Fix tegen de Feithen

Een kist vol documenten op een veiling bleek een schat. Atte Jongstra herontdekte de onterecht vergeten, strijdbare en kritische Zwolse schrijver Henry II Fix (1774-1844). Een ongekend en waarnemer van zijn tijd. Vandaag opent in Zwolle een expositie over Fix.

Kan men in het juiste seizoen de slede als organisme beschouwen...?’ Notitie op achterzijde tekening, aangetroffen in de Collectie Henry II Fix (HCO. Zwolle) citaat van Henry II Fix, archieven Zwolle

In 2003, op een kijkdag van het Leidse veilinghuis Burgersdijk & Niermans, trof ik drie kisten aan. Er zaten een flink aantal prenten en tekeningen in, en een enorme hoeveelheid dichtbeschreven foliovellen, verpakt in mappen met opschriften als ‘Theorieën’, ‘Vogels grijpen’, ‘Aantekenen!’, ‘Mijn avonturen’of ‘Toonkunst’.

De veilingcatalogus vermeldde dat het om de Collectie Schutte ging, de verzameling oogde negentiende-eeuws. Schatgraversgevoel, direct. Het liep echter tegen het eind van de dag. Veel tijd had ik niet. De bezoekers werden al gemaand zich naar de uitgang te begeven. De week daarop toch ter veiling getogen. Het was een gokje waard. Tot mijn vreugde bleek ik de enige bieder, vier dagen later had ik de kisten in huis. Ik schatte de omvang van mijn aankoop – ongeveer een kubieke meter. Waar te beginnen? Ik pakte een prent bovenaan die vuurwerk verbeeldde, met onweer op de achtergrond. Achterop vond ik een handgeschreven notitie:

DE THEORIE DER INDRUKKEN Eens hadden wij hier ter stede lustvuurwerk, waarbij zich zeer slecht weer voordeed en zich een tweede schouwspel ontrolde, dat in kracht en sterkte zeer de overhand nam. Wat de mens aan machtig knalwerk voort te brengen wist, werd overstemd door het gerucht der natuur. De bliksem deed het lichten der kunstwerken verbleken, die onder andere omstandigheden grote indruk maken.

Ik ontleende aan deze gebeurtenis de eerste aanzetten tot mijn Theorie der Indrukken (vastgelegd 1815 A.D.), namelijk dat de kracht van de indruk sterk afhankelijk is van de omstandigheden. Henry II Fix dixit.

Gek, dacht ik. Wonderlijke tekst. En wat deed deze Fix in de collectie Schutte? Vergelijking met het handschrift van andere stukken vertelde dat Henry II Fix de auteur van alles was. Maar wie was Schutte dan?

Prachtig. Je koopt kisten vol manuscripten en de vragen stapelen zich op. Wie, hoe, wat, wanneer? Ik begon me een echte archivaris te voelen.

Naar dat gevoel gehandeld, en tussen het lezen van de manuscripten door een heuse archiefinventaris gemaakt. De opgeteld bijna duizend stukken bestonden uit notities, wetsvoorstellen, theorieën, een paar portretten uit de begintijd van de fotografie, gedichten, citaten van anderen, pamfletten in manuscript, inventarissen, beschrijvingen van planten, dieren en natuurverschijnselen, dagboekaantekeningen, karakterschetsen van tijdgenoten, elegieën, aubades, grafschriften, bonmots, en alle mogelijke mengvormen van genoemde genres.

De auteur bleek de Zwollenaar Henry II Fix (1774-1844). Eén stuk (drie lijvige mappen) betrof zelfs een complete autobiografie, Mijn avonturen geheten. In deze omstandige beschrijving van Fix’ voornamelijk geestelijke wederwaardigheden – fysiek maakte hij niet al te veel mee – valt de naam Schutte, de trouwe huisknecht die Fix na de dood van diens ouders met raad en daad bijstond. Fix liet zijn complete inventaris na aan de man die hij veelal met ‘mijn waarde majordomus’ aansprak. Zelf had hij geen kinderen. De Collectie Henry II Fix moet dus via nazaten van de huisknecht als Collectie Schutte op de veiling terecht zijn gekomen. Daarmee is dat raadsel opgelost. Gelukkig bleven er vele raadselen over, met als belangrijkste: hoe werkt de geest van Henry II Fix? Want dat het hier om een hoogst onalledaagse scribent ging was mij al snel duidelijk.

