Gevoelig schrijven is een pest

A.L. Snijders Foto Vincent Mentzel Peter MŸller (A.L.Schneiders),auteur,dichter,schrijver. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Amsterdam, 25 januari 2007 Mentzel, Vincent

A.L.Snijders: Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk. AfdH Uitgevers, 461 blz. € 39,50 (gebonden).

Nulla dies sine linea – ‘Geen dag zonder lijn’. In de Middeleeuwen was het de lijfspreuk van Duitse houtsnijders; in de bundel Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk is het de clou van een kort verhaal; en in het leven van de auteur A.L. Snijders is het een richtsnoer. Iedere dag en soms meermaals daags schrijft hij een verhaaltje, dat hij per e-mail opstuurt aan een selecte groep bewonderaars. ‘ZKV’s’ noemt hij ze, Zeer Korte Verhalen – dit ter onderscheiding van de langere verhalen (van iets meer dan 200 woorden) die hij als column in de krant of op de radio publiceert. Ze beschrijven een dagelijkse gebeurtenis, een gedachte, een gelezen boek, een jeugdherinnering, of een combinatie van dit alles. Je zou ze haiku’s in proza kunnen noemen, maar misschien is het beter om – in navolging van de door Snijders bewonderde Nobelprijswinnaar Kawabata – te spreken van handpalmverhalen.

Mea culpa: de ZKV’s van Snijders lagen al twee maanden op mijn stapel nog-te-lezen- boeken, en telkens legden ze het af tegen de actualiteit – van de nieuwe Möring tot de nieuwe van Dis. Begrijpelijk misschien, maar jammer, want Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk hoort bij de intrigerendste en best geschreven boeken van 2006. Gelukkig is het nog niet te laat, hoewel de eerste druk van de beeldschoon vormgegeven bundel inmiddels is uitverkocht en de kopers het nu moeten doen met een licht uitgeklede versie zonder leeslint of roodgedrukte hoofdstuktitels.

Mea maxima culpa: ik had tot november nog nooit van Snijders gehoord, terwijl hij in de jaren negentig drie bundels bij Thomas Rap publiceerde. Lezers van regionale kranten zullen hem wél kennen, net als de luisteraars van het radioprogramma De Avonden en een kleine groep literaire fijnproevers, van wie Tommy Wieringa (die hem op de achterflap ‘de meester van het éénharig penseel’ noemt) de bekendste is. A.L. Snijders is het pseudoniem van Peter Müller, geboren in 1937 in Amsterdam en tot zijn pensionering leraar Nederlands op een politieschool. Uit zijn ZKV’s kunnen we de rest van zijn leven bij elkaar puzzelen: trots lyceïst, beeldend kunstenaar in opleiding en student Nederlands in de jaren vijftig, leraar Nederlands daarna; fervent lezer, devoot atheïst, veertig jaar getrouwd met dezelfde vrouw, tegenwoordig wonend in de Achterhoek. Niet dat dit er iets toe doet. Aan schrijvers wordt te veel belang gehecht, schrijft Snijders; ‘ikzelf zou liever in een cultuur leven waarin nooit iemand aan de schrijver zou denken, alleen aan de verhalen.’

Waar gaan de verhalen van Snijders over? Over literatuur en de herinnering. Over reizen in binnen- en buitenland. Over mensen – familie, vrienden, kennissen – en over leugens. En dus over overspel, onder het motto: ‘De taal is niet rijk genoeg voor de liefde. De taal is wel een goed instrument voor het beschrijven van het bedrog.’ Dat laatste geldt zeker voor Snijders’ taal, die zorgvuldig is en elegant, en gekenmerkt wordt door korte zinnen en laconieke overgangen. Zijn stijl is er een die in je hoofd blijft zingen; heel herkenbaar en tegelijkertijd op bijna iedere bladzijde verrassend. Hoewel Snijders, net als zijn voorbeeld Tacitus, een hekel heeft aan sentiment (‘Gevoelig schrijven is een grote pest, het is een vorm van hysterie’) weet hij je te ontroeren, of hij nu over oude vrienden schrijft of over historische figuren, over de paasvuren in Oost-Nederland of een echtscheidings-‘mediator’ die van haar geloof valt door het lezen van een passage uit de Parallelle levens van de Griekse biograaf Plutarchus.

