De nieuwe nucleaire dreiging

‘Help de kernwapens de wereld uit, om te beginnen uit Nederland’. Dat was in de jaren tachtig het motto van de vaderlandse anti-kernwapenbeweging. Wat toen de kreet was van mensen die zich verzetten tegen het regeringsvoornemen om van atoomkoppen voorziene Amerikaanse kruisraketten in ons land te plaatsen, is nu de slogan van een viertal vooraanstaande Amerikaanse politici van beide grote partijen. Zij willen af, blijkens een artikel dat zij plaatsten in The Wall Street Journal (afgedrukt in NRC Handelsblad van jongstleden zaterdag), van alle kernwapens, inclusief de Amerikaanse. Dat is een revolutionair geluid, zeker nu het komt van de kant van personen die in de afgelopen decennia leidende functies hebben gehad bij de ontwikkeling en uitvoering van Amerika’s nucleaire strategie.

De auteurs zijn Henry Kissinger, presidentieel adviseur en minister van Buitenlandse Zaken in de hectische jaren zeventig, hoofdrolspeler in de zogenoemde (eerste) detente met de Sovjet-Unie, George Shultz, minister op het State Department in de laatste fase van de Koude Oorlog, William Perry, als minister van Defensie onder Clinton geconfronteerd met nieuwe gevaren waaraan hij een boeiend boek (Preventive Defense) wijdde, en ex-senator Sam Nunn (Democraat) die samen met zijn Republikeinse collega Richard Lugar na de ineenstorting van de Sovjet-Unie het initiatief nam om overtollig geworden Russische massavernietigingswapens met Amerikaanse financiële steun onder een waterdicht veiligheidsregime te brengen.

Opeenvolgende Amerikaanse regeringen hebben doorgaans op twee gedachten gehinkt. Enerzijds wilden zij hun voorsprong op het gebied van militaire technologie handhaven en zo mogelijk vergroten, aan de andere kant hadden zij oog voor de risico’s van het evenwicht van de afschrikking ofwel MAD (Mutual Assured Destruction) waardoor honderden miljoenen bijna een halve eeuw lang in gijzeling zijn gehouden.

Zo nam president Eisenhower in de jaren vijftig al het initiatief voor onderhandelingen met sovjetleider Chroesjtsjov over wederzijdse beheersing van de strategische wapens. Zijn voorstel van Open Skies, waarbij beide grootmachten elkaar in de kaart zouden laten kijken, werd echter afgewezen. Het neerhalen van een Amerikaans U2-spionagevliegtuig hoog boven sovjetgebied en de lancering van de Russische Spoetnik in een baan om de aarde verhoogden het onderlinge wantrouwen en maakten toen een voorlopig einde aan het idee van wapenbeheersing.

Toch probeerden opeenvolgende presidenten het steeds opnieuw. Terwijl de wapenrace zich versnelde en uitmondde in een wedstrijd in technologische hoogstandjes, kwamen verdragen tot stand die de ontwikkelingen beheersbaar moesten houden. Maar pas in de jaren tachtig met Reagan in het Witte Huis drong het tot de machtigen door dat het haasje-over tussen wapenontwikkeling en beheersmaatregelen in een catastrofe zou kunnen eindigen. Achteraf lijkt het zogenoemde en zwaarbekritiseerde Star Wars-project, verdediging vanuit de ruimte tegen een nucleaire verrassingsaanval, Reagan vooral te zijn ingegeven door zijn wens over een defensief alternatief te kunnen beschikken wanneer het ‘ondenkbare’ werkelijkheid zou worden.

Toen met Michaïl Gorbatsjov in het Kremlin een goedwillende en betrouwbare sovjetleider was opgestaan, stelde de Amerikaanse president tot schrik van zijn omgeving dan ook voor alle kernwapens af te schaffen. De vier auteurs refereren in hun beschouwing aan dit voornemen dat weliswaar niet werd uitgevoerd, maar dat toch dankzij het begrip dat tussen de leiders was ontstaan bijdroeg aan het einde van de Koude Oorlog.

Sindsdien is de publieke belangstelling voor kernwapens tot het nulpunt gedaald hoewel de arsenalen niet wezenlijk zijn ontmanteld en een beduidend aantal raketten aan beide kanten doelgericht klaarstaan om alsnog te worden gelanceerd. Nog steeds leeft de wereld feitelijk onder de dreiging van algehele nucleaire vernietiging, alhoewel onder de gegeven internationale verhoudingen waarin economische belangen de plaats hebben ingenomen van de ideologische confrontatie, de kans op een gewapend conflict op het hoogste strategische niveau niet langer reëel wordt geacht.

Maar waarom toont het viertal ingewijden zich dan zo bezorgd dat zij op een cruciaal moment in de relatie tussen Amerika en de rest van de wereld met hun opzienbarende initiatief komen? Zelf verwijzen zij onder meer naar het gevaar dat atoomwapens in handen zouden kunnen vallen van strijdgroepen die niet aan een land zijn gebonden en daarom niet gevoelig zouden zijn voor de kans op een nucleair antwoord.

Om de gedachten te bepalen: stel dat Osama bin Laden over de Bom had beschikt en het vermogen had gehad die op elk door hem gewenst adres af te leveren. Het is misschien een intrigerende gedachtenexercitie, maar er schuilt meer achter de onderneming van de vier.

President Bush is niet wars van fantasieën over nieuwe nucleaire mogelijkheden voor Amerika, teneinde ter land, ter zee, in de lucht én in de ruimte, zowel strategisch als tactisch, andere staten en zonodig terroristen voor te blijven. De recente uitschakeling van een Chinese satelliet door een Chinese raket herinnert aan de lancering van de Spoetnik en de schrik die dat in Amerika veroorzaakte. Het antwoord van Bush is voorspelbaar. De vier auteurs houden het erop dat er alternatieven zijn.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.

Het artikel van Kissinger e.a. is na te lezen op www.nrc.nl/opinie.

    • J.H. Sampiemon