Vertaliaans

‘Waar ga jij zo gehaast heen, met die fiere en vermetele, maar toch ietwat droeve blik?”

„Welnu, ik zal het je zeggen. Ik zat zojuist aan het venster van het grand café Il Risio, vanwaar ik uitkeek over het plein. De zon glinsterde in het natgeregende plaveisel en ik ontwaarde plots een vrouw.”

„Een vrouw?”

„Een vrouw, en haar gestalte verried dat mannen haar tot voor kort nog mooi gevonden hadden…”

Zoals we kunnen afleiden uit dit live opgevangen fragment van een gesprek tussen twee heerschappen in jeans op een marktplein in Vertalië, is de voertaal in dat land een taal die sterk op het Nederlands lijkt, maar er op essentiële punten ook van afwijkt. Vertaliaans verhoudt zich tot Nederlands ongeveer als Volapük of Esperanto. Het is namelijk geen dode taal (want hij heeft nooit geleefd), maar wel een echte kunsttaal, die je slechts met veel moeite onder de knie kan krijgen. Je kan er veel mee zeggen, maar heel veel ook niet, want het is niet een taal die je van jongsaf aan meekrijgt of die je op straat kan oefenen. Maar als je die taal eenmaal machtig bent, dan is geen boek meer onvertaalbaar, in principe.

Zomaar twee boeken die toevallig naast elkaar liggen op willekeurige stapeltjes bij de hoofdstedelijke boekhandel A. aan het Spui. De Schatkamer van Babylonië van Rada Sukkar is uitgegeven van De Geus en speelt zich af in het Midden-Oosten. Het is ‘de honderdjarige geschiedenis van een Iraakse familie’.

In de eerste regels komen fraaie zinsnedes voor. ‘Ze doet haar best om zo snel mogelijk boven te zijn’, ‘ochtendbries’ en ‘blijft de temperatuur binnenshuis langer aangenaam’, en een ‘fragiel, slaperig jong meisje’ dat ‘stil de trappen op’ loopt. Precies zoals je het zou zeggen als je het moest opschrijven, zou je denken. Precies wat je zou verwachten dat je zou tegenkomen om te lezen in een boek dat jou meeneemt op een reis naar exotische oorden en waar je eens lekker voor gaat zitten.

Het boek dat er rechts naast ligt is van Esther Hoff, Leven met Sarah, uitgegeven door De Wereldbibliotheek, een ‘autobiografische roman’. Ook een vertaling in de traditie van Goede en Goedkoope Lectuur van deze Maatschappij? Nee, ook als je niets weet van het land van herkomst van de auteur, zie je het meteen zo gauw je het boek openslaat: in de tweede zin komt iemand voor die een ‘ieniemienie neusje’ heeft. Daaraan is meteen te zien dat het een oorspronkelijk boek moet zijn, want ‘ieniemienie’ is geen Vertaliaans. Daarvoor heeft het woord veel te veel leven.

De slavist Karel van het Reve, die het motto ‘vertalen wat er staat’ heeft gemunt, merkte ooit op dat de Nederlandse vertalers beheerst worden door twee angsten: de angst voor het ongewone en de angst voor het gewone. Daarom laveren ze er vaak tussendoor en maken ze hun geheel eigen taal, eentje die nergens anders gesproken wordt dan in Vertalië. Het wordt hoog tijd voor een woordenboek Vertaliaans-Nederlands, Nederlands-Vertaliaans, aan de hand van vele voorbeelden uit de praktijk.

Ga in discussie met Henkes en Bindervoet op hun weblog: www.nrc.nl/vertalie

    • Erik Bindervoet
    • Robbert-Jan Henkes