Snijders is dol op de klassieken, die hij uitgebreid aanhaalt en in verband brengt met zijn dagelijks leven. Maar hij beperkt zich niet tot schrijvers als Tacitus en de filosoof-keizer Marcus Aurelius. Hij herleest de verhalen van John Cheever ‘zoals een ouderling de bijbel leest’, hij bewondert de ‘ongrijpbare toon’ van schrijver-filmer Luis Buñuel, hij dweept met Nescio (vooral diens verhaal ‘Vae victis’) en probeert diens stijl te evenaren, hij citeert en becommentarieert Tucholsky en de deze week overleden Kapuscinski. ‘Kennis van het leven moet uit boeken gehaald worden, niet uit de smoezelige werkelijkheid zelf’, schrijft hij na de samenvatting van een diep Poesjkin-verhaal. Vandaar dat hij zo veel en zo treffend in zijn ZKV’s citeert. Zijn overgave aan de literatuur doet denken aan die van buitenlandse leesfanaten als Alberto Manguel (Dagboek van een lezer) en Nick Hornby (The Polysyllabic Spree). Met de laatste heeft hij ook een subtiel gevoel voor humor gemeen. Ik zal niet de enige zijn die grinnikt om de eerste zin van de korte jeugdherinnering die de titel ‘Lood’ meekreeg: ‘Meneer Lantinga gaf ons wel eens een schop als we in de hoek moesten staan, maar daar sloeg niemand acht op, want het was 1947.’

‘Lood’ begint grappig, maar is ook een van de verhalen die in kort bestek het belangrijkste thema van Snijders illustreren: de komische vergeefsheid van het menselijk gewemel. Zo becommentarieert hij in een van de vele verhaaltjes over overspel het Parijse liefdestripje van twee buitenwijkbewoners met de woorden: ‘Geleende melancholie, romantiek van hun ouders’. Maar hoe zinloos het leven van de door hem beschreven personen ook lijkt, voor de goede beschouwer valt er altijd wat te leren. Iedere kleine geschiedenis ‘laat zien dat als je alle grote theorieën van je afschudt en alle grote verbanden wantrouwt, dat je dan, midden in het bos, waar een straal licht valt, iets kunt zien wat je niet verwacht had, hoe lullig het ook is.’

‘Als ik een olifant zou zijn, zou ik een dik boek schrijven, maar ik ben een wezel en daarom moet ik het bij kleine stukjes laten,’ schrijft Snijders in ‘Berlijn’. Een paar maanden geleden stond er in deze bijlage een artikel over de opkomst van de flash fiction, ultrakorte verhalen die op de huid van van de zapcultuur zouden zijn geschreven (Boeken 09.09.06). De ZKV’s uit Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk zijn daar de non-fictiependant van, zodat A.L.Snijders zich plotseling in de hippe voorhoede van de hedendaagse literatuur lijkt te bevinden. Misschien kan dat hem verzoenen met het feit dat hij er niet in slaagt om dikke boeken te schrijven of dat zijn aangekondigde boek Herinneringen aan een vader nooit verder kwam dan drie pagina’s. En de lezers aan wie hij zegt niet te denken? Die kunnen meer dan tevreden zijn: beter één prachtige verzameling flash non-fiction dan tien verplichte nummertjes van langere adem.

Bij AFdH Uitgevers is ook verschenen: ‘Herinneringen aan een vader. Vier verhalen’, een bibliofiele bundeling van vier fragmenten die iets langer zijn dan een ZVKV. 46 blz. €29,50

    • Pieter Steinz