Vergeefs geschminkt

Caryl Phillips: Dansen in het donker. Uit het Engels vertaald door Robert Dorsman. De Geus, 255 blz. € 19,90

Een redelijk begaafde, maar niet uitzonderlijke blueszanger en -gitarist, besluit op een dag dat zijn carrière een impuls nodig heeft. Middernacht gaat hij naar een stil kruispunt in Mississippi, waar hij zijn ziel aan de duivel verkoopt. Zijn technische vaardigheid neemt een onwaarschijnlijke vlucht en in 1936 en 1937 legt hij 29 liedjes vast die vanaf dat moment tot de basis van de blues en de popmuziek zijn gaan behoren.

Ziehier de mythe van Robert Johnson (die zijn transactie overigens met een vroege dood moest bekopen, al gaat ook het verhaal dat hij vergiftigd is door een jaloerse man wiens vrouw Johnson had afgepikt).

Het gegeven van de kunstenaar die bovenmenselijke prestaties levert in ruil voor zijn ziel heeft een fraaie traditie: Faust is de bekendste, maar ook het verhaal van de mysterieuze Johnson behoort tot de canon van de populaire cultuur. Caryl Phillips voegt er in zijn gefictionaliseerde biografie Dansen in het donker met de entertainer Bert Williams een karakter aan toe. Hierin wordt het verhaal verteld van het duo Bert Williams en zijn partner George Walker. Ze waren artiesten binnen de zogenaamde ‘blackface’-traditie, de populaire Amerikaanse amusementsvorm waarbij blanke zangers zich in het begin van de 20ste eeuw geheel zwart schminkten om zo voor het blanke middenklasse-publiek op een acceptabele manier de zwarte populaire cultuur over het voetlicht te brengen. Williams was echter niet blank, maar ‘colored’, waardoor hij zijn afkomst verloochende en de ‘zwarten’ bespottelijk maakte. Schaamte overheerst, maar waar Walker nog probeert het succes om te zetten in politieke bewustwording van de toeschouwers en meer rechten voor de zwarte mede-artiest, blijft Williams in zijn stuntelige ‘negerrol’ steken zonder bevrediging te vinden.

Helemaal lijkt Phillips er dan ook niet uit te komen. Een gezicht geven aan een geschminkte man met een tragisch leven blijkt niet genoeg voor een roman: het verwoorden van de frustratie kan namelijk niet zonder de motivering van de keuze duidelijk te maken. Williams blijft een ongrijpbare figuur en lijkt ondergeschikt gemaakt aan Phillips’ visie op de rassenkwestie. De personages komen niet los van de thematische rol die ze in het betoog dienen te vervullen. Een gedachte van de teleurgestelde vader over zijn zoon Bert Williams mondt uit in een maatschappijkritisch betoog: ‘Een hart als een steen, want nu ziet hij in hoe dom het was om zijn zoon naar Amerika mee te nemen: het machtige land in het noorden is tussen hen in komen staan. Het land heeft van de jongen een nikker gemaakt en hij kan niet eens ten strijde trekken tegen deze Verenigde Staten van Amerika, dat er een gewoonte van maakt om kinderen weg te rukken uit de armen die ze leven gaven’.

Bert Williams kreeg weinig terug voor zijn identiteitsloosheid, zo blijkt uit Dansen in het donker. Maar daar zou het verhaal moeten beginnen, en niet eindigen: Johnson had nog de eeuwige roem, maar Williams staat op het omslag afgebeeld als nep-neger in een vogelpak, moet je daarvoor je ziel verkopen?

Misschien is inleving ook niet Phillips’ inzet geweest. In verschillende interviews legde hij uit dat hij met deze karakterstudie iets wil zeggen over zwarte populaire cultuur en blanke inkapseling. Bill Haley en Elvis Presley hadden succes met de muziek die eigenlijk was uitgevonden door Little Richard en Chuck Berry. De agressieve rap bereikte pas met de blanke Eminem een wereldwijd publiek. Het verband tussen Eminem en Broadway-amusement van een eeuw eerder mag gezocht overkomen, maar het is een interessante lijn. Helaas blijkt de roman niet het geschiktste middel om die uit te werken.