Ontslagadvies raakt gevoelige plek bij sociale partners

Het advies van de WRR over het ontslagrecht blijkt op zijn minst controversieel onder de sociale partners. Uiteindelijk zullen zij het toch eens moeten worden.

Wilna Wind, bestuurslid van vakcentrale FNV briest van verontwaardiging als haar wordt verteld wat de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) wil veranderen aan het ontslagrecht: vooraf geen toetsing meer of ontslag rechtmatig is, en achteraf geen ontslagvergoeding meer voor de werknemer.

Maar wel: een opeisbaar recht voor elke werknemer op scholing. En een doorbetaalde zoekperiode vóór het ontslag waarin de werknemer tijd, geld en hulp krijgt van zijn baas om een nieuwe baan te vinden. „Als ik het zo hoor, gooit de WRR alles in één heel grote pan en het risico dat het dan ook één grote pan wordt, is heel groot”, zegt Wind. „Het lijkt me een erg theoretische blauwdruk.”

Niek Jan van Kesteren, algemeen directeur van ondernemingsorganisatie VNO-NCW, noemt het advies juist „heel waardevol”. De werkgevers zijn zelf twee jaar vruchteloos bezig geweest om een akkoord met de vakcentrales te bereiken. „Maar de WRR is geen partij, het is een onafhankelijk orgaan. Ik hoop dat het advies de aanzet vormt om het debat te heropenen.”

Ook bij de formatie ligt het ontslagrecht gevoelig. Het CDA heeft voorstellen gedaan om het te versoepelen, vergelijkbaar met de voorstellen van de WRR. De PvdA wil wachten tot de sociale partners zélf met een akkoord komen.

Jules Theeuwes, hoogleraar economie in Amsterdam en een van de hoofdauteurs van het advies, weet wel dat de WRR heel wat losmaakt bij de sociale partners. Hij benadrukt dat het vooral niet de bedoeling is dat het nieuwe kabinet „het even van bovenaf gaat regelen”. De WRR hoopt juist dat de sociale partners toch zélf afspraken gaan maken. En als die er liggen, pas dán kan het kabinet beslissen om werkgevers toestemming te geven personeel te ontslaan zonder dat ze ze daarvoor toestemming hoeven te vragen.

„Het geld dat nu achteraf wordt verstrekt in de vorm van een ontslagvergoeding, kan veel nuttiger worden ingezet als de werknemer het vooraf krijgt om zich te scholen.” De tijd van baanzekerheid is voorbij, zegt Theeuwes. Wat daarvoor in de plaats moet komen, is werkzekerheid. „Als de werknemer goed voorbereid is op de mogelijkheid dat hij ooit elders aan de slag moet, zijn die tijdrovende procedure en dure vergoedingen helemaal niet meer nodig.”

Een mooie theorie, zegt Wilna Wind, maar de praktijk is weerbarstiger. „We zijn al 10 jaar bezig met praten over employability, het bijscholen van werknemers als voorbereiding op een mogelijke overstap naar een andere baan. Maar daar komt weinig van terecht.”

Een woordvoerder van de christelijke vakcentrale CNV denkt er net zo over. „We willen eerst die afspraken over employability in de praktijk gerealiseerd zien. En is het dan nog wel nodig om het ontslagrecht ingrijpend te veranderen? De ontslagbescherming moet volgens ons blijven bestaan als een soort veiligheidsklep tegen slechte werkgevers.”

    • Claudia Kammer