Russen dreigen Estland om Sovjetmonument

De Federatieraad, de Russische senaat, heeft Estland gisteren in harde woorden opgeroepen een Sovjetmonument ongemoeid te laten. De voorzitter van de senaat, Mironov, dreigde met sancties als Estland deze ‘eerste poging in de 21ste eeuw om fascisme en neonazisme te legitimeren’ doorzet.

De Russen zijn woedend over een plan om een oorlogsmonument uit de Sovjettijd uit het centrum van hoofdstad Tallinn te halen. Premier Andrus Ansip van Estland trekt zich daarvan niets aan. Hij zei gisteren dat het monument op zijn huidige plaats de natie verdeelt in plaats van verenigt, en dat een soevereine staat zich niet laat beïnvloeden door ‘Russische dreigementen’.

Het monument uit 1948 gedenkt de ‘bevrijding’ van Estland; aan de voet van een treurende soldaat liggen dertien onbekende soldaten begraven. Voor veel Esten betekende de komst van het Rode Leger in 1944 evenwel een bezetting door de Sovjet-Unie die tot 1991 voortduurde. Russen verwijten Esten op hun beurt na 1941 de Duitsers vrijwillig te hebben geassisteerd bij de jodenvervolging en zich in groten getale bij de SS te hebben gemeld. De aanwezigheid van een grote Russische minderheid in Estland maakt de zaak zeer beladen.

Lokale Russen herdenken op 9 mei bij het monument de ‘Dag van de Overwinning’, wat vaak tot straatgevechten leidt met Estse nationalisten.

Deze maand nam het Estse parlement een nieuwe wet op oorlogsgraven aan die bepaalt dat soldaten niet in ongemarkeerde graven mogen liggen. Dat is conform de Geneefse Conventies en betekent dat de onbekende soldaten naar een oorlogskerkhof worden verplaatst. Die wet voorzag in de verplaatsing van het hele monument naar een Sovjet-ereveld. De afwijzing is tijdelijk en technisch van aard, aldus de indieners.

In december behandelde het Estse parlement al een wet die het dragen van zowel hakenkruizen als hamer-en-sikkels strafbaar stelt met maximaal drie jaar celstraf. Ook dat drijft Russen tot grote woede: de hamer en sikkel geldt onder jonge Russen een modieus symbool van nationale trots. Die wet werd gisteren goedgekeurd.

Russische leiders noemden de verplaatsing van het monument al blasfemie en rehabilitatie van het fascisme.