Moslimancipatie

In zijn boek De derde feministische golf roept Dirk Verhofstadt, broer van de Belgische premier, op tot een door moslima’s gedragen emancipatiegolf. Hij verwijt de vorige generatie feministen dat ze, nu het om de onderdrukking van allochtone vrouwen gaat, het laten afweten, terwijl zij indertijd wel streden voor hun eigen vrijheid en recht op zelfbeschikking.

Volgens Sandra Rottenberg, journalist en programmamaker, is op microniveau al een kleine revolutie gaande onder migrantenvrouwen. Bij de opening van het vrouwencentrum ‘Vrouw en Vaart’ afgelopen november in Osdorp was er onder de aanwezige moslima’s voldoende strijdbaarheid en energie.

„Het is of er een soort hongersnood woedt onder deze groep vrouwen naar kennis en zelfontplooiing”, aldus Rottenberg. Binnen een half uur waren er allerlei plannen om ook de mannen verplicht mee te laten doen aan de cursussen zelfreflectie en empowerment.

De mannen moeten leren om meer respect te tonen voor vrouwen en om met hun echtgenotes te praten over hun gevoelens en over de opvoeding van de kinderen. Volgens onderzoek van het Bureau voor Maatschappelijke Ontwikkeling bestaat de dag van werkloze migrantenmannen nu voornamelijk uit bidden en boodschappen doen.

Na afloop van de bijeenkomst vertelden enkele vrouwen dat ze eindelijk de kerel het huis uit hadden getrapt en dat ze nu in een traject zaten dat hen voorbereidt op betaalde arbeid en economische zelfstandigheid. Van de vrouwen die aan de cursussen meedoen is bijna één op de drie gescheiden, of ligt in scheiding. Een soort jaren ’60 revival dus.

De ervaringen in het vrouwencentrum illustreren goed hetgeen Jolande Withuis op 12 januari in de boekenbijlage van deze krant schreef over vrouwenemancipatie: of je nu een autochtone of allochtone vrouw bent, de man is nog steeds het probleem. Cursussen zoals de moslima’s tijdens de bijeenkomst in Osdorp voor hun (ex-)mannen bepleitten zouden in de Verenigde Staten ondenkbaar zijn. Zoals Louis Brandeis, rechter van het Amerikaanse Hooggerechtshof, het ooit formuleerde: „het belangrijkste recht dat onze grondwet aan burgers toekent, is het recht om met rust gelaten te worden”.

Maar in een verzorgingsstaat als Nederland is het helemaal niet zo gek om een reeks eisen te stellen aan burgers die een beroep doen op de sociale voorzieningen. Naast de al bestaande sollicitatieplicht en de verplichting om de Nederlandse taal te leren, zou daar ook heel goed een verplichte cursus zelfreflectie voor moslimmannen bij kunnen horen. Het is niet alleen te billijken dat de Nederlandse overheid meer en andere eisen stelt aan de burgers dan de Amerikaanse overheid, het is ook noodzakelijk. Zonder checks and balances beloont de verzorgingsstaat onaangepast gedrag, terwijl de rigueur van de arbeidsmarkt mensen juist disciplineert.

Neem de islamitische docente aan het Vader Rijn College in Utrecht die na de zomervakantie plotsklaps haar mannelijke collega’s op school geen hand meer wilde geven uit religieuze overwegingen. Zou de docente zich net zo principieel-religieus hebben opgesteld als Nederland geen uitgebreid sociaal vangnet zou hebben? Of de rechtenstudent Mohammed Faizel Ali, die door de gemeente Rotterdam werd afgewezen na een sollicitatie omdat hij weigerde vrouwen een hand te geven. Ook bij zijn motieven kun je vraagtekens plaatsen. Wordt hij werkelijk bewogen door een diep gevoelde geloofsbeleving, of wordt hij bewogen door de diep gevoelde wens de Nederlandse samenleving te ontregelen?

De islamitische orthodoxie zoals die nu in Nederland door sommigen wordt gepraktiseerd is niet minder decadent dan de westerse levensstijl waartegen wordt geageerd. De directeur van het Vader Rijn College, Paul Engberts, ziet met lede ogen hoe die orthodoxie de laatste jaren oprukt. Op zijn school ziet hij steeds meer verhulde meisjes.

Ook Nahed Selim, een Egyptisch-Nederlandse tolk, vertelt in het boek van Verhofstadt hoe zij aan den lijve ondervond hoe haar religie veranderde. Mocht ze als kind in Egypte nog zwemmen, plotseling kwamen er religieuze oekazes die haar het lopen in badpak verboden. Selim gruwt van hoofddoeken omdat die uitdrukken dat het vrouwenlichaam een schande is die bedekt moet worden.

Schrijver en publicist Fouad Laroui, die opgroeide in Marokko, sprak in het tv-programma Buitenhof van 24 december met een zekere weemoed over de islam van zijn jeugd, die toen nog gemoedelijk en tolerant was, zonder de excessen van nu. Maar sinds de islamistische revolutie in Iran in 1979 is dat allemaal veranderd.

In diezelfde uitzending van Buitenhof, die geheel gewijd was aan de comeback van het geloof in de politiek, zei oud-eurocommissaris Frits Bolkestein dat hij zich niet richtte tot een hogere macht, maar dat hij geloofde in de wet en in discipline. De wet noemde Bolkestein een objectief gegeven, discipline een persoonlijk gegeven.

Maar discipline zou ook een objectief gegeven zijn als het uitgangspunt in de samenleving zou zijn dat iedereen in zijn of haar eigen levensonderhoud moet kunnen voorzien. In dat opzicht is de Wet werk en bijstand, die per 1 januari 2004 van kracht is geworden, revolutionair omdat daarin het traditionele kostwinnersmodel eindelijk is losgelaten.

Van moslima’s kan nu worden geëist dat ze beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Zo kunnen ze niet langer door hun mannen thuis worden gehouden om het huishouden te doen en voor de kinderen te zorgen. Stadsdeel De Baarsjes kort echtparen op de uitkering als de vrouw niet deelneemt aan een traject naar betaalde arbeid en economische zelfstandigheid. Ook voor allochtone vrouwen is de arbeidsmarkt de sleutel tot emancipatie. Zei Freud niet: Work is the closest we can get to sanity?