‘Ze leren kijken, dat is het begin’

Een Libanese kunstenaar wil criminele pubers helpen om hun omgeving beter te leren kennen. De foto’s die hij de ‘schoffies’ liet maken, hangen nu in een galerie.

Er zijn acht ontmoetingen op verschillende plekken, hier in een geluidsstudio. Foto Jihad Abousleiman Abousleiman, Jihad

Nee, zelf waren de jongens er niet bij: de tentoonstelling van hun foto’s werd afgelopen zondag zonder hen geopend. Vijf allochtone jongens met een politiedossier hebben een paar maanden de stad Amsterdam gefotografeerd met wegwerpcameraatjes. Het resultaat is tot en met zondag te zien in een galerie in Amsterdam.

Tja, de grachten, de pleinen, de troetelhoekjes van de stad zijn allemaal wel eens mooier gefotografeerd – meestal zelfs, maar deze documenten laten iets anders zien: het wonder van de eerste oogopslag. Jochies van rond de vijftien jaar, Marokkaans, Antilliaans, Turks, Surinaams, met een criminele inslag, hebben rondgekeken en iets ontdekt van de stad, de milde, veelvormige, troostende, voedende stad om hen heen. En – klik – ze hebben het daarna vastgelegd, als klein bewijs van hun waarneming.

„Ze leren kijken, dat is het begin”, zegt de Libanese kunstenaar Jihad („Dat betekent alleen maar: ijver.”) Abousleiman, al ruim twintig jaar Amsterdammer, die de jongens op sleeptouw heeft genomen. Gedurende een jaar trekt hij met vijf dubieuze knullen de stad in om hen tot een relatie met hun omgeving te brengen.

„Vooroordelen verdwijnen als ze een relatie krijgen met de stad”, zegt hij met zachte overredende stem. „Fotograferen is een middel. Maar ze hebben nog nooit een camera vastgehouden, dus van kadreren of compositie weten ze niets. Wat doe je als je je kamer inricht, vraag ik dan – een begin van begrip voor indeling.”

Na een kunstopleiding in Parijs bracht de liefde hem begin jaren tachtig naar Amsterdam, waar de liefde voor het meisje vervloog maar die voor de hoofdstad groeide. Hij woont nu in Osdorp met (Libanese) vrouw en dochter, exposeert zijn kleurrijke, mythologische schilderijen in Amsterdam en vond zijn weg in uiteenlopende Amsterdamse kringen. Bij de Rotary hoorde hij twee coördinatoren van de dienst Resocialisatie en Begeleiding (R&B) van de politie vertellen over hun werk met ontspoorde jongens in West.

„Ik werd gegrepen door de liefde van die mannen voor hun werk en voor die jongens. Ik meldde me aan om ze te helpen. Eerst ging ik de jongens vertellen over Amsterdam, de historie, de grote mannen. Toen ben ik naar wethouder Aboutaleb gegaan om een beetje geld te vragen voor wat materialen: de wegwerpcamera’s, de printkosten. De R&B zorgt voor de logistieke hulp: een busje om naar plaatsen in de stad te rijden en twee mensen op de achtergrond als begeleiding, voor als er iets zou misgaan.”

Nu neemt hij zijn schoffies mee naar het Vondelpark, waar ze met de beheerder praten. Daaruit groeit een begin van betrokkenheid, die je terugziet in de foto’s: een teder silhouet op een bruggetje met tegenlichtschaduwen bijvoorbeeld.

„Toen zijn we naar de Oude Kerk gegaan”, vertelt Abousleiman. „Dat is volkomen vreemd voor ze. De directeur heeft ze over de kerk en de concerten en exposities verteld en ze werden gegrepen, werkelijk waar. Het moet niet langer dan vijf minuten duren, maar daarin gebeurt het.” Acht van zulke ontmoetingen organiseert Abousleiman met één groep. Hij heeft er meer, steeds met vijf jongens. „Met meer tegelijk is geen contact meer mogelijk.”

Terwijl hij met ze door het Vondelpark loopt, komt hij zo bijvoorbeeld tot een gesprek over de islam. „Een Marokkaanse jongen vroeg me of ik moslim was. Waarom wil je dat weten, vroeg ik op mijn beurt. Wandelend kon ik met hem praten, zoals Plato. Wat is het belangrijkste islamitische feest? Het offerfeest. Weet je dat dat van oorsprong joods is: Izaak die zijn zoon offert. Toen ik aantoonde dat de islam, de joden en het christendom alledrie naar hetzelfde godsbegrip streven, niet drie bergtoppen maar één top, toen zag ik wat een bevrijding bij hem doorbrak.”

Over twee etages hangen zo’n vijftig foto’s in de Treehouse Gallery, een cultureel speeltuintje van het American Book Center. De foto’s zijn te koop en het geld gaat naar de R&B-projecten. Het zal een koper niet primair om het rake snapshot gaan, of het moet dat gevlekte hondje in het Vondelpark zijn, dat geschrokken staat te blaffen tegen een slak.

Abousleiman is zelf het meest geamuseerd door de gefotografeerde sportfiets die aan een brug staat vastgeketend. „Kijk naar dat kettingslot: dat haal je zo over het zadel heen, je neemt die fiets zo mee. Dat is gezien! De blik van de expert.”

‘Mijn straat, mijn stad’, ABC Treehouse Gallery, Voetboogstraat 11, Amsterdam, geopend t/m zondag 28 januari 13-18 uur.

    • Frans van Lier