De vierde wand doorgebroken

Deze week de favoriete kiek van Jan Banning (1954), die de Dick Scherpenzeelprijs won voor een reportage over armoede.

A life guard and a doctor attempt to save a swimmers life on Coney Island Beach, New York, 1940. Weegee Arthur Fellig/Hulton Arcive/Getty Images A life guard and a doctor attempt to save a swimmers life on Coney Island Beach, New York, 1940. A woman oblivious to the trauma smiles at the camera from the centre of the image. (Photo by Weegee(Arthur Fellig)/International Centre of Photography/Hulton Archive/Getty Images) Getty Images

‘Ongelooflijk, de impact die fotografie kan hebben. Dit meisje zit te lachen, omdat ze weet dat ze op de foto wordt gezet. Ondertussen ligt haar verloofde onder haar neus bijna dood te gaan.

„Arthur Fellig, ook wel bekend als Weegee, is een Amerikaanse fotograaf die in de jaren veertig in New York veel op straat fotografeerde. Deze foto, die hij op het strand van Coney Island maakte, zag ik voor het eerst in een oud fotoboek. Het was het eerste beeld waarbij ik werd geconfronteerd met wat in het theater wordt genoemd: ‘het doorbreken van de vierde wand’. Dat meisje is als een actrice die op het podium uit haar rol stapt en zich onverwacht wendt tot het publiek.

„Want wat als die fotograaf er niet had gestaan? Hoe was de werkelijkheid dan geweest? Dan had dat meisje niet gelachen maar heel anders gekeken. Maar in dit geval wordt door de aanwezigheid van de fotograaf de illusie van die werkelijkheid doorbroken

„Vroeger was ik altijd erg voor het ‘fly on the wall’- principe. Een fotograaf moet zelf zo min mogelijk aanwezig zijn bij het maken van een beeld. Maar sinds deze foto denk ik daar anders over. Soms, als ik zelf aan het fotograferen ben, doemt dit beeld in mijn achterhoofd op. Ik vind dat je de rol die je als fotograaf speelt bij het maken van een beeld niet mag ontkennen.

„Ik ben met een redacteur van deze krant twee maal voor het maandblad M naar een dorp in Malawi gegaan om een reportage over armoede te maken. De tweede keer dat we daar terugkwamen zagen we de invloeden van onze aanwezigheid terug in het dorp. Er was, door onze media aandacht, meer voedsel, ineens lagen er zakken met kunstmest en ook lag de M hier en daar op de grond. Ik vond het toen juist om die nieuwe elementen te fotograferen en niet expres uit het beeld weg te laten. Het leven van die mensen was door onze komst veranderd. Je moet, als fotograaf, de sporen vastleggen die jezelf achterlaat.”