Kosovo moet het van Europa hebben

De VN-gezant voor Kosovo stelt vandaag nieuw bestuur voor de Servische regio voor.

De EU is verdeeld over de toekomst van het gebied.

Bijna acht jaar nadat de Verenigde Staten Europa te hulp moesten schieten om Servië in te tomen, is datzelfde Europa nog steeds verdeeld over het vervolg: hoeveel onafhankelijkheid mag de Servische provincie Kosovo krijgen?

De tijd dringt. De speciale gezant van de Verenigde Naties voor de kwestie-Kosovo, de Finse oud-premier Martti Ahtisaari, wil vandaag voorstellen presenteren voor het toekomstige bestuur van Kosovo, dat sinds de oorlog van 1999 een protectoraat van de VN is.

Ahtisaari’s plan zal, zoveel is er al wel van uitgelekt, stoelen op twee pijlers: robuuste bescherming van de rechten van minderheden en krachtig internationaal toezicht. Daarin is, in elk geval, een cruciale rol weggelegd voor de Europese Unie, zowel bestuurlijk als militair.

Maar hoe? Daarover zijn de Europeanen het allerminst eens. „Ik hoop niet straks te moeten concluderen dat het voor ons eenvoudiger is vrede tot stand te brengen in Afrika, dan op ons eigen continent”, zei Ahtisaari woensdag in Straatsburg.

Eerst maar eens de voorstellen van Ahtisaari afwachten, is de overheersende Europese houding. En daarna maar eens zien hoe zijn voorstellen vallen in Servië, en door de landen die het in de VN-Veiligheidsraad voor het zeggen hebben.

Rusland, dat in deze Veiligheidsraad over vetomacht beschikt, wil niets weten van onafhankelijkheid voor Kosovo. Moskou vreest precedentwerking voor zijn eigen, naar autonomie strevende regio’s.

Voor sommige Europese landen geldt vergelijkbare angst. Zoals Spanje, dat met de Baskische afscheidingsbeweging ETA worstelt. Een op het Kosovo-model gebaseerde vorm van ‘geconditioneerde onafhankelijkheid onder internationaal toezicht’ haalt volgens Madrid de geest uit de fles.

Of Roemenië, dat binnen de eigen grenzen met een actieve Hongaarse minderheid heeft, maar bovendien ook is gebaat bij rust in de regio. „Onafhankelijkheid, waarom? Er bestaan toch geen Kosovaren? Er is sprake van een Albanese minderheid in Servië, die leeft in een gedeeltelijk soevereine provincie”, zegt de Roemeense socialistische europarlementariër Adrian Severin. Onafhankelijkheid voor Ko-sovo is volgens hem een „klap in het gezicht” van Servië die slechts zal leiden tot verdere onrust op de Balkan.

Griekenland voelt er om die reden ook weinig voor de Serviërs te bruuskeren, terwijl Cyprus met het door Turkije bezette deel aan de noordkant niet weer een onafhankelijkheidsstreven beloond wil zien.

Een explosief vraagstuk dus, ook voor huidig EU-voorzitter Duitsland. Berlijn hoopt dat de tegenstanders van ‘geconditioneerde onafhankelijkheid’ voor Kosovo uiteindelijk zullen bijdraaien als de oplossing van Ahtisaari binnen de VN brede steun krijgt. „Ik kan me niet voorstellen dat landen als Spanje en Roemenië dan een regeling in gevaar zullen brengen”, zegt een direct betrokkene.

Veel hangt ook af van de nieuwe regering die in Belgrado zal aantreden na de Servische verkiezingen van afgelopen zondag. De Duitse bondskanselier en huidig EU-voorzitter Angela Merkel wil niet het probleem van de Albanezen in Kosovo zó wordt opgelost dat Servië gefrustreerd achterblijft. Belgrado moet, zoals zij dat noemt, perspectief’ worden geboden.

Dat perspectief heet: Europa. Deze week nog herhaalde voorzitter José Manuel Barroso van de Europese Commissie, in het bijzijn van de nieuwe hoogste man van de Verenigde Naties, de Zuid-Koreaan Ban Ki-moon, dat „de toekomst van Servïë in de Europese Unie ligt”.

Complicatie is dat de Unie zelf de besprekingen met Servië heeft opgeschort, omdat Belgrado te weinig doet om door het Joegoslavië-tribunaal gezochte oorlogsmisdadigers op te sporen. Ook hierover is de Unie verdeeld: Italië en Griekenland willen een soepeler houding, terwijl het Verenigd Koninkrijk en Nederland een harde lijn jegens Servië voorstaan.

In het Europese ‘perspectief’ voor Kosovo zit ook militaire aanwezigheid. Nu al buigen EU-vertegenwoordigers in Kosovo zich over taken die de EU kan overnemen van de VN. Dat vergt subtiel opereren. „We moeten ons voorbereiden op de taken die we als EU in Kosovo krijgen als de status eenmaal is bepaald. Dat is van belang, want we moeten er direct in kunnen springen als een Veiligheidsraadresolutie is aangenomen”, aldus de Nederlandse topdiplomaat Pieter Feith die werkzaam is op het bureau van EU-buitenlandcoördinator Javier Solana.

Het ingewikkelde is volgens Feith dat niet de indruk mag worden gewekt dat reeds op een resolutie van de Veiligheidsraad vooruit wordt gelopen. „Het moet zorgvuldig worden ingekaderd met allerlei aannames en voorbehouden, want het is politiek ondenkbaar dat wij door onze planning al een zekere richting zouden aanduiden.” Binnen de NAVO, sinds 1999 met een troepenmacht in Kosovo aanwezig bestaat bezorgdheid over deze overgangsperiode. Er mag geen vacuüm ontstaan, zegt de militaire verdragsorganisatie.

Het is de bedoeling dat de VN-missie (UNMIK) wordt omgezet in een door de EU geleid International Civilian Office. Dat zal zich vooral bezighouden met rechtshandhaving en openbare orde. De EU houdt er rekening mee dat daar zeker 1.000 politieagenten en ambtenaren uit de EU-landen voor nodig zijn. Daarbij gaat het ook om trainingen van Kosovaren. Of die gevonden worden? Feith: „Ik neem aan dat de lidstaten hun beloften nakomen.”