Poëzie performen of belanden in de ramsj

Gedichtendag. Dat betekent een gedichtenspreekuur in Amersfoort, een open Dichtshow in Soest en een poëziemiddag in Veldhoven. Maar in de poëziebladen wordt aan het evenement – waarvoor enkele dichters in opdracht een gedicht schreven – weinig aandacht besteed.

Wel schrijft Passionate Magazine (5,95 euro) over ander gelegenheidswerk, namelijk dat van stadsdichters. Ronald Ohlsen, poëet van Groningen, blikt terug op vijf jaar stadsdichterschap in Nederland en Vlaanderen. Ohlsen vertelt over het ontstaan van het ambt, over goede en slechte stadsdichters, over tenenkrommende kermisrijmen en over het dilemma tussen de opdracht, de deadline en je eigen literaire maatstaven: het is moeilijk om in korte tijd iets goeds af te leveren.

Daar hebben de WoordDansers geen last van. De vier jongens – Rotterdams eerste stadsdichters en nog geen maand in functie – vinden zichzelf voor de havenstad „gewoon de beste stadsdichters”. Ze maken „performancepoëzie”. En zijn niet bescheiden. „Wij willen (...) iedereen de drempel over trekken om te gaan stoeien met taal. Andere stadsdichters zijn (...) een teloorgang voor de poëzie, ze hebben niemand enthousiast gemaakt behalve hun familie en de buurvrouw.” De stadsdichters lijken het niet vaak genoeg te kunnen herhalen: wij zijn beter, voor Rotterdam in ieder geval. Beter dan dichter des vaderlands Driek van Wissen. Beter dan de Groningse stadsdichter Ohlsen. „Wij zijn beter in staat draagvlak te creëren dan andere dichters.”

Poëzietijdschrift Awater (6,90 euro) heeft iets meer aandacht voor de achtste editie van de Gedichtendag. De verzen die werden onderscheiden met de gedichtendagprijs staan in het tijdschrift afgedrukt. Het winnende werk van Dirk van Bastelaere, Saskia de Jong en Anneke Brassinga wordt vandaag op affiches door Nederland en Vlaanderen verspreid.

Werk van minder succesvolle dichters komt meestal ergens anders terecht: in de ramsj, „de nachtmerrie van elke schrijver”, volgens HP/de Tijd (3,60 euro). In een stuk over De Slegte – handelaar in ‘tweedekans-boeken’ – staat dat ongeveer een derde tot de helft van de boeken uiteindelijk tegen afbraakprijzen wordt verkocht. „Heeft een roman of poëziebundel binnen drie maanden geen recensie gehad of is de schrijver niet geïnterviewd, dan beschouwt de boekhandel het als ‘commercieel dood’.” Trucs om dit te voorkomen zijn er ook volgens HP/de Tijd: minder titels uitgeven of een geraffineerde pr- of reclamecampagne opzetten. En als dat niet helpt, zit er voor de schrijver niets anders op dan de restvoorraad zelf tegen kostprijs af te nemen.

    • Lineke Nieber