Wat ik uit de Fix-avonturen opmaakte, is het volgende. Henry II werd als helft van een eeneiïge tweeling in 1774 geboren, en was de zoon van de rariteitenverzamelaar Hendrik Fix, telg van een dankzij de beruchte zeventiende-eeuwse windhandel in tulpen rijk geworden, Zwols renteniersgeslacht. Eerstgeborene was de latere acteur Louis Fix. Henry haatte deze broer, een charlatan in zijn ogen. Henry, die een horrelvoet had, was in de ogen van zijn vader duidelijk van het tweede garnituur.

Zijn moeder daarentegen koesterde een verstikkende liefde voor haar tweede kind. Moeder Fix trachtte van haar oogappel een ideale leerling te maken. Ze liet hem de Franse en Duitse boeken lezen die de modelopvoeding van de late achttiende eeuw voorschreef, vaak in dialoogvorm. Tweegesprekken van dat type moet zij ook zelf eindeloos met de jonge Henry hebben gevoerd, getuige het kennelijk pedagogische ‘regenworm- en kevergesprek’ dat Henry in diens avonturen weergeeft.

Henry hield van zijn mama, maar haar plotselinge dood in 1801 lijkt toch een opluchting zijn geweest. Als een ware terreur ervoer hij het dagboek dat zij hem jarenlang liet bijhouden, waarin hij zich voortdurend moest verstaan met zijn geweten – door haar ‘het mannetje van binnen’ genoemd.

Een opvoeding van dit type laat weinig

ruimte voor de normale dingen die kinderen doen. Van hengelen aan de vliet, ravotten of met andere kinderen buiten spelen lijkt in Henry’s geval zelden sprake te zijn geweest. Dit heeft hem getekend. Henry II Fix is een weinig praktische, vergeestelijkte figuur. Dit blijkt niet in de laatste plaats uit zijn levenslange verloving met de Weduwe Wilhelmina Wilders, de vrouw die moeder Fix nooit helemaal uit Henry’s hart heeft kunnen verdringen. Ondanks aandringen van zijn beoogde wederhelft heeft Henry een huwelijk altijd afgehouden. Zijn studeren en werken ging voor.

Van dat studeren en werken getuigt Fix veelvuldig in zijn autobiografie. Eén van zijn ontelbare notities laat dat fraai zien:

KAMERVOL De mens, zeker de mens met een verzamelende vader als ik, is omringd met ondermaanse artefacten. Ik heb mij bij het betreden van mijn volgepropte werkkamer vaak afgevraagd hoe het zou zijn in een lege ruimte aan te kunnen vangen, helemaal opnieuw. Uiteindelijk besloot ik zo’n ruimte aan het tekenpapier toe te vertrouwen. Een kort moment van vrijheid trad in. Inzichten en theorieën deden zich echter onmiddellijk voor, in zulke overstelpende mate dat het scheen alsof ik wederom in een overmatig gevulde kamer verkeerde.

Inzichten en theorieën, hoe vreemd soms ook. Niet zelden is Fix ronduit visionair, bij voorbeeld als het gaat om een ontwerp voor een Volkerenbond of de ontwikkeling van Zwolle als toeristenstad. Dwars is hij overal, en een zekere venijnigheid ligt vaak op de loer. Zo ziet hij in de wielewaal een symbool van de domheid (dudeljo zou een verbastering zijn van het Franse idiot), en de van oudsher met Zwolle rivaliserende buurstad Kampen komt er in zijn geschriften bedonderd vanaf.

Openlijk vijandig is Henry II Fix jegens de Zwolse Prins der dichters Rhijnvis Feith (1753-1824), die hij als dichtende jongeling een van zijn poëtische producten voorlegde en terugkreeg met bijzonder negatief commentaar. Deze ‘Kwestie Fix versus Feith’ waar Fix sindsdien van spreekt, is op niets minder dan een duel uitgelopen.

Rhijnvis Feiths geringe geestdrift over Fix’ poëzie is overigens achteraf best te begrijpen. De vele gedichten die ik in de kisten aantrof zijn tegen de eisen van die tijd rijmloos en nogal proza-achtig. Desondanks vertonen ze vaak een onverwacht poëtische kracht.

Henry II Fix is in het Zwolle van zijn dagen de (nogal geïsoleerde) waarnemer op afstand. Hij volgt de roerige dagen der patriotten, beschrijft hoe de Fransen komen en de kozakken hen weer wegjagen. Slechts bij uitzondering begeeft hij zich onder het volk, hij voelt zich snel bedreigd. Zeer ongewoon – en een hele onderneming in die tijd – is zijn reis in 1815 naar het Slagveld bij Waterloo vlak na de Slag. Hij treft er oorlogstoeristen aan – veel Engelsen die tussen de opgezwollen lijken van mannen en paarden op zoek zijn naar memorabilia.

