Geen autisme na prik

Vaccinaties veroorzaken geen autisme. Dat concludeert de Gezondheidsraad in een gisteren gepresenteerde analyse van bestaande internationale publicaties hierover.

In 1998 stelden Britse onderzoekers in het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet dat de vaccinatie tegen bof, mazelen en rodehond (BMR) kan leiden tot autisme. Zij schreven over acht kinderen bij wie snel na hun vaccinatie autisme werd geconstateerd.

Dat leidde tot grote onrust. In Groot-Brittannië daalde het aantal gevaccineerde kinderen van 91 tot 85 procent. In Japan werd de BMR-vaccinatie in de stad Yokohama vrijwel stopgezet. De Gezondheidsraad vindt dit voorbeeld een van de duidelijkste aanwijzingen dat er géén verband kan zijn. Want terwijl de vaccinatiegraad in de Japanse stad daalde van 70 naar 2 procent, bleef het aantal kinderen met autisme stijgen. De raad vindt het ook opmerkelijk dat tien van de twaalf auteurs van het artikel in de The Lancet hun interpretatie uit 1998 hebben ingetrokken.

Ouders moeten hun kinderen daarom vanaf veertien maanden blijven inenten tegen bof, mazelen en rodehond, vindt de Gezondheidsraad. Momenteel wordt ruim 95 procent van de Nederlandse baby’s gevaccineerd. Dat is niet veranderd sinds 1998.

Homeopaat Martin de Munck, een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken, zegt dat zijn vereniging blijft geloven in een verband. „Wij zien gewoon kinderen met gezondheidsproblemen vlak na de vaccinaties.”