De wereld als strafhof

De Afrikaanse filmmaker Abderrahmane Sissako is Filmmaker in Focus op het Filmfestival Rotterdam. In zijn nieuwste film ‘Bamako’ klaagt hij IMF en Wereldbank aan voor het leed in Afrika.

Volgens Shakespeare was de wereld een schouwtoneel, maar voor de Afrikaanse filmmaker Abderrahmane Sissako (Mauritanië, 1961) is de wereld een strafhof. Dat is althans het decor waar hij ons mee naartoe neemt in zijn meest recente film Bamako. de film ging vorig jaar op het Filmfestival Cannes in première en was voor Filmfestival Rotterdam-directeur Sandra den Hamer reden om de in Mali opgegroeide, in Moskou gevormde en in Frankrijk wonende regisseur dit jaar als een van de Filmmakers in Focus van haar festival te kiezen.

Sissako is een van de spilfiguren van de Afrikaanse film van dit moment. Als producent werkte hij bijvoorbeeld aan de films van Mahamat-Saleh Haroun uit Tsjaad, wiens film Daratt (Dry Season) op het Filmfestival Venetië onder meer de Grote Juryprijs won en die ook op de huidige editie van het International Film Festival Rotterdam te zien is.

Thematisch gezien onderhouden zijn films zich vooral met de vraag hoe lang de weg is tussen Afrika en de rest van de wereld, een weg die Sissako zelf heeft afgelegd toen hij besloot in Moskou aan de filmacademie te gaan studeren en waarvan hij verslag doet in zijn twee eerste lange films Octobre (1993) en La vie sur terre (1998) die zijn vertrek uit de Westerse wereld en zijn aankomst in Mali tot onderwerp hebben. In Heremakono (En attendant le bonheur) keert hij terug naar de Mauretanische kuststreek bij het onooglijke dorpje Nouadhibou, waar op de grens tussen land en water immigranten wachten totdat ze genoeg geld bij elkaar hebben gespaard om de reis naar beloofde land Europa aan te vangen. Heremakono dankt zijn naam aan de houten hutjes waarin de gelukszoekers verblijven terwijl zij daar in dat niemandsland rondhangen, tussen aankomen en vertrekken. Sissako schildert zijn personages niet beter of zieliger af dan ze zijn: economische vluchtelingen, of mensen die, zoals in de hele geschiedenis van de mensheid, simpelweg op zoek gaan naar een plek waar het leven beter is. Hij was, voordat hij naar Moskou ging, een van hen.

Waar hun eigenlijke geluk op ze wacht, daar, aan de overzijde van de oceaan, of daar, diep in de Sahara waar ze vandaan kwamen, of daar, waar ze wachten, en in de activiteit van het wachten, is iets wat hij in de film wil oproepen maar niet beantwoorden. Sissako is dan ook meer een filmdichter dan een leraar of politicus, ondanks de geëngageerde en vaak (zelf)kritische en (zelf)relativerende, semiautobiografische toon van zijn verhalen. Hij is iemand die zichtbaar maakt wat er aan de rand van de politieke arena gebeurt. En daar wordt eerst en vooral geleefd. Het is vaak een leven dat aan het heden is overgeleverd: zonder verleden, zonder ogenschijnlijke toekomst houden zijn personages zich bezig met de meest basale zaken. Sissako knipoogt naar ze: hij laat niet hun ellende zien, maar de absurditeit van hun bestaan.

Dat is ook de methode die hij in zijn nieuwste film Bamako hanteert. Op het binnenhof van het huis van zijn vader in de Malinese hoofdstad Bamako heeft hij een ander soort hof ingericht: een strafhof waar IMF en Wereldbank worden aangeklaagd voor de schuldenlast waarmee zij Afrika hebben opgezadeld. Het is een onmogelijke setting voor een noodzakelijk proces. Met de diepst mogelijk ernst voert Sissako daar dag na dag rechters, advocaten en getuigen op die volgens de wetten van de klassieke rechtbankfilm de toeschouwer aan het twijfelen brengen over wie er nu precies schuld heeft (en waaraan).

Tijdens een interview

op het Filmfestival Cannes vertelde de regisseur dat hij bij het inrichten van zijn tribunaal zo speels mogelijk met de onmogelijkheid van de situatie was omgegaan: „Het is ondenkbaar dat er ooit een hoorzitting zal komen, waarin de Westerse mogendheden, multinationals, Wereldbank en IMF aan de tand worden gevoeld over de situatie in Afrika. Het proces dat ik in de film laat zien is dus onmogelijk. Om dat te beklemtonen moest ik zoeken naar een onmogelijke vorm, en dat werd de binnenplaats van het huis van mijn vader. Het is onbestaanbaar dat al deze hoge heren met hun mappen, hun papieren en dossiers naar Bamako zouden komen, om daar, aan mij, de regisseur, verantwoording af te leggen voor hun handelswijze in Afrika.”

