Cultuurschok

‘Openbaringen’ is ....

Overal zijn de trendwatchers en tijdgeestgoeroes, het regent voorspellingen over waar het met onze cultuur naartoe gaat, maar toch komt iedere nieuwe ontwikkeling als een donderslag bij heldere hemel. Bij iedere technische ontwikkeling wordt vastgesteld dat het oude definitief vervangen zal worden. Het boek, bijvoorbeeld, had allang verdwenen moeten zijn. Het geschreven woord had immers afgedaan, je kon het jarenlang horen in fora en op congressen; ik herinner me een avond in de Amsterdamse Balie met een Amerikaanse professor die de jeugd dacht te paaien door met een boek van Kundera te zwaaien onder het uitroepen van ,,Can we do better than this?’’ Het beeld, het beeld – binnenkort zouden we helemaal geen woorden meer nodig hebben, laat staan op papier, je kon alles wat je wilde zeggen veel beter laten zien. De professor was een gelovige: het woord was weliswaar nog overal om ons heen, vooral op televisie (zet hem aan en je ziet mensen praten), maar dat was slechts een laatste stuiptrekking. De toekomst, een glanzende, nieuwe toekomst, was aan het beeld alleen. De jeugd van morgen zou een nieuwe beeldtaal uitvinden die het geschrevene overbodig zou maken. Nu, een paar jaar later, is diezelfde jeugd druk bezig zijn gedachten op papier of op het web te zetten en blijken Nederlanders elkaar het afgelopen jaar massaal de Nationale Boekenbon cadeau te hebben gedaan, vele procenten meer dan het jaar daarvoor. Het woord is nog steeds overal. Alleen de professor is verdwenen.

En ja, de krant natuurlijk – met de opkomst van de nieuwe media zou die ook in het afvoerputje van onze cultuur verdwijnen. Het nieuws was immers overal, en de jongste jeugd zou het alleen nog maar kunnen verteren als het naadloos aansloot op hun belevingswereld. Al het nieuws moest alleen nog over henzelf gaan. Dat laatste gold voor iedereen, de traditionele journalistiek was een hopeloos verouderd instituut, de koningin der aarde was net als koningin Elizabeth in The Queen, die als enige nog gelooft in het instituut waar zij de belichaming van is, terwijl de rest van de wereld haar allang heeft afgeschreven. Bovendien, als we ons het nieuws niet langer wilden laten voorschrijven, konden we het maar beter zelf maken – de journalistiek van de toekomst zou van onderop komen, persoonlijk, subjectief. Wilde de krant overleven, dan kon die maar beter zo weinig mogelijk op een krant gaan lijken.

De tijdgeestgoeroes hadden de tijd van hun leven. Voor honderden euro per uur vertelden ze angstige journalisten en hoofdredacteuren dat het weliswaar vijf voor twaalf was, maar gelukkig nog net niet te laat. Het was aanpassen of sterven, men moest zich diep in de belevingswereld van de lezer wurmen om te kijken wat hem bezighield, wat hij wilde lezen – en dat opschrijven, het liefst als kort onderschrift bij een invoelende foto. Wie daar kanttekeningen bij maakte, was – het bekende rijtje. Traditioneel, elitair, van de oude stempel, een dino, hopeloos passé.

Kwaliteit, dat was zo´n woord.

