Modersohn-Becker

Modersohn-Becker Als Paula Modersohn-Becker (1876-1907) niet naar Parijs was afgereisd, dan hadden we waarschijnlijk nooit van haar gehoord. Parijs was rond 1900 de enige plek in Europa waar je als vrouw een serieuze kunstopleiding kon krijgen. Met de stad zelf had Modersohn niet veel. Liever benutte ze haar studie om dag en nacht te schilderen en te tekenen, zodat ze gauw terug kon naar haar dorp Worpswede bij Bremen. Vijftig van haar 750 tekeningen en schilderijen hangen nu in het Chabot Museum, ter herdenking van haar honderdste sterfdag. De wereld van Worpswede was groot genoeg voor Modersohn. Bomen, (zelf)portretten, moederschap en een enkel stilleven vormden de enige onderwerpen waar ze belangstelling voor had. Haar eerste doeken waren realistische, onopgesmukte naakten. Maar haar echte thema was intimiteit. Het ontroerende Meisje met kind voor rode bloemen uit 1902 toont twee kinderhoofdjes, liefdevol beschut door een bloemenhaag. Door steevast opsmuk uit te bannen, drong ze door tot de kern van het bestaan, eenzelfde levenskracht als die haar ambitie voedde. Dat men haar basale schilderstijl in het interbellum shockerend direct vond, is niet meer voor te stellen. In Worpswede hield Modersohn wel de kunstwereld in de gaten. In haar werk herken je het decoratieve van volkskunst, Gauguins kleuren, Toorops composities – vaak in een eigen, wat naïeve stijl, soms nog zoekend. In 1907 stierf Modersohn, na de geboorte van haar enige kind. Ze had meer tijd moeten hebben. Paula Modersohn-Becker t/m 11 maart in het Chabot Museum, Museumpark 11, Rotterdam. Di-vr 11-16u30, za 11-17u, zo 12-17u Paula Modersohn-Becker, Brustbild eines Mädchen mit Strohhut und Kind im Profil, ca. 1903 Paula Modersohn-Becker, Borstbeeld van een meisje met strohoed en kind in profiel, ca.1903, Particulier bezit, Hamburg

Als Paula Modersohn-Becker (1876-1907) niet naar Parijs was afgereisd, dan hadden we waarschijnlijk nooit van haar gehoord. Parijs was rond 1900 de enige plek in Europa waar je als vrouw een serieuze kunstopleiding kon krijgen. Met de stad zelf had Modersohn niet veel. Liever benutte ze haar studie om dag en nacht te schilderen en te tekenen, zodat ze gauw terug kon naar haar dorp Worpswede bij Bremen.

Vijftig van haar 750 tekeningen en schilderijen hangen nu in het Chabot Museum, ter herdenking van haar honderdste sterfdag.

De wereld van Worpswede was groot genoeg voor Modersohn. Bomen, (zelf)portretten, moederschap en een enkel stilleven vormden de enige onderwerpen waar ze belangstelling voor had. Haar eerste doeken waren realistische, onopgesmukte naakten. Maar haar echte thema was intimiteit. Het ontroerende Meisje met kind voor rode bloemen uit 1902 toont twee kinderhoofdjes, liefdevol beschut door een bloemenhaag. Door steevast opsmuk uit te bannen, drong ze door tot de kern van het bestaan, eenzelfde levenskracht als die haar ambitie voedde.

Dat men haar basale schilderstijl in het interbellum shockerend direct vond, is niet meer voor te stellen. In Worpswede hield Modersohn wel de kunstwereld in de gaten. In haar werk herken je het decoratieve van volkskunst, Gauguins kleuren, Toorops composities – vaak in een eigen, wat naïeve stijl, soms nog zoekend. In 1907 stierf Modersohn, na de geboorte van haar enige kind. Ze had meer tijd moeten hebben.

Paula Modersohn-Becker t/m 11 maart in het Chabot Museum, Museumpark 11, Rotterdam. Di-vr 11-16u30, za 11-17u, zo 12-17u