Lamers toont haar eigen verslagenheid

Kiki Lamers, ‘Hear no evil’, 2006

Een in het honderd gelopen kinderpartijtje. Dat is het eerste waar je aan denkt bij het zien van de nieuwe schilderijen van Kiki Lamers (1964) in de Annet Gelink Gallery. Zeven kinderen, geschilderd in Lamers’ kenmerkende grijs-roze palet, bevolken de muren. Allemaal dragen ze maskers, van hondenkoppen, kattenneuzen of konijnensnuiten. Het partijtje moet op een zomerse dag hebben plaatsgevonden, want de kleuters hebben ontblote bovenlijfjes. Toch is van een zonnige stemming geen sprake.

Op een schilderij met de titel Sad Bunny is een jongetje met een paashaasmasker geportretteerd. Hij staat er slungelig bij, alsof hij zich het liefst zo snel mogelijk zou verstoppen. Weg van dit rotfeest. Zijn smalle schouders hangen omlaag en zijn armen bungelen slap langs zijn lijf. Een net wat te mollige buik piept over de rand van zijn broek, waarvan de gulp half open staat.

Wat is er gebeurd met de stoere, zelfbewuste kinderen die we kennen van Lamers’ vroegere schilderijen? Op voorgaande tentoonstellingen waren het hondsbrutale peuters die ons met priemende blikken vanaf het canvas aanstaarden, met een houding van ‘kom maar op’. Maar ditmaal verschuilen de kinderen zich achter maskers. Ze houden hun hoofdjes schuin, als huisdieren die om aandacht bedelen. Daardoor krijgen ze, zoals op het droeve hondenkopschilderij Dogface 1, vooral iets meelijwekkends.

Zou het te maken hebben met de moeilijke tijd die Kiki Lamers achter de rug heeft? De Nederlandse kunstenaar raakte enkele jaren geleden in de problemen toen ze in haar woonplaats in de Franse Auvergne een fotorolletje liet ontwikkelen met daarop kiekjes van blote kinderen. De winkelier waarschuwde de politie en Lamers werd beschuldigd van het in bezit hebben van kinderporno. De foto’s, die de kunstenaar gebruikte als voorstudies voor haar schilderijen, werden door de Franse justitie als „suggestief en zelfs obsceen” gekenmerkt.

De schilderijen die Lamers maakte na haar veroordeling, en die ze in 2005 bij Annet Gelink toonde, waren buitengewoon somber. Geknakte en verwelkte zonnebloemen domineerden die tentoonstelling, geschilderd in depressieve grijstinten. Er hing een portret van een meisje met natte ogen. En er was een schilderij van een puber, die ditmaal eens geheel gekleed was – alsof de kunstenaar geen enkel risico meer durfde te nemen.

Op de huidige expositie zijn de blote buiken weer teruggekeerd en is ook het palet weer een stuk fleuriger. Toch hangt er nog altijd een doemsfeer in de ruimte. De maskers zijn niet vrolijk, maar geven de portretten juist een wrange bijsmaak. Zoals ook de clowns in de video’s van Bruce Nauman en de kerstmannen in de werken van Paul McCarthy niet vrolijk zijn – eerder gemeen en sarcastisch. Dit zijn kinderen die iets is aangedaan. Die zich in stilte terugtrekken en ooit, als niemand het verwacht, wraak zullen nemen.

Toen Kiki Lamers in 1992 de Rijksacademie verliet, maakte ze zelfportetten. Later begon ze haar kinderen te schilderen, en die van vrienden. Vervolgens kwamen de stillevens. Maar eigenlijk bestaat het hele oeuvre van Lamers uit zelfportretten. Lamers kan niet verbloemen wat haar gemoedstoestand is, ook al portretteert ze het gezicht van een ander. Ze schildert emoties, háár emoties.

In dat opzicht is het schilderij Hear no Evil (2006), dat in de entreehal van de galerie hangt, typerend. Het is een portret van een chimpansee, die met zijn handen in het haar zit. Het is een typische apenhouding. Maar als kijker zie je er ook direct iets menselijks in. Zijn ogen glinsteren en staren in de verte. Het is een blik van verslagenheid.

T/m 24 febr in Annet Gelink Gallery, Laurierstraat 187-189, Amsterdam. Di t/m vr 10-18u, za 13-18u.
    • Sandra Smallenburg