Een bijkomende voordeel van deze fictieve dimensie van een verder zo realistisch mogelijk uitgevoerde rechtszaak, was, legt Sissako uit, „dat we maar al te vaak vergeten dat het ook in de echte justitie gaat om echte mensen in echte situaties. Over Afrika wordt vaak in abstracte termen gesproken. In Bamako zien we in elke scène de gevolgen van de armoede voor de mensen die er wonen.”

En dan had hij nog een sentimentele reden om zijn film in Bamako te situeren, grijnst hij: „Dit is het huis waar ik ben opgegroeid. Waar ik zelf voor het eerst vragen stelde over de toekomst van de wereld. Over mijn eigen toekomst. Dit binnenhof was voordat het een strafhof werd, ook een hof van Eden, een hof van hoop, discussie en uitwisseling, zoals de oude Grieken die in de schaduwen van hun tempelhoven filosofeerden.”

De rechtszaak mag dan fictief zijn, Sissako documenteerde zich gedegen. Gedurende twee jaar verzamelde hij alles wat los en vast zat over de Afrikaanse schuldenlast. Sprak met advocaten, hoogwaardigheidsbekleders en vertegenwoordigers van belangenorganisaties, liet een aantal van hen zichzelf spelen in de film, en vroeg voor andere rollen mensen die de ‘taal’ van het desbetreffende personage spraken. Hij liet ze zijn researchmateriaal lezen en vroeg ze omwille van de spontaniteit van de situatie hun teksten en reacties te improviseren. „Eigenlijk is Hamèye Mahalmadane, de president van het tribunaal, de eigenlijke regisseur van de film. Ik heb haar gevraagd om zich precies zo te gedragen als tijdens een echte rechtszaak. Dus zij bepaalde wanneer het tijd was om iemand het woord te geven, en hoe strak zij de reglementen wilde naleven.”

Toen begon het monteren.

De als een documentaire in chronologische volgorde, met vier camera’s tegelijkertijd opgenomen film, waarin iedere getuige en advocaat minstens een uur spreektijd had gehad, moest worden teruggebracht tot twee uur. Het eindresultaat is een rechtbankdrama met Brechtiaanse allure. Voortdurend ben je je als toeschouwer bewust van de dichotomie tussen ‘court yard’ en ‘court room’, tussen binnen en buiten (in de huizen om het binnenhof gaat leven gewoon door: een vrouw kleedt zich aan, een echtpaar ruziet, een man sterft), tussen theorie en praktijk. De film is didactisch, zeker, er moet een hoop worden uitgelegd voor diegenen die niet direct hun Chomsky en IMF-jaarverslagen paraat hebben.

Maar Bamako wordt uiteindelijk adembenemend door Sissako’s vermogen tot zelfspot. Door zijn zinderende schildering van het stilstaan van de tijd voor aanvang en na afloop van het proces. Alsof dat ook alweer een doel op zich geworden is. Tijdens een maf intermezzo laat hij zien hoe de inwoners van Bamako ’s avonds liever op de televisie naar een surrealistische spaghettiwestern kijken (met gastrollen voor de Afro-Amerikaanse acteur Danny Glover, de Palestijnse filmmaker Elia Suleiman en Sissako zelf), dan naar het zoveelste journaalverslag van hun eigen misère. Hij zet ook Afrika zelf in het beklaagdenbankje door een van zijn getuigen prominent in de film te laten verklaren dat Afrika niet het slachtoffer is van zijn schulden, maar juist van zijn rijkdom, en de manier waarop die niet alleen gestolen, maar ook door zijn inwoners verkwanseld is. En hij liet het in Cannes niet na om te impliceren dat dat ook voor Afrika’s culturele rijkdom geldt: buitenlandse festivals maken goede sier met zijn films, maar in Afrika zelf zijn ze slechts sporadisch te zien. Ook Mahamet-Saleh Haroen bevestigde dat desgevraagd: Daratt wint een belangrijke prijs in Venetië, maar was in Tsjaad alleen maar beschikbaar voor een presidentiële privévertoning.

Al heel in het begin van Bamako probeert een oude boer het woord te nemen. Je voelt de urgentie van wat hij wil gaan vertellen in het feit dat hij niet kán wachten tot het protocol hem het woord geeft. Hij is oud, hij is van ver gekomen. Zal hij nog genoeg tijd hebben om zijn verhaal te doen? Keer op keer wijst de president van het hof hem terug. Het werd grappig als het niet zo schrijnend was. Hoe langer het duurt voordat hij het woord krijgt, hoe meer er al door anderen wordt gezegd, feiten, pleiten, waarheden als een koe, hoe meer hij de zwijgende stem van Vader Afrika gaat vertegenwoordigen.

En dan zingt hij.

‘Bamako’ en de andere films van Abderrahmane Sissako zijn de zien op het International Film Festival Rotterdam. Bamako gaat vanaf 8 februari ook uit in de Nederlandse filmtheaters. Voor meer informatie: www.filmfestivalrotterdam.com