Uitgeklede dichters

De goddelijke vonk. Gesprekken met dichters uit het NPS-radioprogramma Kunststof. Rubinstein, 3 cd’s. Duur ±3 uur. € 14,95

Wie is de beste presentator van het radioprogramma Kunststof? Dat is de vraag die zich opdringt wanneer je luistert naar de drie cd’s van De goddelijke vonk. Elke cd bevat gesprekken met zes dichters, keurig verdeeld over de drie interviewers: een cd met interviewer Jellie Brouwer (vaak bemoedigend en bevestigend), eentje met Petra Possel (op zoek naar het ontstaansproces van een gedicht) en de derde met Frénk van der Linden (mikkend op het emotionele moment).

De goddelijke vonk is zorgvuldig gecomponeerd, en gebaseerd op een mooie formule: dichtersgesprekken verzamelen uit het programma Kunststof om er een luisterboek van te maken. Een radio-interview is vluchtig, terwijl sommige gesprekken en voordrachten best vastgelegd mogen worden.

De kracht van Kunststof ligt vaak in de terloopsheid. Het gaat over koetjes, kalfjes, gesprekslijntjes lopen dood, en dan opeens gebeurt er wat. Spannende radio. Op de cd’s zijn echter niet de hele interviews opgenomen. Daarbij is er meer gedaan dan het nieuws en de pauzemuziekjes weghalen: per uitzending van 55 minuten blijven er ongeveer 10 minuten over, en dat wil zeggen dat alle gekeuvel is weggesneden. Natuurlijk, het soortelijk gewicht van de gesprekken gaat omhoog, maar sommige zware thema’s worden wel heel eenvoudig aangeroerd, alsof de dichters niets liever doen dan zich blootgeven.

Er zitten een paar mooie interviews tussen – en dan gaat het niet om Diana Ozon die over haar volkstuintje praat – maar om de gesprekken met Rutger Kopland, Rogi Wieg en Erik Jan Harmens. Laatstgenoemde vertelt bijvoorbeeld aanstekelijk over de financieel-economische implicaties van de titel van zijn tweede bundel (Underperformer), over neologismen, het failliet van metaforen en over de autoritten door tunnels met zijn autistische zoon. Hier is Kunststof op zijn best: het gesprek gaat op een volkomen vanzelfsprekende manier van de hak op de tak. En het geeft werkelijk een andere blik op Harmens’ poëzie.

Voor een volgende gelegenheid zou het mooi zijn wanneer alleen de file-informatie weggesneden zou worden en vooral ook: wanneer de juichende aankondigingen van Joost Prinsen gebruikt zouden worden, in plaats van de droge aankondiging van de dichtersnaam waar we het nu mee moeten doen.