Bilderdijks maretak

George Moormann (samenstelling): Wilem Bilderdijk 1831-2006. De Zingende Zaag/ Stichting Bilderdijk Haarlem. Losbladig, € 100,– www.bilderdijk.org

Het gaat niet zo goed met Haarlem. ‘Neen, niet als Jericho, maar binnen in zijn wallen/ Is Haarlems stad tot woesterny vervallen,/ en nauw een vierendeel, betimmerd en bewoond,/ Bleef over, dat bevolkt, of bloei of leven toont.’ De mensendrommen gaan als een onrustige stoet door de straten, de moderne tijd raast en knarst er maar door, en ‘vergeefs hoopt ge in den nacht op sluimering’.

Je zou bijna denken dat het hier gaat om een koopzondag in de Grote Houtstraat, maar deze beschrijving is van Willem Bilderdijk, de man die de laatste vier jaar van zijn leven in Haarlem sleet en die vorige maand werd geëerd wegens zijn 250ste geboortejaar én zijn 175ste sterfjaar. De opmerkelijkste herdenkingsuitgave van het Bilderdijkjaar is meteen de opmerkelijkste uitgave van het hele jaar. Officieel heet het de bibliofiele uitgave Willem Bilderdijk 1831- 2006, officieus de ‘Bilderdijk-kist’ het gaat om een houten kistje van 18 bij 31 cm (denk aan het sterfjaar van Bilderdijk) met een curieuze collectie Bilderdijkiana. Het geheel getuigt van een ontwapenende hang naar gekkigheid al kun je je afvragen hoeveel het nog met literatuur te maken heeft.

De gekkigheid begint al met de geur: uit de kist (een reproductie van Bilderdijks grafsteen vormt de bovenkant) stijgt een lastig te definiëren walm op, die blijkt te worden veroorzaakt door een zakje ‘Kruiden bij gonzingen’ (maretak, rattebaard, pikkebezen, valeriaan, wijnruit, paardebloem) gefabriceerd door de plaatselijke drogist Van der Pigge als postume verlichting van Bilderdijks mentale kwalen. De kist bevat trouwens ook informatie over Bilderdijks zelfmedicatie; een handgeschreven opiumrecept. Verder vin- den we een schoteltje met afbeelding van Bilderdijk en veel papier, zoals gedichten van Patty Scholten en George Moormann en de hele Bilderdijklezing die op 18 december door Piet Gerbrandy werd gehouden.

Het meest tot de verbeelding spreken de teksten van Bilderdijk zelf. Zoals het al geciteerde vers over Haarlem in mooi hand schrift, en zijn in herdenkingscontext erg toepasselijke gedicht ‘Uitvaart’: ‘Befloerste trom/ noch rouwgebrom/ Ga romm’lende om/ Voor mijn gebeente;/ Geen klokgebrom/ Uit holen Dom/ Roep ’t wellekom / In ’t grafgesteente.’ Als je de laatste regels (‘Geen onheil kan ons deeren’) hebt gelezen weet je weer waar je moet zijn: niet in de kerk bij het graf van de dichter, maar op de plek waar hij leeft. In de boekwinkel.

    • Arjen Fortuin