IJs kan je niet helpen

Pauline Slot: De inwendige. De Arbeiderspers, 269 blz. €18,95

Pauline Slot: De inwendige. De Arbeiderspers, 269 blz. €18,95

In De inwendige vertelt hoofdpersoon Alma Oosting over haar eetverslaving. Na een paar hoofdstukken komen de lammetjespap, de schoolmelk en het vruchtvlees je de strot uit. Wellicht is dat ook precies wat auteur Pauline Slot beoogt, want het meisje dat zij al kauwend, likkend en slikkend opvoert, ontwikkelt zich tot een boulimia-patiënte. Als studente in Leiden propt zij zich vol met ongezonde troep die ze vervolgens uitkotst.

Misschien moeten we het zintuiglijke proza, waarin een kind mijmert over eten, als ‘experimenteel’ opvatten. Niet voor niets geeft Slot deze roman, haar vierde alweer, een motto uit The Hours van Michael Cunningham mee en deze op zijn beurt liet zich voor die roman inspireren door Virginia Woolfs Mrs. Dalloway. De bedoeling is duidelijk: Pauline Slot wil ons meenemen in de ‘stream of consciousness’ van haar hoofdpersoon.

Deze opzet blijft echter steken in een wijze van schrijven die het midden houdt tussen het therapeutische zelfhulpboek en de psychologische roman waarin de stoornis uit jeugdervaringen en opvoeding wordt verklaard. Het bewustzijn en de herinnering van de hoofdpersoon zijn bepaald door eetervaringen. Dat wordt de lezer via allerlei associaties, opgewekt door snoepketting en vlaflip, ingepeperd.

Alma groeit gedurende de jaren zestig op in een bekrompen ambtenarenmilieu in Zoetermeer waar alles draait om netheid, fatsoen en schraperigheid. Niemand gunt elkaar het grootste stuk van de taart, bij elke lekkernij wordt gezegd dat ‘het niet ophoeft’ en van alles wordt bijgehouden hoeveel het kost.

Als Alma gaat puberen blijven haar gedachten zich op voedsel fixeren. Na een verhandeling over slagroom en Klop-klop stapt ze over op zoete marcaroni en bibber. ‘Voor mij hoeft bibber niet meer zo. Het smaakt naar limonadesiroop en is glibberig als de gelei in een blikje cornedbeef.’ Alternatieven heeft ze niet. Zelfs films vindt ze niks. Daar komen vrouwen in voor die springen en dansen. Nog maar eens: ‘Dat hoeft voor mij niet zo’.

Het proza wordt gaandeweg eentoniger, de therapeutische taal krijgt de overhand. Alma promoveert, ontwikkelt na een paar mislukte liefdes en een fietstocht door Australië een stabiele relatie met een vrouw en maakt ten slotte een gigantische maaltijd voor haar familie die ze gewoon binnen houdt. Intussen is ze dan ook in therapie geweest. Daar heeft ze geleerd dat eten niet kan troosten en ijs geen pijn weg neemt. Ongetwijfeld allemaal waar, maar met literatuur en Virginia Woolfs ‘stream of consciousness’ heeft het weinig meer te maken. Om in therapeutische termen te blijven: vergeleken met Slots vorige romans en zeker haar debuut Zuiderkruis uit 1999 is het autobiografische geneuzel in De inwendige een terugval. Dat hoeft voor mij niet zo.