Het gedicht over de gekeilde kwal kon opnieuw beginnen

Mijn dochter keilt een kwal over de zandbak.

Het was Gedichtendag en ik zat in de trein naar Eindhoven. In de speciale gedichtentrein, in de gedichtencoupé, met dichters die gedichten voorlazen die ik kon horen door een koptelefoon die ik bij de deur van de coupé had gekregen.

Het thema dit jaar was stilte. Vandaar de koptelefoons. Zo kon je in alle rust naar de gedichten luisteren, was het idee. Niemand had echter rekening gehouden met de NS-conducteurs en hun zo geliefde omroepsysteem.

Ruben van Gogh was net de zin Mijn dochter keilt een kwal over de zandbak aan het declameren, toen we hoorden: „Eén góédemorgen, dames en heren. Welkom in Eindhoven. Herstel! Herstel. ’s-Hertogenbosch. Deze trein rijdt verder naar Eindhoven. Dit is station ’s-Her-to-gen-bosch.”

Het was stil, en Ruben van Gogh begon opnieuw. Mijn dochter keilt een kwal over de zandbak. Daar kraste de intercom en klonk weer de stem van de conducteur. „Góédemorgen, dames en heren. Het is Gedichtendag. Dichters lezen hun gedichten voor via de koptelefoons. Dat doen ze in de eerste klas. Zorg dat u elkaar afwisselt met de koptelefoons. Het is Gedichtendag. Dichters lezen gedichten voor in de eerste klas, via de koptelefoons. Dames en heren, u zit in de Gedichtentrein.”

Het gedicht over de gekeilde kwal kon opnieuw beginnen. Dat lukte, maar door het gedicht heen hoorde ik de Nokia van de NS-medewerkster achter mij. „Ja? Ja. Ja. Ja, dat is goed. Ik kan wel even proberen dat een dichter met een microfoon poseert. Ja. Dat is goed.”

In de verte zei in mijn koptelefoon een dichter iets als Maar hou me alsjeblieft met echte armen vast. Een stuk harder dan dat hoorde ik de stem van een andere dichter, die bij de deur van de coupé geïnterviewd werd. „Je hoort jezelf op de koptelefoon, dus je kunt heel genuanceerd voorlezen”, zei hij tegen de verslaggeefster. Haar Nokia begon nu ook te rinkelen.

... niet één mens kan leren voelen..., klonk het zachtjes in mijn koptelefoon. En toen weer het gekraak van de intercom. „Wij komen aan in Eindhoven. Op spoor twee. Eindhoven, spoor twee. Het is Gedichtendag. Dichters lezen hun gedichten, in de eerste klas. Dames en heren, u zit in de Gedichtentrein. Het thema dit jaar is stilte.”

    • Aaf Brandt Corstius