Wonderkind

Op een koude avond in Amsterdam gingen de armen van Leonardo woest de lucht in. Met kreten van ontzetting zag hij de ballen links en rechts langs hem vliegen. Ongelooflijk, waar was hij nu weer beland. De verontwaardiging van Leonardo de Vítor Santiago galmde door de grotendeels lege Arena. Witte wolkjes van onmacht kringelden omhoog. Hoe komt zo’n medespeler erbij om de bal híerheen te trappen, terwijl Leonardo hem dáár verwachtte? Waarom fluit de scheidsrechter niet wat eerder als een verdediger hem stevig heeft aangepakt? Waarom zwachtelt de wereld hem niet in met meer warmte, meer begrip, meer, tja, respect?

De trainer van Ajax wil hem dat allemaal geven. Als een vader legt hij zijn arm om Leonardo, toe maar ventje, ga maar lekker ballen. Na twee aardige en vier mislukte seizoenen bij Feyenoord, gevolgd door anderhalf min of meer geslaagd seizoen bij NAC, mocht de Braziliaanse pingeldoos deze winter zomaar naar Ajax. Omdat de trainer in hem gelooft, als een der weinigen nog. Leo, zoals hij hier heet omdat hij al zolang onder ons is, vanaf zijn twaalfde al, deed woensdag erg zijn best om die verwachtingen in te lossen. Hij scoorde. Fijn voor hem, al was het dan in een bekerwedstrijd tegen HFC Haarlem.

Leo zegt van zichzelf dat hij heel goed is, hij wil een grote worden. Wie weet lukt het, ooit.

Bij hem is nooit iets normaal gegaan. Op zijn elfde gefigureerd in een documentaire over voetballende jongetjes in de sloppen van Rio. Omdat de documentaire (van Jos de Putter) in Nederland werd uitgebracht, door Feyenoord ontdekt. Naar Rotterdam gebracht en opgevoed als de ster die hij vast en zeker zou worden. Maar na jaren van logeren bij particulieren en internaten, van een reeks incidenten met paspoorten, rechters, disciplinaire schorsingen en blessures kwam de vedette in wording helemaal nergens. Gemiddeld amper tien competitiewedstrijden gespeeld in zeven hele seizoenen: niet veel voor een wonderkind. In totaal veertien competitiegoals zo mogelijk is nog minder.

Leo kan het niet geloven. Hij huilt zijn bruine wangetjes nat als hij denkt aan het leed dat hem, vroeg oud maar nog lang niet volwassen, is aangedaan. Opgegroeid in een omgeving die hem niet kan volgen. Een omgeving die hem misvormde tot een schijnbaar arrogant en opvliegerig mannetje vol zelfmedelijden. Hij blijft het proberen, in dit harde land van afspraak is afspraak. Kijk eens wat hij allemaal met de bal kan, kijk dan! De bal begrijpt hem, net als de trainer. Nu de rest van de wereld nog. Leo, in maart wordt hij al 24, verlangt naar zijn moeder maar hij moet nog veel bewijzen. De weg voor hem is lang, erg lang.

    • Auke Kok