We zijn inmiddels een jaar verder en de pendule van de tijdgeest is alweer de andere kant opgeslagen. Het is een mooi gezicht. De Nederlandse treinreiziger wordt dagelijks met een partij kranten opgezadeld, die een lezer in de meest geletterde tijden van onze geschiedenis nog niet had kunnen verstouwen. We kunnen vaststellen dat de massaal verspreid gratis krantjes met ANP-nieuws een heel nieuw lezerspubliek hebben gekweekt voor serieuzere, meer inhoudelijke kranten, al of niet gratis, zoals nrc-next en nu De Pers. Terwijl de gevestigde concerns worden uitgevreten door investeringsmaatschappijen die niks investeren en de hoofdredacteuren blijven roepen dat de krant zichzelf heeft overleefd, hebben de vrije zakenjongens het recept voor de toekomst ontdekt: kwaliteit. Roel Pieper investeert in het ‘conservatief-linkse’ weekblad van Jaffe Vink, Opinio, Marcel Boekhoorn in de gratis ‘optimistische’ kwaliteitskrant De Pers. Of die het zullen overleven, met nog blijken, maar wat aantrekkelijk is, is de geest waarmee die nieuwe bladen worden gemaakt. Vergelijk de zorgelijke toespraken van Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes voor het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren met de mission-statement van de jonge uitgever van De Pers, Cornelis van de Berg in Vrij Nederland van vorige week, en er tekent zich meteen een generatiebreuk af – alleen is het geen breuk volgens de verwachte lijnen. De oude krantenconcerns onderschatten hun lezers, zegt Van de Berg: ,,Neem nu de fusie tussen het AD en aantal provinciale kranten. Die blunder is alleen te repareren door het proces radicaal om te draaien (…) Mijn tante in Wassenaar las dertig jaar lang de Haagsche Courant en die krijgt nu het AD met als die debiliserende blokjes en grafiekjes. Dat is het werk van krantengoeroes als Leon de Wolff, die journalisten ervan hebben weten te overtuigen dat de lezer dom is.’’

Grappig, Van de Berg behoort tot de generatie uit naam waarvan goeroes als De Wolff zeggen te spreken; het zijn altijd domme mensen die voorspellen dat de toekomst aan de domheid is.

Als iets onze cultuur de afgelopen decennia kenmerkt, is het het verwateren van de traditionele culturele instituten, die onderdeel zijn gaan uitmaken van de massacultuur. Cultuurpessimisten vinden dat nog steeds een ramp, maar dat is gezeur – het schept ook oneindig veel nieuwe mogelijkheden. Wel verandert de context voortdurend, oude vormen verliezen snel hun aantrekkingskracht. Dat schept vreemde fenomenen: de klassieke platenhandel heeft het moeilijk, maar via het Kruidvat zijn honderdduizenden klassieke cd’s verkocht; deze krant wordt door veel lezers van buitenaf als een bastion van gezapig elitisme gezien, maar precies dezelfde artikelen vinden in de context van nrc-next gretig aftrek bij een nieuw publiek.

Die mogelijkheden van de massacultuur moet je wel benutten. De traditionele culturele elite, die zich plotseling van zijn oude zekerheden beroofd zag, heeft zich een tijdlang verslingerd aan vervlakking en versimpeling, zoals communistische intellectuelen zich vroeger volks en anti-intellectueel gingen gedragen, om maar dicht in de buurt van de arbeider te komen. Tegelijkertijd ontstond er een tegenbeweging die consequent en hautain onderschat is: de aangeboren aandrang van mensen om geestelijk hogerop te komen. Iedere beweging roept vanzelf een tegenbeweging op, dat geldt bij uitstek in een massacultuur. De hang naar wezenloosheid schept op een gegeven moment vanzelf een behoefte aan bewustzijn, de heiligverklaring van de belevingswereld doet na verloop van tijd vanzelf het besef ontstaan dat er daarbuiten ook nog echte wereld bestaat, onafhankelijk van jezelf, waarover je misschien best wel eens iets wilt lezen. De jonge webdesigner grijpt naar de krant als hij een lang en serieus artikel wil lezen, daar is niets tegenstrijdigs aan. Terwijl de culturele goegemeente zichzelf overeind probeert te houden door nog steeds een arrogant soort dumbing down te bepleiten, zie je daarbuiten een steeds grotere culturele en intellectuele ambitie ontstaan. Voor de goegemeente is die nieuwe behoefte aan kwaliteit niet minder dan een cultuurschok. Ze kan er maar beter snel aan wennen.