Rembrandt ING van Rijn

Rembrandt: ‘Portret van Catrina Hoogsaet’, 1657

Victory Boogie Woogie, het laatste meesterwerk van Piet Mondriaan, was al jaren eigendom van de Newyorkse familie Newhouse; het hing daar volgens sommige geruchten in de slaapkamer. Op een dag in 1998 hoorden Wim Duisenberg, directeur van De Nederlandse Bank, en Gerrit Zalm, minister van Financiën, dat de de heer Newhouse het schilderij wilde verkopen. Volgens staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg was dit De Nachtwacht van de twintigste eeuw. Zo’n kans kregen ze nooit meer. Voor tachtig miljoen gulden verhuisde de Victory Boogie Woogie naar het Haags Gemeentemuseum. Toen de aankoop bekend werd gemaakt, ontstond er nationale opschudding. Er was geen vooroverleg gepleegd. Tachtig miljoen voor wat plakwerk dat mijn tante ook kan maken! Zo’n opschudding verloopt volgens de regels: de mensen die tegen zijn hebben allemaal een geniale tante of neefje en ieder bedrag is te veel. Als het verzet zijn zin had gekregen waren die tachtig miljoen misschien wel in een bouwfraude verdwenen. Nu zijn we trots op onze Mondriaan.

Wat is de juiste prijs voor een kunstwerk? Telkens opnieuw staan we weer voor deze vraag. De Britse familie Douglas-Pennant wil misschien een Rembrandt verkopen, het portret van Catrina Hooghsaet. Of de familie dat werkelijk wil is nog niet zeker. Wel staat het als een paal boven water dat het Rijksmuseum het graag wil hebben. Het is dan ook een ongelofelijk mooi schilderij. Meer zeg ik er niet over om de prijs niet verder op te drijven. Want zo gaat het met dergelijke grote transacties. Eerst komen er geruchten dat het werk te koop zou zijn. Dan verschijnen de eerste kenners met interviewtjes in de media. Bij de voorbereidingen tot een gewone transactie is de normale gang van zaken dat de mogelijke koper het object van zijn begeren met een zeker dedain bejegent. Ja, het is een aardig schilderijtje, maar Rembrandt heeft wel betere gemaakt. Enzovoort.

In dit geval niet. De experts stamelen hun bewondering. En zoiets heeft het Rijks nog niet in zijn collectie. Als de familie Douglas-Pennant deze dames en heren niet heeft gehuurd (dat neem ik trouwens niet aan, ik wil niemand verdacht maken), volgt ze de discussie in Nederland toch met een zeker plezier. Hoe meer er over het schilderij wordt gepraat, hoe zeldzamer, mooier en genialer het wordt. En natuurlijk worden er dan ook bedragen genoemd. Dat zal zeker tussen de vijftig en zeventig miljoen euro kosten! Dus niet tussen de vijftig en eenenvijftig of vierenvijftig, maar zeventig. Op tien miljoen kijken ze in Nederland niet. Tja, het is wel heel veel geld, maar dan zal de overheid moeten bijspringen. De overheid! denkt de familie Douglas. Nog een paar maanden en dan gaat die Rembrandt weg voor tachtig miljoen.

Het mecenaat, bestaat dat nog? Miljonairs die kunst verzamelen en dan later hun hele collectie aan een museum vermaken op voorwaarde dat dit nu hun naam draagt? Daarom bijvoorbeeld heet het Museum Boijmans in Rotterdam al heel lang Boijmans Van Beuningen. De zeer rijke D.G. van Beuningen verzamelde schilderijen. Zo hing bij hem aan de muur, gewoon zoals je een ansicht opprikt, Pieter Brueghels Toren van Babel. De naam van de vroegere eigenaar leeft voort in de naam van het museum. Wat doen in deze tijd de rijken der aarde met hun gouden handdruk? Kopen ze een eilandje met villa en zwembad in Dubai? En wat doet het grote bedrijfsleven? Indertijd was er sprake van dat Audi het Stedelijk Museum zou sponseren, maar daarvoor wilde de fabriek dan een Audi in een grote vitrine zetten. Dat ging het museum te ver. Had de directie het goed gevonden, dan was misschien nu het gebouw aan de Paulus Potterstraat weer open.

Ik dacht eraan toen ik las dat de ING Bank het Formule I-team van Renault gaat sponseren. Kenners – daar heb je ze weer – denken dat dit de bank tussen de driehonderd en driehondervijftig miljoen gaat kosten. Op vijftig miljoen wordt door de kenners niet gekeken. Precies het bedrag dat, als we boffen, voor deze Rembrandt moet worden betaald. Zeg dat de schilder voor één keer Rembrandt ING van Rijn heet. Ik denk dat de oude meester het had goedgekeurd.