Dierenpartij maakt zich over mensen geen zorgen

Veel Kamerleden van de Partij voor de Vrijheid en de Partij voor de Dieren maakten de afgelopen weken hun debuut in de Kamer. Ze praten het liefst over onderwerpen waar ze op gekozen zijn.

Dierproeven, dat was het enige waar het debuterende Kamerlid Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren het tijdens het debat over de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over wilde hebben. Een andere nieuweling, Fleur Agema, lid van de Partij voor de Vrijheid, had er al gauw genoeg van: „Volgens mij gaat het over mensen- en niet over dierenwelzijn”. Dat was een „droom”, zei Ouwehand, waar ze Agema graag uit wilde helpen. Agema probeerde het nog een keer. Ging Ouwehand nog wat zeggen over mensenwelzijn? „Dat hoort u nog wel”, was het antwoord. Toen Ouwehand was uitgepraat, was het antwoord duidelijk: nee.

Voor de Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders en de Partij voor de Dieren (PvdD) waren het de afgelopen weken de eerste begrotingsbehandelingen. Hoewel de formatie van een nieuw kabinet en de demissionaire status van de ministers de begrotingen wat overschaduwden, lieten beide partijen zich horen. De PvdD bouwt aan dierencoalities, de PVV bekent kleur, en daagt de VVD uit om te volgen.

One-issue partijen zouden het zijn, zeiden veel waarnemers over de partijen die na de verkiezingen van eind vorig jaar in de Kamer kamen. De PvdD (twee zetels) richtte zich in haar campagne op dieren. De PVV (negen zetels) hield zich vooral met allochtonen en islam bezig.

De „eenzijdigheid” van de PVV viel ook demissionair minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) tijdens het begrotingsdebat op: „Ik vond het wel interessant dat de bijdrage van mevrouw Agema bijna uitsluitend over allochtonen in de zorg ging”.

De Partij voor de Dieren heeft met haar imago geen enkel probleem, zo lijkt het. Dat blijkt niet alleen uit de laconieke reactie van Ouwehand op de verwijten van Agema, maar ook uit de zeven moties die zij bij de begroting van VWS indiende, allemaal over dierproeven. En uit de afwezigheid van de partij bij de begrotingen van Justitie en Binnenlandse Zaken. Zoals een Kamerlid, die niet openlijk over collega’s wil praten, zegt: „Dat is het grootste statement dat je als partij kan maken.”

Het is „vooral een kwestie van prioriteit”, zegt Marianne Thieme, fractievoorzitter van de PvdD. Als kleine partij heeft ze voor alle begrotingen samen een beperkte spreektijd. Dus de tijd díe ze heeft, gebruikt ze om te zorgen dat dieren aan bod komen. „Over mensen maak ik mij geen zorgen, daar zijn 148 andere Kamerleden voor.”

„Het is niet mijn stijl van politiek bedrijven, de wereld bestaat uit meer dan alleen dieren”, zegt Kamerlid Kees Vendrik (GroenLinks). De Dierenpartij is voor GroenLinks – als milieupartij ook begaan met dierenwelzijn – geen bedreiging, zegt hij, „meer een aanvulling”. Vendrik ondersteunde dan ook alle ingediende moties van Ouwehand. De PvdD heeft een grote kans vaker meerderheden voor dierenbelangen te vinden, verwacht het Kamerlid van Groenlinks. Zijn partij en de SP zullen vaak mee stemmen, en uit de hoek van de PVV krijgt de dierenpartij ook bijna altijd steun.

De Partij voor de Vrijheid is „van een ander slag”, zegt Vendrik. „Hun unique selling point is het bashen van alles dat naar buitenlanders of islam ruikt. Ik vind dat afschuwelijk.” Maar Wilders verdient ook een compliment. „Hij heeft zijn troepen redelijk voorbereid op het toneel gezet.” Ze weten hoe het parlement werkt. De fouten van de LPF worden door de PVV vermeden.

De partij van Geert Wilders wil geen anti-allochtonenpartij genoemd worden. Het bleek ook uit de ontstemde reactie van Agema op de woorden van Hoogervorst, die uiteindelijk zei dat hij maar een grapje maakte. De PVV kijkt verder: bij de begrotingen blijkt dat de partij zich ook richt op een hardere aanpak van criminelen.

Toch lieten de Kamerleden van de PVV allochtonen bij de begrotingsdebatten niet onbesproken. Er kwamen moties voor (1) een verbod op maagdenvliesherstellingsoperaties, (2) het halen van meer dan één partner uit moslimlanden, (3) een strengere controle op de inkomenseis bij gezinshereniging, (4) het gebruik van militaire vliegtuigen bij uitzettingen, (5) verplichten dat „zogenaamde relaties” van migranten tien in plaats van drie jaar moeten duren voordat de partner uit het buitenland zelfstandig een vergunning krijgt.

Keer op keer gaan alleen aan de uiterste rechterkant van de Kamer negen handen omhoog. Het zijn de negen leden van de Partij voor de Vrijheid die – na twee weken begrotingsdebatten – als enigen voor de eigen moties stemmen.

Vergeefse moeite? Nee, zegt partijleider Wilders: „Wij hebben de dure plicht om voor de 600.000 mensen die op ons gestemd hebben onze standpunten onversneden in te brengen.” Natuurlijk wil zijn partij liever een meerderheid voor eigen ideeën vinden, „maar we gaan niet zo lang met moties leuren tot ze meer water dan wijn zijn.” Voor Wilders is de verkiezingscampagne  alweer begonnen. Door onhaalbare moties toch in stemming te brengen, zijn „andere partijen verplicht kleur te bekennen”. Over een paar jaar, zegt Wilders, mag de VVD dan uitleggen waarom het tegen dit soort moties stemde.

Het voorlezen van een „diarree van kille moties zonder erover te debatteren”, zegt Fred Teeven van de VVD, is niet zijn stijl. De PVV wil volgens hem helemaal geen steun. Ze komen niet langs om te overleggen over de moties, proberen tijdens het debat niemand te overtuigen. Als ze al stemmen trekken, is het van „kiezers die alleen op woorden letten”. Wordt de VVD daar nerveus van? Teeven: „Zolang ik vanuit mijn partij tegelijkertijd hoor dat ik te veel én te weinig naar de PVV trek, zit ik goed.”

    • Derk Stokmans