‘De chaos was superstrak georganiseerd’

Vandaag krijgt Paula van den Bosch, conservator van het Bonnefantenmuseum, de AICA-oorkonde uitgereikt voor de beste tentoonstelling.

Paula van den Bosch foto Chris Keulen Nederland, Maastricht, 25/1/2007 Paula van den Bosch, conservator hedendaagse kunst Bonnefantenmuseum Maastricht. Curator contemporary art. foto: Chris Keulen Keulen, Chris

De Nederlandse kunstcritici hebben ‘Anschool’ van de Zwitserse kunstenaar Thomas Hirschhorn uitgeroepen tot beste tentoonstelling in de periode 2004-2006. U krijgt hiervoor geen geldprijs, maar een oorkonde. Wat betekent deze onderscheiding voor u?

„Ik beschouw het als een erkenning voor onze manier van werken. Het Bonnefantenmuseum heeft een traditie in het maken van monografische tentoonstellingen. Daarbij laten we het oeuvre in de diepte zien, door zowel oud als nieuw werk te tonen. Er komen niet veel kunstenaars bij ons aan bod, maar we werken wel heel nauw met hen samen. Het gaat ons om de individuele positie van de kunstenaar, en niet zozeer om het discours. Kunstenaars krijgen bij ons carte blanche. Mijn eerste vraag is altijd: wat wil je?”

Wat vindt u zo goed aan het werk van Thomas Hirschhorn?

„Ik zag zijn werk voor het eerst in 1997 op Skulptur Projekte in Münster. Daar had hij in een buitenwijk, naast een vuilnissorteerstation zijn kunstwerk Skulptur Sortier Station gemaakt. Het was een soort vitrinekast op poten, gemaakt van afvalmaterialen als hout en tape. Daarin lagen allerlei objecten, ook weer gemaakt van eenvoudige materialen. Een Mercedesteken van aluminiumfolie bijvoorbeeld. Het geheel werd verlicht met tl-balken, als een moderne reliekschrijn. Ik zag het ’s avonds, op de weg terug naar de camping waar ik sliep, en werd er automatisch naartoe getrokken. Het was een ontroerend mooi werk, heel provisorisch maar ongelofelijk effectief. Alle thema’s die op dat moment in de beeldende kunst aan de orde waren, zaten in dat beeld vervat: de relatie tussen kunst en openbare ruimte, tussen kunst en commercie. En toch ging het daar niet over. Het ging om de liefde voor vorm. Dat vind ik nog steeds zo goed aan het werk van Hirschhorn: het is nooit ergens tegen, maar altijd ergens voor.”

Wanneer is jullie samenwerking begonnen?

„Een jaar later, in 1998, werd ik aangenomen in het Bonnefantenmuseum. Voor mijn eerste project, de groepstentoonstelling Provisorium, heb ik ook Hirschhorn uitgenodigd. Aan alle kunstenaars die deelnamen heb ik toen de belofte gedaan dat ik ze ooit terug zou vragen voor een solo. Sindsdien ben ik met Hirschhorn in gesprek gebleven.”

‘Anschool’ was een overweldigende tentoonstelling, waarvoor het hele museum met behulp van karton en plakband werd omgetoverd in een school. In de klaslokalen was het een grote chaos van beelden en objecten. Hoe is de inrichting daarvan verlopen?

„Hirschhorn is een echte Zwitser en geweldig goed in organiseren. Ik heb zelden zo’n soepel verlopen opbouw meegemaakt. De tentoonstelling heeft hij in een paar maanden tijd voorbereid in zijn atelier in Parijs. Daarna hebben we nog twee weken in het museum gewerkt aan de inrichting. Op de eerste dag gaf hij een speech van een uur. Hij vertelde de medewerkers wie hij was en wat hij deed. In de tentoonstelling waren ook vijftien bestaande werken opgenomen. Maar het mocht geen chronologische terugblik worden, dus niemand wist wat oud werk was en wat nieuw. Iedere hiërarchie was weggenomen. Daarom mocht het ook geen museum heette, maar werd het een school. Het leek een chaos, maar het was superstrak georganiseerd.”

Wat is er daarna met ‘Anschool’ gebeurd?

„De tentoonstelling is doorgereisd naar Porto. En vervolgens zijn de meeste werken weer teruggegaan naar de eigenaren. Dat is voor velen misschien onbegrijpelijk, maar bijna al het werk van Hirschhorn was al aangekocht.”

    • Sandra Smallenburg