‘Niet uitsluiten maar meedoen’

Met de herintroductie van het middeleeuwse begrip ‘stadsburgerschap’ hoopt Rotterdam de sociale cohesie te versterken. „Als het moet gaan we mensen het lastig maken.”

Orhan Kaya Foto Dirk-Jan Visser (Photo: Dirk-Jan Visser / Rotterdam: 18-05-2005): Gemeenteraadsvergadering. Tijdens deze vergadering zullen de nieuwe wethouders ge•nstalleerd worden. Hier: De nieuwe wethouder Kaya (groenlinks) is onder handen genomen door Pastor (Leefbaar Rotterdam). Hier staat hij de pers te woord. Visser, Dirk-Jan

Het duurde lang, veel te lang volgens zijn critici in de Rotterdamse gemeentepolitiek. Ruim een half jaar na het aantreden van het college van PvdA, VVD, CDA en GroenLinks presenteerde GroenLinks-wethouder Orhan Kaya (Participatie en Cultuur) gisteren zijn integratienota. Aan de hand van elf actiepunten wil het Rotterdamse college de komende vier jaar de band tussen stad en burger versterken. Dat moet de integratie bevorderen in de stad met ruim 270.000 niet-westerse allochtonen en 168 verschillende nationaliteiten.

Vanwaar de vertraging?

„Het was geen wedstrijd, zo van: wie is de eerste? Integratie was hét thema van de lokale verkiezingen. Zorgvuldigheid vergt tijd. We hebben op dat gebied de laatste maanden tal van initiatieven ontplooid, zoals toetreding tot de European coalition of cities against racism met een tienpuntenplan, en de aanstelling van filosoof en islamoloog Tariq Ramadan als aanjager van het maatschappelijke debat over identiteit en burgerschap. We zochten de verbindende factor voor álle Rotterdammers? Daartoe hebben we onder meer gesprekken gevoerd met burgers. Vijf elementen keerden telkens terug: trots op de stad, wederkerigheid (rechten en plichten, red.), identiteit, participatie en normbesef. Nu landsgrenzen vervagen, hechten mensen meer dan ooit aan hun stad.”

Wat zijn de belangrijkste accentverschuivingen in vergelijking met het vorige college, dat gedomineerd werd door Leefbaar Rotterdam?

„We benadrukken de overeenkomsten tussen de verschillende bevolkingsgroepen, niet de tegenstellingen. Op een aantal punten, zoals met de taal- en inburgeringscursussen (20.000 in vier jaar, red.), zetten we het beleid van het vorige college voort, en hier en daar schakelen we zelfs een tandje bij. Nieuw is vooral de uitnodigende toon. Het gaat niet om uitsluiting, het gaat om meedoen.”

En voor wie niet mee wil doen?

„Als het moet, gaan we het mensen lastig maken. Bij dwang komt justitie in beeld, bij drang hebben we de stadsmariniers en de gezinscoaches. Maar we geloven vooral in mensen aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheden. Als ouders hun kind zonder ontbijt naar school sturen, zullen we hen wijzen op het feit dat zoiets niet kan. Dat ze hun kind op voorhand al op achterstand zetten. Wij bieden oplossingen, maar de gemeente gaat niet het ontbijt verzorgen. Dat moeten de ouders zelf doen.”

Drang en dwang zijn geen begrippen die tot voor kort bij u pasten.

„Ik geloof in een balans tussen sociaal en veilig, en heb geen last van een chronische paranoia dat mensen niet mee willen doen. Wij investeren niet alleen in kansen, maar óók in grenzen. Het college biedt volop mogelijkheden, maar wie ons tegenwerkt of de boel verziekt, heeft een probleem. Als een bepaalde organisatie uit het maatschappelijke middenveld bijvoorbeeld weigert mee te werken, zullen we niet schromen de subsidie te heroverwegen. Met die balans tussen kansen en grenzen denken wij de stad te kunnen veroveren.”

Leefbaar Rotterdam spreekt van ‘een schotschrift’, en noemt uw plannen ‘naïef’ en ‘open deuren’.

„Daar ben ik niet van onder de indruk. Ik geloof niet in de door Leefbaar Rotterdam voorgestelde geloofscode, waarbij de gemeente alle religieuze gemeenschappen opdraagt wat zij moeten uitdragen. Daarmee ondergraaf je juist het principe van de scheiding van kerk en staat.”

pagina 7: hoofdartikel