100 auteurs in Pantheon

Het Letterkundig Museum krijgt een ‘Pantheon’ met honderd schrijvers uit de Nederlandse literatuur, uitsluitend overleden auteurs. Vanaf eind 2008 stelt het museum van hen permanent manuscripten, documenten en persoonlijke bezittingen tentoon. Een commissie koos Nederlandse én Vlaamse schrijvers, alsmede geleerden, kunstenaars, en „schrijvers voor een breed publiek”.

Die criteria leidden tot veel vertrouwde namen en enkele ongebruikelijke, zoals Renate Rubinstein en Simon Carmiggelt, en tekenaar Marten Toonder. Geen plek was er voor auteurs van gegronde reputatie als P.A. Daum, Anton Koolhaas, Tip Marugg, Hans Andreus, G.L. Durlacher, P.C. Boutens, en grote Vlamingen als Richard Minne, Paul Snoek en Herman Teirlinck.

Anton Korteweg, directeur van het Letterkundig Museum, was voorzitter van de keuzecommissie. Waarom is niet gekozen voor de beste auteurs, maar ook voor auteurs met een breed publiek? Korteweg: „We wilden kiezen voor de beste schrijvers vanuit een breder perspectief. Het ging ons er ook om de literaire cultuur in kaart te brengen: het werk van Anne Frank en van Van Gogh, die prachtige brieven schreef.”

De commissieleden stelden elk een eigen lijst van honderd op. Korteweg: „Daarna was het vier uur cultureel kwartetten.” Wat als prominente schrijvers overlijden? „Die zullen met een zekere vertraging, na een paar jaar, worden toegevoegd. We gaan van deze lijst niet weer schrijvers verwijderen.”

Wordt het museum met die dode schrijvers niet te veel een tombe? „Over levende auteurs blijven we tijdelijke exposities maken, die evenveel ruimte krijgen als het Pantheon.” Het Kindermuseum, met dertigduizend scholieren per jaar het populairste onderdeel van het museum, krijgt na de verbouwing twee keer zoveel ruimte. De collectie en exposities trekken nu maar een paar duizend bezoekers. Korteweg: „Ik wil straks ook dertigduizend volwassen bezoekers.”

Voor de complete lijst van 100 zie: www.nrc.nl/kunst