De privacy van ‘een 115-jarige’

Het UMC Groningen heeft hersenonderzoeker Gert Holstege de mond gesnoerd na het noemen van de naam van Hendrikje van Andel.

Wat een flauwekul, vindt Gerard Schuijt.

Het Universitair Medisch Centrum Groningen had natuurlijk ook kunnen berichten dat de hersenen van een vrouw die 115 jaar is geworden, nog zo goed waren als van een vrouw van zestig. De slimmeriken onder ons hadden het dan meteen geweten. Voor anderen waren er pientere journalisten geweest die het geheugen konden opfrissen. Maar iedereen zou het geweten hebben: het is de twee jaar geleden overleden Hendrikje van Andel.

Als men iets wil berichten over bekende Nederlanders, moet men geen kiekeboe willen spelen. Ook moet men zich niet verschuilen achter juridische beletselen vanwege de privacywetgeving, want die zijn er niet. De leiding van het ziekenhuis, die de hersenonderzoeker prof.dr. G. Holstege de mond heeft gesnoerd, is bang zich aan koud water te branden.

De bescherming van de persoonlijke levenssfeer is een groot goed en is niet voor niets vastgelegd in de grondwet en in internationale verdragen. Maar men moet zich wel blijven afvragen óf er wel een inbreuk is op de privacy. Bij mevrouw Van Andel moeten we dan, om te beginnen, rekening houden met de uitdrukkelijke wens van de overledene dat zij voor de wetenschap van nut wilde zijn. Dat deed zij niet alleen door haar lichaam ter beschikking te stellen, maar ook door al tijdens haar leven mee te werken aan allerlei onderzoek.

In de tweede plaats moeten we constateren dat de autopsie alleen positieve mededelingen over deze uitermate gezonde en intelligente vrouw heeft opgeleverd. Zelfs de mededeling dat zij, toen zij 100 jaar was nog van borstkanker is genezen, moet als een buitengewoon positief bericht worden gelezen. En dat zij uiteindelijk aan maagkanker is gestorven, kan toch moeilijk worden opgevat als iets om je voor te schamen.

Daar komt bij dat het hier gaat om iemand die is overleden. Die heeft geen enkel belang meer bij bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het is niet voor niets dat de Wet bescherming persoonsgegevens niet meer geldt na overlijden. En dat het portretrecht na overlijden alleen in stelling kan worden gebracht, als een redelijk belang van de nabestaanden zich tegen openbaarmaking verzet. Maar niets van dit alles bij Hendrikje van Andel, want de familie heeft geen enkel bezwaar tegen het onderzoek en tegen bekendmaking van de resultaten.

Ten slotte is er nog zoiets als het algemeen belang bij informatie over de resultaten van wetenschappelijk onderzoek. We mogen toch aannemen dat het Groningse onderzoek tamelijk uniek is en dat er voor de resultaten ervan in de medisch-wetenschappelijke wereld grote belangstelling bestaat. Dan is er uiteraard ook belangstelling vanuit de samenleving. Het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer moet in zo’n geval worden afgewogen tegen dat andere grote belang van de informatievoorziening, of liever, het belang van de vrijheid van meningsuiting.

De lijfarts Claude Gubler van de voormalige Franse president Mitterand heeft na diens dood een boek gepubliceerd over de ziekte waaraan de president leed, ook in de periode dat hij nog volop in functie was. Dat boek, Le Grand Secret, werd in Frankrijk verboden, omdat Gubler zijn medisch beroepsgeheim geschonden zou hebben. Maar dat verbod werd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in strijd bevonden met de vrijheid van meningsuiting. De publicatie van het boek vond volgens het Hof plaats in de context van een langlopend publiek debat over het recht van het publiek om geïnformeerd te worden over ernstige ziekten van het staatshoofd. Naarmate de tijd verstrijkt gaat het publieke belang bij informatie over de twee zevenjarige termijnen van de president prevaleren boven de bescherming van het medisch geheim. De bescherming van de privacy, waar men zich in Groningen op beroept is dus niet een absoluut recht, maar moet steeds in relatie gezien worden tot andere belangen.

Ten slotte, het Groningse publicatie- en spreekverbod is in strijd met de academische vrijheid, de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek en de vrijheid daarover te publiceren. Het unieke van het onderzoek naar het lichaam van Hendrikje van Andel brengt nu eenmaal mee dat de resultaten ervan niet openbaar gemaakt kunnen worden zonder naar deze unieke vrouw te verwijzen. Niet de onderzoeker Holstege brengt schade toe aan de naam van het ziekenhuis, maar het bestuur doet dat door deze absurde maatregel.

Prof.mr. G.A.I. Schuijt is emeritus hoogleraar mediarecht aan de Universiteit Leiden.