De Pod en de ketel

Het beloofde een paar jaar geleden nog de redding van de muziekindustrie te zijn, maar nu ligt het onder vuur: iTunes, de online-dienst van elektronicabedrijf Apple, waar muziek en in toenemende mate ook video tegen betaling legaal kan worden gedownload. Met een klacht bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Consumentenautoriteit gisteren sloot in Nederland de Consumentenbond zich aan bij consumentenorganisaties in de Scandinavische landen, Frankrijk en Duitsland.

Het bezwaar houdt in dat Apple met iTunes een machtspositie bekleedt, en vooral dat liedjes die op iTunes zijn gekocht uitsluitend op een speler van Apple, een iPod, af te spelen zijn. Apple zou de beveiliging zodanig moeten veranderen dat de liedjes op alle zogenoemde mp3-spelers zijn te gebruiken. De Noorse autoriteiten gaven Apple deze week een schot voor de boeg, met de eis dat het iTunes-systeem per 30 september van dit jaar is aangepast, op straffe van een boete of sluiting van de site.

De kwestie raakt een van de neteligste problemen van het internet: het tegelijkertijd beschermen van het auteursrecht, in dit geval van componisten, artiesten en hun uitgevers, en het waarborgen van het recht van de consumenten. Bovendien is er de lastige berekening van het begrip ‘marktaandeel’.

Apple is een zwaargewicht als enkel de legale markt in de calculaties wordt betrokken. Als de totale dagelijkse praktijk van het downloaden en kopiëren van muziek wordt meegenomen, stelt iTunes niet zoveel voor. Zwaarwegender is de exclusieve koppeling van de iTunes-liedjes aan de speler. Ook al verkocht Apple al 2 miljard liedjes via het systeem, die kennelijke populariteit zegt weinig over de wenselijkheid ervan.

Moet er nu, in naam van de consument, worden opgetreden? In de Verenigde Staten, waar de kartelwetgeving en consumentenbescherming op veel gebieden het verst zijn ontwikkeld, wordt vooralsnog afgezien van stappen. Maar de VS waren ook bij eerdere procedures tegen de marktmacht van softwareconcern Microsoft milder dan de Europese Unie. De redenering lijkt hier te zijn dat de markt de tijd en de ruimte moet worden gegund om de kwestie zelf op te lossen. Als consumenten groeiende bezwaren hebben tegen Apple’s verplichte winkelnering, dan zullen zij zich van de dienst afkeren. Het bedrijf zal zich door de concurrentie gedwongen voelen zijn praktijk aan te passen, de wal keert het schip.

Blijft staan dat consumenten niet kunnen weten hoe die veranderingen eruitzien, en het risico lopen te blijven zitten met een voorraad liedjes die niet elders af te spelen is. Hun is dat van te voren onvoldoende duidelijk gemaakt, en dat is laakbaar. De Noorse oplossing is daarom te prefereren: Apple krijgt de tijd om te veranderen. Die aanpak laat de prikkel van de markt nog even intact, maar geeft tegelijkertijd het signaal dat inertie zal worden bestraft.

De uiteindelijke oplossing blijft lastig, want de consument en zijn vertegenwoordigers lopen ook wel erg makkelijk over de bescherming van het auteursrecht heen. Nu staat Apple gelukkig te boek als een van de meest innovatieve bedrijven ter wereld. Aan het concern de uitdaging om dat nogmaals te bewijzen.