Conservatieven eens : Iran moet worden afgestopt

Iran stond deze week centraal op de jaarlijkse Herzliya-conferentie in Israël. Conservatieve Israëlische en Amerikaanse sprekers eisten dat het wordt ‘afgestopt’.

„We moeten, we kunnen en we zullen Iran afstoppen.” Deze woorden op jaarlijkse Herzliya-conferentie in het gelijknamige Israëlische kustplaatsje kwamen uit de mond van de Amerikaanse Republikeinse presidentskandidaat Mitt Romney en zetten de toon. De Democraat John Edwards, ook kandidaat, zei: „Voorkomen dat Iran een kernwapenmacht wordt is de grootste uitdaging voor onze generatie. Alle opties liggen op tafel.”

Israëlische militairen, politici en strategische denkers van de universiteiten en captains of industry luisterden deze week op de Herzliya-conferentie, volledig gewijd aan ‘nieuwe wereldwijde veiligheidsdreigingen’, met instemmende verbazing naar hun Amerikaanse tegenhangers. Niet Irak, niet het Israëlisch-Palestijnse conflict, maar een genucleariseerd Iran vormt volgens de opiniemakers en hoofdrolspelers in Israël al jarenlang de grootste bedreiging voor stabiliteit in het Midden-Oosten en voor het voortbestaan van Israël in het bijzonder.

Uiteraard onthielden de Israëliërs zich van kritiek toen Amerikaanse GI’s Bagdad binnentrokken, zij steunden de VS volledig en stelden binnenskamers met enige opluchting vast dat een in Irak en Afghanistan geëngageerd Amerika geen grote rol wilde spelen in het Israëlisch-Palestijnse conflict. „Daar is verandering in gekomen”, verzekerde Richard Perle van het American Enterprise Institute. „Iedereen die denkt dat president Bush een lame duck is, vergist zich. Als hem zelfs op de laatste dag van zijn presidentschap wordt gezegd dat er nog een kans is om Iran te stoppen, dan valt hij aan. Daar ben ik van overtuigd en hij wordt gesteund door de Amerikaanse publieke opinie.”,

De politieke oriëntatie van de deelnemers in Herzliya is overwegend conservatief, dat wil zeggen dat de Republikeinse Partij, Kadima, Likud en de rechtervleugels van de Democratische Partij en de Arbeidspartij sterk vertegenwoordigd zijn. Dat geldt ook voor de denktanks: het American Enterprise Institute, het Center for Strategic and International Studies, het Jerusalem Center for Public Affairs en het Shalem Center.

De hoofdlijn van de morbide analyses werd getrokken door professor Bernard Lewis uit Princeton. Hij constateerde dat de Iraanse president Ahmadinejad „werkelijk gelooft in zijn apocalyptische boodschap en daarom bijzonder gevaarlijk is.” Alleen als verhinderd wordt dat Iran over kernwapens beschikt, kan een nieuwe holocaust worden verijdeld. Concepten als Mutual Assured Destruction werken volgens Lewis niet. „Dat is voor Ahmadinejad geen afschrikking, maar een stimulans.”

Die analyse werd niet aangevochten, wel genuanceerd of aangevuld. Onder andere met de constatering dat Noord-Korea Iran voorziet van nucleaire wapentechnologie, zoals The Daily Telegraph woensdag meldde. En dat „de oorlog” tussen de VS en shi’itisch Iran reeds is begonnen: in Libanon, waar Hezbollah de regering-Siniora omver tracht te kegelen en in de Palestijnse gebieden, waar de VS openlijk Fatah steunen en Iran Hamas aanmoedigt .

Door de eensgezindheid over de ernst van de dreiging werd niet of nauwelijks gesproken over de lessen die uit Irak getrokken kunnen worden en de betekenis van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Aanvallen of niet aanvallen leek de enige nog te beantwoorden vraag te zijn. „Ik geloof dat ik mijn regering moet melden dat de B-2’s en F-151’s op het punt staan op te stijgen. We hebben weinig geleerd van Irak”, constateerde een Scandinavische ambassadeur nadat de generaals, presidentskandidaten en experts waren uitgesproken.

Opiniemakers als Perle en James Woolsey (ex-CIA) van het Committee on the Present Danger, maar ook oud-premier Netanyahu argumenteerden dat het presidentschap van Bush door toekomstige historici niet „op Irak” beoordeeld zal worden maar „op Iran”. De Israëliër, die opnieuw premier wil worden: „Het is de belangrijkste test voor het presidentschap van Bush”. Samen met de Israëlische oud-stafchef Ya’alon, ex-minister Sharansky en een reeks Amerikaanse en Britse politici wil Netanyahu Ahmadinejad aanklagen bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag wegens het schenden van de Genocide Conventie.

Premier Olmert kondigde aan dat Israël de voorhoede moet leiden die wereldleiders en internationale media moet overtuigen van de ernst van de dreiging en de noodzaak herhaling te voorkomen van „de grootste fout in de geschiedenis van de mensheid”, waarmee hij doelde op het toestaan van de holocaust. Toch toonde Olmert zich een tikkeltje genuanceerder dan de houwdegens.

Er is tijd voor diplomatie, aldus de premier, die zei dat de Iraanse kwestie hem meer bezighoudt dan de Palestijnse. Maar die tijd is beperkt. De wereld moet die schaarse tijd gebruiken om Iran door middel van harde, economische sancties tot inkeer te brengen. De kernvraag wat Israël doet als dat niet gebeurt, beantwoordde hij impliciet: „Wij hebben ongeëvenaarde, enorme kracht”. Dat leverde hem van columniste Caroline Glick het verwijt op een slappe praatjesverkoper te zijn. Of erger nog in het aanzien van een nieuwe holocaust: „Een struisvogel”.

    • Oscar Garschagen