de afgelopen jaren niet rooskleuriger op geworden. Together (2001) was nog een hoopvolle hippiefilm over kleine wrijvingen in een commune; Lilya 4-Ever (2003) vervolgens had een nietsontziende blik op kinderhandel in het voormalige Oostblok en A Hole in My Heart (2005) bleek een pijnlijk portret over twee mannen die een pornofilm maken.

De filmmaker Moodysson die ik tref in Berlijn, is een droevige schim van de man die op het filmfestival van Venetië in 2003 nog riep dat zijn volgende film over de Hemel zou gaan. Container werd echter een filmische afdaling in de Hel: „Container ontstond uit een reis naar Tsjernobyl. Net als alle westerlingen van mijn generatie ben ik gefascineerd door ruïnes en dood, en ben ik bang voor atoomrampen. De verwijzingen naar het Politbureau zitten er in als symbool voor elk imperium dat instort.”

Hoewel zwart is zijn hardvochtige avant-garde nog niet minder fascinerend: we volgen de hypnotiserende monologue interieur van een autistische Aziatische vrouw die gevangen zit in een mannenlichaam en die met de stem van de Amerikaanse actrice Jena Malone (Donnie Darko) filosofeert over de verhouding tussen lichaam en geest in een op hol geslagen geseksualiseerde tijd van hedonisme, plastische chirurgie en sterrendom.

Lukas Moodysson hanteerde zelf de 16mm-Bolex-camera, en zijn korrelige zwart-witbeelden van met afval volgestouwde afbraakpanden, post-nucleair Tsjernobyl en naargeestig Oost-Europa konden daar niet in groter contrast mee staan. „Mijn werkkamer ziet er ongeveer zo uit als het huis in de film. Het is volgepropt met dingen die ik op straat heb gevonden. Die op een dag betekenis kunnen krijgen. Ik geloof in de woorden van Walter Benjamin, dat je in de sporen van onze maatschappij op zoek moet gaan naar tekenen, dat de waarheid zich openbaart in het terloopse en dat je uit de restanten van onze beschaving iets kunt leren over de werkelijkheid. Bovendien is dat hoe ik werk. Ik verzamel. Beelden, woorden, objecten. En op een dag kristalliseert zich daar de volgende film uit.”

De titel Container moeten we volgens hem heel letterlijk nemen: „Ik hou van films die iets bevatten. Iets om over na te denken. Een geheim. Hoop. Troost. Of geen troost. In Container heb ik dat heel woordelijk genomen. De film is als een Russisch Matroesjka-poppetje: in alles zit iets anders. In het lichaam zit een geest, in de man zit een vrouw, in de vrouw zit de stem van een andere vrouw, in de stem zitten woorden, in de woorden zitten betekenissen.”

Moodysson speelt vervolgens met die betekenissen, onder meer door klassieke symbolen in de film in een nieuwe context te plaatsen. „Ik neem geen genoegen met de bestaande betekenis van symbolen. Ik beschouw Container als een manier om mijn eigen iconografie te creëren. Mijn godsbesef geeft ruimte aan een god die een grap kan hebben, en niet beledigd is als zijn bestaan in twijfel wordt getrokken.”

In Berlijn waren de meningen over de film verdeeld; de ene helft liep tijdens de voorstelling weg, de andere helft gaf hem na afloop een staande ovatie. Misschien, zegt hij, hebben de mensen die de zaal verlieten, wel genoeg aan vijf minuten van zijn film. „Die vergeten ze nooit meer.”

Ook viel er iemand in slaap, herinnert hij zich. „Dat is de beste ervaring die je kunt hebben in de bioscoop. Je denkt dat je in slaap valt, maar ondertussen heb je directe toegang tot je onderbewuste. En dan begin je de kunst te begrijpen. Het is beter om in slaap te vallen dan weg te lopen.”

‘Container’ is nog te zien op het IFFR op 29 jan. en op 1 en 3 febr. Inl.: www.filmfestivalrotterdam.com.

Voor impressies van het IFFR ga naar nrc..nl/video

    • Dana Linssen