Hoe het warm eten uit de middag verdween

Toneel: De geschiedenis van de familie Avenier van Maria Goos door Het Toneel Speelt. Tournee t/m 6 mei. Inl. 020-6269550 of www.hettoneelspeelt.nl

„Ik doe voor een snee de winkel niet dicht”, zegt de kruidenier boos als zijn vrouw hem om twaalf uur brood wil voorzetten.

Typisch zo’n zin van Maria Goos waarvoor de mensen hun huizen uitkomen. Volkspoëzie, scheefstaand Nederlands. In dit geval tekent de zin ook nog twee van de stillere revoluties die Nederland na de Tweede Wereldoorlog hebben veranderd: het verdwijnen van de traditionele kleine kruidenier die boven zijn eigen zaak woonde, en het verplaatsen van het warm eten van ’s middag naar ’s avonds.

Vele van dit soort zinnen komen voorbij in haar nieuwe toneelstuk De geschiedenis van de familie Avenier, een vierdelig familiefeuilleton à la Heimat, waarin we een halve eeuw lang één familie volgen, en aan de hand daarvan Nederland ingrijpend zien veranderen. Deel 1 en 2 gingen gisteravond in première. Deel 3 en 4 volgen volgend jaar.

De familie Avenier, kleine Brabantse middenstanders. Vreemd genoeg schreef Goos niet vaker over zo’n volkse familie, terwijl ze er zo in thuis is. We beginnen op oud en nieuw 1955. Net als in Goos’ eerdere werk zijn de familieleden nogal hard tegen elkaar, toch voel je verbondenheid en liefde. Constanten in de vele verhaallijnen zijn: seksproblemen, vluchten of blijven, trouwen met de tweede keus, in stilte houden van een ander, lief en arm, of hard en rijk zijn. Ondertussen geeft ze een prachtig tijdsbeeld van het oude Nederland, het knusse, kleinburgerlijke landje, waarin reeds de kiemen liggen van de revolutie die vijftien jaar later losbarst, in deel 2. Dan zitten we in 1970, bij de doodskist van een der broers.

Nederland wordt stinkend rijk, de welvaart en de jongerenopstand in de jaren zestig weekt de oude verhoudingen los, en stelt er niet veel zekerheid voor in de plaats. Maar Goos blikt niet terug in nostalgie. Een land op drift geeft ook kansen aan degenen die minder gelukkig zijn in de familiedwangbuis: „Als een mens los is van waar een mens nooit los van was, dan weet je het pas”.

In die zedenschets van veranderend Nederland is Goos niet altijd even subtiel. Het voelt alsof ze álles erin heeft willen stoppen: van shoah tot de eerste Turk. Maar net als het allemaal teveel lijkt te worden, komt Goos weer met een scherpe observatie: „Het is een vrolijk land geworden. Past hier niet.”

Avenier heeft de structuur van een langlopend feuilleton, maar moet wel in twee toneelavonden worden gepropt. Dat wreekt zich: hoe knap Goos ook iedereen een eigen karakter en probleem meegeeft: zeventien is teveel. Het duurt al een tijdje voor dat je door hebt wie wie is. Daarna blijft het vaak bij een schetsmatige familieportret. Gelukkig kunnen grote acteurs als Carine Crutzen, Peter Blok en Gijs Scholten van Aschat maximale tragiek en humor halen uit zinnen als: „En Australië is nou ook weer niet de ander kant van de wereld”.

‘Avenier’ is de eerste grote regie van acteur Jaap Spijkers. Hij toont zich een sterke acteursregisseur. In het bedenken van een sterke vorm, het uitzetten van de grote lijnen is hij minder sterk. Mede hierdoor mist het stuk een dwingend voortstuwende kracht .

Blijft staan dat Goos wederom haar grote gave toont om rijke, geestige dialogen te schrijven en daaruit mensen te scheppen van wie je kunt houden, van wie je wilt weten hoe het ze zal vergaan. Zij schrijft drama waar de toeschouwers naar hongeren, deze toeschouwer in ieder geval wel: oerNederlands, realistisch, herkenbaar, voorspelbaar, dichtbij, het is wat het is. Genieten en meeleven, daar gaat het toch om. Alleen al om Gijs Scholten van Aschat als de trage, besnorde kastelein terloops met zijn theedoek over de doodskist van zijn zwager te zien wrijven, alsof het de bar is, maakt deze toneelavond de moeite waard.

    • Wilfred Takken