De neven Dockrat als ‘basis Al-Qaeda’

Vanavond beslist de VN-Veiligheidsraad of twee Zuid-Afrikanen op een zwarte lijst geplaatst moeten worden wegens banden met Al-Qaeda en de Talibaan. „Ze werden al jaren gevolgd.”

Junaid Dockrat poseert als jager

Johannesburg, 26 Jan. - Een verkeerde naam, een verkeerde hobby, een verkeerd bedrijf, en misschien ook echt verkeerde vrienden. Waarom denken de Verenigde Staten dat de Zuid-Afrikaanse tandarts Junaid Dockrat en zijn neef Farhad Dockrat „geldschieters, wervers en trawanten van Al-Qaeda en de onttroonde Talibaan in Afghanistan” zijn? Waarom staan de Amerikanen erop dat de VN-Veiligheidsraad ze vanavond nog op een zwarte lijst zet?

In Mayfair, een verlopen achterbuurtje in het westen van Johannesburg weten ze het ook niet. Een moslimwijk is Mayfair, een relikwie uit de apartheidstijd waarin verschillende kleuren en religies op veilige afstand van elkaar werden gehouden. Achter Oriental Plaza, voorbij de markt en de halal slager in Central Road, pal naast de tapijthandel, zou de Zuid-Afrikaanse basis van Al-Qaeda zijn gevestigd. Een kleine vitrine vol tenten, visgerij en camouflagekleding is het. Sniper Africa heet het zaakje. Voor al uw jachtbenodigdheden.

„Kom boven”, klinkt het door de intercom en de deur schiet open. Op de eerste verdieping plukt Sollie Dockrat, broer en neef van de twee verdachten, schuchter aan zijn baard. Hij verontschuldigt zich voor de rotzooi. Sniper Africa zit midden in een verbouwing.

Op pas geschilderde stellages liggen broeken, hoeden en jassen. Allemaal in schutkleur. In bosgroen en woestijngeel. „Maar als je goed kijkt zie je dat dit camouflage is voor jagers, niet voor militairen. Er staan vogels en bomen op. Het is niet abstract zoals op militaire kleding.”

Die uitleg geeft hij, zonder dat er naar gevraagd is. Maar de kranten hebben de afgelopen week dan ook vol gestaan over het verdachte zaakje van de Dockrats. „De winkel is een façade”, zeiden verslaggevers die zich in Mayfair aan de frontlinie in de oorlog tegen terreur waanden. Zuid-Afrika hoort niet bij het rijtje Afrikaanse landen die doorgaans als broedplaatsen van Al-Qaeda worden aangemerkt. De neefjes Dockrat zijn de eerste verdachten uit het land waar islam geen politieke kwestie is, zeggen ze zelf. De tandarts en zijn neef zijn thuis, maar willen niet met de media spreken.

De rekening van Sniper Africa moet onmiddellijk worden bevroren, eist de regering van de VS. Van hieruit zou dokter Junaid, voor 70 procent aandeelhouder, ruim 400.000 rand (43.010 euro) hebben overgemaakt aan de ambassadeur van de Talibaan in Pakistan. Dat was in 2001, vlak na de aanslagen van elf september. Dockrat zou de ambassadeur gevraagd hebben het geld over te maken naar het hoofdkwartier van het Al-Akhyar-fonds dat door de Amerikanen is aangewezen als de onofficiële bank van de Talibaan. Vanavond beslist de VN-Veiligheidsraad of de bewijzen hard genoeg zijn om de neven Dockrat op een zwarte lijst te plaatsen. Als het gebeurt krijgen ze een reisverbod, mogen ze worden gevolgd en zullen hun bankrekeningen worden bevroren.

Broer Sollie doet een mislukte poging voor een schaterlach. „Hahaha”, kletst hij op zijn dijen. „Dat geloof je toch niet? Ik ben de penningmeester. En het geld groeit ons bij Sniper Africa echt niet op de rug.” Ze hebben er hard genoeg voor moeten werken, vertelt hij in zijn kantoortje vol kalk en stof. „Jagen is een sport van de blanken. Maar wij hebben er ons als kleurlingen toch tussen weten te wurmen.”

Sollie (40) en zijn vier jaar jongere broer Junaid jagen al sinds hun jeugd. Een vlucht uit de betonnen jungle is het volgens Sollie. De ruimte in. De geur van rode aarde tegemoet. „En als we jagen dan geef ik mijn broer van katoen. Ik ben er goed in.” Pa Dockrat vertelde eerder al dat vrienden wel eens grappen maakten over de hobby van de twee broers. „Tijdens het jachtseizoen draagt hij zijn jachtuitrusting, gecamoufleerd als een soldaat en mensen noemden hem dan een Al-Qaedalid. Het is al jaren een grap, maar niemand nam het serieus.”

Hoewel. De advocaat van Junaid weet wel dat er al jaren een geblindeerde auto voor het huis van de tandarts geparkeerd stond. „Ze werden gevolgd. Soms liep Junaid er op af om te vragen wat ze van hem wilden en dan reed de auto weg”, zegt raadsman Shaheed Dollie.

Maar hoe komt een brave tandarts terecht op de zwarte lijst van de Amerikanen. Is hij inderdaad in Pakistan geweest, zoals de Amerikanen zeggen, en zoals zijn vader zich deze week liet ontvallen? „Geen commentaar”, zegt Sollie.

Dan leunt hij over de tafel, en begint te fluisteren. „Dit is off the record. Een paar jaar geleden zijn we naar China gegaan voor een kledingbeurs. Toen we van Chinan naar Hongkong vlogen werden we uit een lange rij passagiers geplukt. Of we wel eens in Irak waren geweest. Of in Afghanistan, Pakistan? Ik heb ze toen gevraagd waarom ze dat alleen aan ons vragen. Of dat misschien met onze lange baarden te maken heeft. Ze lieten ons gaan, maar vanaf dat moment stonden we in een computer.”

Er staan meer Zuid-Afrikanen in de computer van de Amerikaanse geheime dienst. Politiek analist Adam Habib werd vorige week gebeld door de Amerikaanse ambassade in Pretoria. Hij en zijn familie zijn niet langer welkom. Redenen werden niet gegeven. Tientallen toeristen, zakenmensen en politici zijn zo al teruggestuurd onder wie de onofficiële presidentskandidaat Tokyo Sexwale. Hij was lid geweest van een terreurorganisatie. Het ANC van Mandela welteverstaan.

Het Zuid-Afrikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken werkte de afgelopen dagen overuren om te bewijzen dat de neefjes Dockrat onschuldige Zuid-Afrikanen zijn. Als de VN-Veiligheidsraad daar vanavond niet van overtuigd blijkt, is er slechts een troost. Er staan al 325.000 andere namen op die zwarte lijst.

    • Bram Vermeulen