Massaal gemor op toogdag Siemens

Er was gisteren één lichtpunt voor beleggers in het Duitse technologieconcern Siemens. Het aandeel steeg 5,9 procent in reactie op het nieuws dat Siemens de Amerikaanse softwaremaker UGS overneemt.

Maar aandeelhouders bleken ook voor dit positieve nieuws niet gevoelig tijdens de aandeelhoudersvergadering gisteren in de Duitse stad München.

Niet verwonderlijk. Een dag eerder nog had Siemens een van de hoogste boetes gekregen die de Europese Commissie ooit gaf. De 396,6 miljoen euro die Siemens moet betalen omdat het jarenlang prijsafspraken maakte, zorgde ervoor dat het bedrijf de kwartaalwinst direct naar beneden bijstelde omdat het een fikse eenmalige last moest nemen. Zonder deze last zou de winst van Siemens overigens hoger zijn geweest dan de consensus van analisten.

Maar alle aandacht ging uit naar de rel over de prijsafspraken en naar het schandaal rond de steekpenningen dat al maanden loopt en waarbij een steeds groter aantal voormalige topmannen van Siemens betrokken blijkt te zijn.

„Ik denk dat u net als ik vaak sprakeloos bent als u de krant openslaat”, zei Siemans-topman Klaus Kleinfeld tegen de 12.000 aanwezige aandeelhouders. „Sprakeloos omdat Siemens met iets anders wordt geassocieerd dan eerlijkheid.”

Kleinfeld en president-commissaris Heinrich von Pierer probeerden de aandacht van de beleggers te verleggen naar het positieve nieuws, maar tevergeefs. Zij werden lang geconfronteerd met boze beleggers die elkaar opriepen geen decharge te verlenen aan de bestuurders. Aandeelhouders geven deze kwijting – die weinig juridisch gewicht heeft – ieder jaar, waarmee zij steun uitspreken voor de acties van het bestuur in het afgelopen jaar. De oproep kreeg wel weerklank, maar de tegenstemmers hadden te weinig aandelen. Kleinfelds decharge werd door 71,4 procent gesteund en Von Pierers door 65,9. Desondanks was het een duidelijk teken van woede aangezien de percentages normaal dichterbij de 100 procent liggen.