Henry is derwaarts gereisd

aangezien zijn gehate broer Louis aan de Slag had deelgenomen en vermist wordt. Eigenlijk wil hij zich vergewissen van diens dood, we lezen er in de Avonturen navrante regels over.

Ook over de latere Tiendaagse Veldtocht (1831) uit Henry II Fix uitgebreid. Zeer negatief, niet onwaarschijnlijk omdat hij was geweigerd (zijn horrelvoet) toen hij zich aanmeldde voor actieve dienst. In de nationale Veldtochtheld Jan ‘dan liever de lucht in’ van Speijk ziet hij niet meer dan een idioot.

Typisch Henry II Fix. Bijna weerloos in het volle leven, maar strijdbaar en bijzonder kritisch in zijn geschriften.

Het waarnemerschap van Henry Fix leverde fraai beschreven observaties op, lokale historie én wereldgeschiedenis te Zwolle. Beschreven door iemand die in zijn stad ‘de beste van alle werelden meende te vinden, maar die steeds ijverde dat beste nóg beter te maken’. Zo leidt ergernis over gevaarlijke toestanden in het plaatselijke verkeer onmiddellijk tot Fix’ ontwerp van een verrassend modern ogende Wegenverkeerswet. Ik vond hem in een van de kisten terug.

De grootste verrassing van de Collectie Henry II Fix is echter zijn persoonlijkheid, een type dat ik in de Nederlandse negentiende eeuw niet eerder ben tegengekomen. In de eerste plaats is Fix de spreekwoordelijke dilettant. Hij is amateur in alles: tekenen, schilderen, dichten, schrijven, techniek, landbouw (hij voorziet het prikkeldraad als afrastermethode, vijftig jaar voor de daadwerkelijke uitvinding), internationale politiek, biologie, staatsinrichting, muziek, noem maar op. Een man met vele talenten, waarbij steeds opnieuw de vaardigheid opvalt waarmee hij de schrijfpen hanteert. Want geschriften van Fix mogen dan vaak hun doel net missen, ze zijn nooit saai om te lezen. Hij combineert en deduceert op hoogstpersoonlijke wijze, en komt niet zelden tot verbijsterende conclusies.

Henry Fix is als kind van de achttiende eeuw een onvervalste encyclopedist, maar dan van het negentiende-eeuwse slag. Hij streeft naar het beheersen van de hele wereld, door middel van één stelsel van detailbeschrijvingen – bijzonder is trouwens dat in die samenhang voortdurend Zwolle centraal staat en in die stad Fix zelf. Tegelijkertijd is in al de Fix-geschriften het gevoel manifest dat de wereld te chaotisch is, te zeer aan verandering onderhevig om zijn grote onderneming te kunnen doen slagen. En precies tegen dat laatste gevoel heeft Henry Fix zich een leven lang verzet, met een inzet als die van Don Quichotte.

Rest de vraag waarom de geschriften van Henry II Fix bij leven nooit zijn gepubliceerd en hij dus volstrekt onbekend is gebleven. Zelf lijkt hij dat te wijten aan genoemde kwestie met de invloedrijke Rhijnvis Feith, de dichterenprins die in de dagen van Fix te Zwolle vele navolgers en vrienden kende. Met Feith bevriende boekhandelaren en drukkers – we lezen erover in de Avonturen – weigerden Fix’ geschriften uit te geven en te verkopen. Het lijkt er – óók na zorgvuldig onderzoek inderdaad op dat Henry II Fix door de Feithen zorgvuldig uit de geschiedenis is weggehouden. Onrechtvaardig is dat zeker. De fascinerende Henry II Fix verdient eerherstel.

Dat komt er. Zijn Avonturen worden uitgegeven, hij krijgt een borstbeeld, er wordt een tentoonstelling aan hem gewijd, er wordt een moderne bewerking van een van zijn muzikale composities uitgevoerd, over enige tijd luistert zelfs een Zwolse straat naar zijn naam.

Honderdendrieënzestig jaar na zijn dood… Hij moest er eerst veilinghamerstuk voor worden.

Schrijver Atte Jongstra is vanaf 2004 gastarchivaris vanwege het Provinciaal Rijksarchief Overijssel en Stadsarchief Zwolle. ‘De encyclopedie van Henry II Fix’ is vanaf vandaag t/m 29 mei 2007 te zien in de Geschiedenishal Historisch Centrum Overijssel, Zwolle.

Luister naar Fix’ Duet voor piano en cello, nr 1, ‘Aan mijn gemoed onttogen’, gereconstrueerd door Kees Wieringa en tijdens de opening opgevoerd door Wieringa (piano) en René Berman (cello), op www.nrc.nl/kunst

    • Atte Jongstra