Lief en bedillerig

Ed van Thijn: Judica/Judy. Augustus, 126 blz. €12,90

In zijn vorige boek, 18 adressen, schreef Ed van Thijn (1934) over de plaatsen waar hij als jongen in de oorlog ondergedoken had gezeten. Zijn nieuwste boek, Judica/Judy, gaat over de vrouw die, nadat hij op het laatste adres verraden was en twee maanden in het Huis van Bewaring in Zwolle had gezeten, zijn pleegmoeder werd. Judica Mendels – later Judy – was leidster in het weeshuis van Westerbork, het kamp van waaruit Nederlandse joden naar Duitsland werden gevoerd. Maar niet meer toen Ed van Thijn daar zat, want sinds de spoorwegstaking van september 1944 reden er geen treinen meer. Voor het eerst in jaren was hij min of meer veilig. Ed van Thijn herinnert zich Judica als een lieve, warme vrouw die ervoor zorgde dat hij goed at, weer naar school ging en kon spelen met kinderen van zijn leeftijd.

Zestig jaar na de oorlog probeert hij haar via Google weer te vinden. Hij ontdekt dat ze na de oorlog naar de VS is gegaan, waar ze hoogleraar Duits werd. Maar ze leeft niet meer. Ze is in 1995 overleden, in Zwitserland. Ed van Thijn ontdekt ook dat ze een pleegdochter had, Elena Szirmai, een pianiste, en – naar later blijkt – een dochter van een in 1946 naar Nederland gevluchte Hongaar.

In Judica/Judy vertelt Ed van Thijn over zijn ontmoetingen met Elena Szirmai en over de herinneringen die zíj aan Judica Mendels heeft. Die zijn vreselijk. Voor Elena was Judica, of Judy, een bedillerige en dominante nep-pleegmoeder, die haar verbood om met kinderen van haar leeftijd om te gaan en haar dwong om thuis te zitten, zonder tv. Van Thijn schrikt van de foto’s die Elena hem laat zien: een excentrieke vrouw in bonte jurken, een raar hondje op schoot.

Ed van Thijn vindt ook een filmscript van Judica Mendels, geschreven na de oorlog en, denkt hij, autobiografisch. Het gaat over de romance tussen een joods meisje dat in Westerbork te werk wordt gesteld als schoonmaakster en een joods-Duitse barakkencommandant, die kort voor de oorlog naar Nederland was gevlucht. Hij wordt op een dag naar Duitsland gestuurd. Ook de jongens voor wie ze lang gezorgd heeft, worden weggevoerd. ‘Door de spleten kijken nog gezichten. Günther roept: dag juffrouw, dag Meta, dag juffrouw Meta.’ Het meisje blijft alleen achter.

Judica/Judyis een dun boek, maar het had ook tien keer zo dik kunnen zijn – zo sterk en zo prachtig is het verhaal. Toch is het goed dat Ed van Thijn zich beperkt heeft. Hij is geen groot stilist en ook geen romancier. Hij geeft de feiten voor wat ze zijn. De lezer kan de rest zelf wel bedenken.