Republikeinen lijken teveel op Democraten

Wat doe je als verrassende winnaar van de verkiezingen als je weet dat je eigenlijk niet de winnaar bent?

Robin Williams speelt in Man of the Year een personage dat dicht bij hemzelf staat: een komiek met een televisietalkshow waarin op gevatte wijze het nieuws becommentarieerd wordt. Als hij zijn publiek opwarmt, vraagt iemand waarom hij niet meedoet aan de presidentsverkiezingen. Tsja, waarom eigenlijk niet? Het land is toe aan iemand die zegt waar het op staat: „Dobbs for president!”

De populist scoort al snel met ideeën die het licht satirische gehalte van de film illustreren. Belangrijkste punt van Dobbs: de Democraten en Republikeinen lijken te veel op elkaar. Zijn manager (Christopher Walken) wordt zijn campagneleider en zijn grappenschrijver (Lewis Black) wordt zijn tekstschrijver. Beiden willen juist heel graag dat hij wel komisch uit de hoek komt, dat levert meer stemmen op. In het lijsttrekkersdebat gaat Dobbs overstag en wordt het gelijk van zijn vrienden bewezen, zonder dat Dobbs al te veel water bij de wijn doet.

Hij wordt populair, maar niet zo populair dat hij president zou kunnen worden. Dat kan alleen omdat de stemcomputer onbetrouwbaar blijkt. Man of the Year stapelt moreel dilemma op moreel dilemma en koppelt satire over het moderne politieke bedrijf aan een paranoïde thriller waarin de klokkenluider van het stemcomputerbedrijf moet worden uitgeschakeld. Levinson wil misschien wat veel, zoals een zijlijntje over de rookindustrie, maar de film wordt bijeengehouden door zijn gave humoristische dialogen die ook nog ergens over gaan, net zoals in zijn eerdere (politieke) films Wag the Dog, Good Morning Vietnam en Diner.

Man of the Year. Regie: Barry Levinson. Met: Robin Williams, Laura Linney, Christopher Walken, Lewis Black, Jeff Goldblum. In: 12 bioscopen

    • André Waardenburg