Twijfels bij Uytdehaage

Het afscheid van Jochem Uytdehaage lijkt nabij.

In alweer een verloren seizoen is het schaatsen voor hem ‘continu worstelen’.

Er waren maar weinig toeschouwers, gisteravond in een kil en koud Thialf, maar degenen die de weg naar de ijshal hadden gevonden waren mogelijk getuige van de laatste meters van een van de meest succesvolle schaatsers: Jochem Uytdehaage.

Hartverwarmend was het niet voor de 30-jarige Utrechter, na Ard Schenk Nederlands meest succesvolle olympische schaatser. Terwijl Erben Wennemars vierde dat zijn „jongensdroom” – een WK allround – wordt vervuld, trok Uytdehaage, de schaatskoning van Salt Lake City (2002), even verderop met een vermoeide blik in de ogen zijn schaatsen uit.

Hij wilde het niet met zoveel woorden zeggen, maar de kans dat hij komende week zijn afscheid bekendmaakt, lijkt groot. „Ik neem binnen een week een beslissing.” Een van de scenario’s in zijn hoofd is: „Meteen kappen.” Hij wil echter eerst praten met de mensen om hem heen. „Maar het heilige vuur is inmiddels redelijk gedoofd”, zei Uytdehaage. Hij zal er wakker van liggen. „Het is na veertien jaar schaatsen niet niks.”

Uytdehaage is de afgelopen jaren geen schim meer van de man die in 2002 drie olympische medailles won en Europees en wereldkampioen werd. Ronduit ontluisterend was zijn optreden tijdens de skate-off in Heerenveen, waar twee tickets voor het WK allround waren te verdienen. Met zijn tijd van 1.53,08 was hij bijna zeven seconden langzamer dan Wennemars. Op de 5.000 meter gaf de oud-olympisch kampioen met 6.46,87 elf seconden toe op Wennemars en achttien op Wouter Olde Heuvel.

Hij werd de laatste jaren achtervolgd door het noodlot: het auto-ongeluk met zijn sportwagen op de A27, dat hij in september 2004 op wonderbaarlijke wijze overleefde, maar waarvan hij gisteravond nog zei dat die episode in zijn leven niets met zijn terugval te maken heeft; er waren blessures, valpartijen, een dramatische diskwalificatie wegens het ongeoorloofd stayeren voor Carl Verheijen, en een tragische botsing met diezelfde Verheijen, vorig jaar in Hamar. Hij liep de Spelen van Turijn mis – „de grootste deceptie uit mijn carrière”.

Maar hij bleef zoeken naar „het gevoel”. „Ik heb nog steeds het idee dat er een hele goede schaatser in mij zit, maar ik begin het geduld te verliezen”, zei hij gisteravond. „Het is nu continu worstelen.” Af en toe, op een training in Davos, dan is het er weer. Maar een sportman, ook al is hij nog altijd vijfde op de Adelskalendern, de wereldranglijst allertijden, kan niet zonder prestaties. De laatste was in 2005, een Europese titel in een stampvol Thialf. Gisteravond was die hal donker en leeg. En het seizoen van de koning van Salt Lake City zit erop.