Afghanistan en Plan Colombia

De Afghaanse president Karzai breidt dit jaar de bestrijding van de papaverteelt uit. De VS willen dat hij Colombia als voorbeeld neemt. Een omstreden strategie.

Tweehonderd tot driehonderd tractoren heeft gouverneur Munib van Uruzgan nodig om zijn quotum aan papaververnietiging te halen. De Afghaanse president Karzai heeft hem opgedragen de komende maanden 60 procent van de ingezaaide papaver, de grondstof van heroïne, te vernietigen. Munib hoopt dat de internationale gemeenschap wil meebetalen aan de tractoren, waarmee de papaver moet worden platgereden.

Nadat in Afghanistan vorig jaar een recordoogst werd binnengehaald, 59 procent meer dan in 2005, besloot Karzai werk te maken van de vernietiging. Een controversieel besluit, omdat zijn fragiele gezag onder arme papaverboeren verder kan afbrokkelen, en de sympathie voor de Talibaan onder hen zou kunnen groeien.

Na de val van het Talibaan-regime in 2001 zijn het vooral de VS die bepleiten niet alleen de opiumproductie en heroïnehandel te bestrijden, maar ook de papaverteelt. Het verzet van Talibaan verhevigde het afgelopen jaar. Zij zouden hun strijd deels met de drugshandel financieren.

Colombia (wereldwijd de belangrijkste exporteur van cocaïne) zou Afghanistan (grootste producent van opium) kunnen helpen in de strijd tegen drugs. Dat althans is de visie van de VS. De uitwisseling tussen beide landen bestond vooralsnog vooral uit diplomatieke bezoeken over en weer. Vorige week kondigde president Bush aan William Wood, ambassadeur in Colombia, over te plaatsten naar Kabul, wat wordt gezien als teken dat het Washington ernst is.

Vorig jaar werd al besloten om vier Colombiaanse anti-narcotica-agenten naar Afghanistan te sturen. Een van hen, kolonel Óscar Atehortúa, deed na afloop verslag aan de buitenlandcommissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Volgens hem is een „gezamenlijke aanpak van drugs en terroristen” vereist. Hij raadde aan om vijf leden van de Afghaanse politie begin dit jaar een training te laten ondergaan bij de luchtmobiele afdeling van zijn team. Ze zouden dan kunnen leren hoe ze vanuit helikopters belangrijke verdachten kunnen oppakken en drugslaboratoria vernietigen.

Artehortúa sprak niet over het onderdeel van het door de VS gefinancierde drugsbestrijdingsprogramma Plan Colombia dat volgens critici minder succesvol is: de verdelging van cocaplanten door gifbesproeiing vanuit de lucht. Volgens de recentste cijfers van de Amerikaanse overheid steeg in 2005 de cocateelt met 26 procent – ondanks de besproeiingen.

Donderdag liet Karzai na lang twijfelen weten dit jaar niet te gaan besproeien, maar te kiezen voor een intensivering van het veel minder efficiënte omploegen. „Als het werkt is dat mooi. Anders is besproeiing vanaf de grond volgend jaar een optie”, zei een woordvoerder tegen persbureau AP. De Amerikaanse ambassade in Kabul verklaarde „klaar te staan om de Afghanen te helpen” als zij alsnog willen besproeien.

Afghaanse boeren hebben grotere bezwaren tegen besproeiing dan tegen het ploegen, omdat nieuwe gewassen na het spuiten moeilijker in te zaaien zijn. In geval van besproeiing vanuit vliegtuigen bestaat bovendien het risico dat ook voedselgewassen verdelgd worden. In Colombia is dit al het geval: daar planten boeren op hun voedselakkertjes soms ook wat coca of papaver, als extra inkomstenbron. Door de besproeiingen raken ze daarom vaak ook hun eten kwijt.

Jorrit Kamminga, onderzoeker bij de denktank Senlis Council, vreest dat ook Afghanistan uiteindelijk gaat besproeien. „Als de VS na dit voorjaar kunnen aantonen dat vernietiging werkt, zullen ze dat als argument gebruiken om te gaan besproeien vanaf de grond, en ook vanuit vliegtuigen”, zegt hij per telefoon vanuit Lashkar Gah. Dat is de hoofdstad van de provincie Helmand, waar vorig jaar ruim 40 procent van de opium vandaan kwam.

Kamminga: „De voordracht van Wood zegt genoeg. De Amerikanen vinden besproeiing het perfecte antwoord, en zoeken iets dat in Colombia zogenaamd werkt om dat te beargumenteren.”

Het kopiëren van Plan Colombia naar het veel armere en veel meer rurale Afghanistan is, volgens Kamminga, „de stomst mogelijke strategie”. „De boeren zullen als ze de vliegtuigen zien bang zijn gebombardeerd te worden. Je probeert de steun voor de Talibaan te verminderen, maar ondertussen maak je de boeren kwaad. Zij zullen dit echt niet steunen.” Arme boeren, die gemiddeld 0,4 hectare bezitten, zullen het meest getroffen worden, denkt Kamminga: „Bestuurders moeten hun quota halen en boeren zonder kalasjni-kov of geld om ambtenaren om te kopen zijn een makkelijke prooi.”

Gouverneur Munib van Uruzgan zette onlangs protesterende boeren tijdelijk gevangen terwijl hun papaver werd platgereden. Deze week erkende hij tegen het ANP nog geen oplossing te hebben voor hun inkomstenderving.

Programma’s om boeren alternatieven te bieden, komen nog nauwelijks van de grond, zegt Kamminga: „Langs de weg van Kandahar naar Lashkar Gah staan druiven, maar van de weg af is het vooral papaver.” Voor de herintroductie van saffraan, rozen, graan en fruit moeten irrigatie en nieuwe akkers aangelegd worden, maar hulporganisaties betreden het gebied wegens de slechte veiligheid nog nauwelijks.

„Daarom gaat de vergelijking met Colombia mank ”, zegt Kamminga. „De Talibaan zijn nog lang niet weg uit het zuiden. Daar kan niet begonnen worden aan programma’s voor vervangende gewassen.”

Bovendien, zegt hij, is het aandeel van de drugshandel in de Colombiaanse economie veel kleiner dan dat van de opiumhandel in de Afghaanse economie. En in Colombia controleren de gewapende groepen vaak de hele drugsketen van teelt tot export. Hun deel van de opbrengst is daardoor vijf keer groter dan dat van de boeren. In Afghanistan is bijna de helft van de opbrengsten voor de boer. „In Colombia kun je boeren wellicht lokken met voorzieningen, maar in Afghanistan zorgen de opiumhandelaren simpelweg voor veel werkgelegenheid.”