Twistpunt Somalië op AU-top

In Addis Abeba is gisteren de jaarlijkse top begonnen van de Afrikaanse Unie, met ‘Somalië’ als heet hangijzer. Een kleine rel is tussen de EU en de AU losgebroken. ‘We laten ons niet dicteren.’

Addis Abeba, 26 jan. - De Somalische ambassadeur bij de Afrikaanse Unie Abdikarim Farah is kwaad. „Laat niemand ons vertellen wie we in onze regering moeten opnemen”, zegt hij op het hoofdkantoor van de Afrikaanse Unie in Addis Abeba. Gisteren begon in de Ethiopische hoofdstad de jaarlijkse bijeenkomst van de pan-Afrikaanse organisatie. „De Europese Unie gedraagt zich bazig, ze kan haar geld voor een vredesmacht houden als ze denkt ons te kunnen dicteren. En de Amerikanen mogen praten met Sheikh Ahmed van de verdreven Unie van Islamitische Rechtbanken om hem een rol te geven in onze regering – maar wij besluiten zelf.”

De EU en de Verenigde Staten willen dat de Somalische interim-regering van president Abdullahi Yusuf een bredere basis krijgt. De sleutel daartoe lijkt Sharif Sheikh Ahmed. Hij is een hoogstgeplaatste gematigde fundamentalist van de verslagen islamitische rechtbanken. Hij gaf zich eerder deze week over aan de Keniaanse autoriteiten en verblijft onder een vorm van huisarrest in een hotel in de hoofdstad Nairobi. De Amerikaanse ambassadeur in Kenia Michael Ranneberger sprak woensdag met Sheikh Ahmed. „Wij hebben altijd voor een dialoog gepleit”, zegt een Amerikaanse diplomaat in Nairobi in een telefoongesprek, „en Sheikh Ahmed kan tot die dialoog bijdragen. Wij geloven dat hij, in tegenstelling tot andere leden van de Unie van Islamitische rechtbanken, niet voor Al-Qaeda werkt”.

Een Europese diplomaat voor Somalië gelooft dat Sheikh Ahmed wordt klaargestoomd door de Amerikanen om „deel te nemen aan een dialoog met de Somalische interim-regering.” De weigerachtige houding van de interim-regering zoals verwoordt door ambassadeur Abdikarim Farah zal volgens hem van korte duur zijn. „Er wordt zware druk uitgeoefend op de interim-regering om te onderhandelen met gematigde fundamentalisten.” Ambassadeur Abdikarim wijst die druk op zijn regering af: „Het vredesproces in Somalië moet door ons gedragen worden, niet door buitenlanders.”

Bethel Kiplagat, de Keniaanse ambassadeur die twee jaar geleden de vredesconferentie in Nairobi voorzat die leidde tot de vorming van de huidige interim-regering, gelooft niet dat de interim-regering met andere groepen hoeft te praten. Hij zegt in de wandelgangen van de AU-vergadering: „De Somaliërs zelf besloten twee jaar geleden een interim-regering te vormen op basis van clans en subclans, niet op basis van ideologie of geloof. Zo staat het in de nieuwe Somalische grondwet geschreven. Wanneer daar toch van wordt afgeweken door nu fundamentalisten bij de regering te betrekken, dan moet het Somalische parlement speciale toestemming verlenen.”

Somalië is één van de twee hete hangijzers op de AU-top die tot volgende week woensdag duurt. De AU wil op korte termijn een vredesmacht van 8.000 man naar Somalië sturen. Alleen Oeganda, Nigeria en Malawi hebben daarvoor tot nu toe soldaten toegezegd. Andere landen weifelen. AU-voorzitter Alpha Konaré deed gisteren bij de opening een vurig pleidooi op de lidstaten troepen en financiën beschikbaar te stellen.

Konaré noemde als andere prioriteit op de conferentie het conflict in de West-Soedanese regio Darfur. De kandidatuur van de Soedanese president Omar al-Bashir om een jaar lang hoofd van de AU te worden, ligt uiterst gevoelig.

Vorig jaar, toen de AU-top in de Soedan plaatsvond, wezen de staatshoofden Bashirs kandidatuur af omdat zijn regering zich in de West-Soedanese regio Darfur schuldig maakt aan oorlogsmisdaden. Ze benoemden Sasso N’Guesso, de president van Congo-Brazzaville. De Afrikaanse leiders beloofden Bashir wel dat hij dit jaar een goede kans zou maken.

De Soedanese delegatie lobbiet hard voor zijn benoeming, maar een hoge ambtenaar van de AU acht zijn kansen ook dit keer klein. „Er werd vorig jaar ook afgesproken dat er vooruitgang moest worden geboekt bij de oplossing van de crisis in Darfur. Daarvan is geen sprake. Ik kan me niet voorstellen dat de Afrikaanse staatshoofden voor Bashir zullen kiezen.”

    • Koert Lindijer