Microkrediet betaalt zich niet uit in goed leven

Microkrediet geldt als een probaat middel voor armoedebestrijding én emancipatie. In Oeganda worden vrouwen die lenen wel minder afhankelijk, maar niet minder arm.

Alfred Lakwo. (Foto Freddy Rikken) 22/1/2007 Foto Freddy Rikken Dhr. Lakwo Oeganda U.Nijmegen Rikken, Freddy

Dirk Vlasblom

Armoedebestrijding die voorbijgaat aan de achterstand van vrouwen is half werk, vinden ontwikkelingsdeskundigen. Zij pleiten voor empowerment van armen, in het bijzonder van vrouwen. Armen in ontwikkelingslanden hadden vanouds geen toegang tot het bankwezen en bleven aan de marge van de geldeconomie. Kleine leningen zonder onderpand – microkrediet – zouden het antwoord zijn. Een Bengaalse bankier kreeg voor dit idee de Nobelprijs en prinses Máxima der Nederlanden gelooft er heilig in.

Pleitbezorgers van microkrediet hanteren nogal eenzijdige definities van armoede en macht, vindt Alfred Lakwo (36). Hij komt uit Oeganda en was jaren ambtenaar in zijn geboortestreek aan de bovenloop van de Witte Nijl. Daar deed hij met een Nederlandse beurs van NWO onderzoek naar de effecten van microkrediet. Dinsdag promoveerde hij aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daags voor de promotie lichtte hij zijn bevindingen toe.

„Microkrediet is een voornaam onderdeel van het ontwikkelingsbeleid in Oeganda,” vertelt Lakwo, „en het krijgt steun van buitenlandse donoren. Aanvankelijk zagen NGO’s microkrediet als een mogelijkheid om inkomen te genereren voor de armen. Nu verschuift het accent van armoedebestrijding naar de opbouw van financieel gezonde instellingen voor microfinanciering.”

Lakwo onderzocht 180 huishoudens in het district Alwi, in het noordwesten van Oeganda. De helft sloot een lening bij een dorpsbank, de andere helft niet. „Die banken zijn een gezamenlijk fonds van dorpelingen en mobiliseren plaatselijk spaargeld. Middelen voor opbouw van de organisatie krijgen ze van de overheid en van donoren, maar het grootste deel van het kredietfonds moeten ze lenen op de kapitaalmarkt.”

Om vast te stellen of microkrediet helpt bij vermindering van armoede keek Lakwo niet alleen naar het inkomen van cliënten. Als maten voor welzijn koos hij zes elementen van wat de mensen ginds zien als een ‘goed leven’: natuurlijke activa (landbouwgrond), fysieke activa (huis, vee, huisraad), financiële activa (een bedrijfje, betaald werk, een bankrekening), menselijke activa (zoals opleiding en moderne medische zorg), sociale activa (bijvoorbeeld lidmaatschap van groepen) en politieke activa (leidersposities of deelname aan een ontwikkelingsprogramma).

Lakwo stelde vast dat microkrediet alleen financiële en menselijke activa versterkt. „Men investeert het geleende geld in handel, want die levert geld op om de schuld af te lossen en de rente te betalen, en ook wel in onderwijs. Maar niet in grond, vee of huisraad. Op de maten voor een goed leven scoren cliënten niet beter dan niet-cliënten.”

Dat microkrediet geen einde maakt aan armoede komt volgens Lakwo omdat dorpsbanken worden gedwongen hun winst te maximaliseren. „Ze brengen een rente in rekening van 20 procent over drie jaar en vragen zich niet af of cliënten dat kunnen opbrengen. Tegelijkertijd wordt bezuinigd op zakelijk advies en steun bij marketing, want dat knabbelt aan de winstmarge.” Mensen lopen steeds vaker weg van huis tegen de vervaldatum van hun lening, zegt Lakwo. „Anderen verkopen huisraad. Het aantal drop-outs neemt toe.”

Over het tweede aspect van microkrediet – versterking van de positie van vrouwen – is Lakwo positiever. „Dorpsbanken lenen vooral aan groepen, en de meeste groepen bestaan uit vrouwen. In dit deel van Oeganda is de kloof tussen de seksen het gevolg van discriminerende praktijken: mannen binden vrouwen aan de keuken en de grond en dicteren wat ze wel en niet mogen doen. Vrouwen bezitten geen land. Dat wordt overgeërfd in de mannelijke lijn. Vrouwen bewerken de grond, maar de oogst is niet van hen. De mannen verbouwen marktgewassen, de vrouwen alleen voedsel voor de familie. Zij hebben dus geen geld en zijn volkomen afhankelijk van de mannen.”

Als vrouwen een lening krijgen, investeren ze in handelswaar, constateerde Lakwo. „Handel bevrijdt hen uit de gebondenheid aan keuken en akker, want ze moeten naar de markt om te verkopen. Ze verdienen geld en kunnen zelf bepalen waaraan ze het uitgeven. In afwijking van wat men in het Westen denkt – wat je verdient, is alleen van jou – kiezen vrouwen ervoor om het geld samen met hun mannen te beheren. Zij willen niet dat hun handel hun huwelijk ontwricht, want een gescheiden vrouw is niet huwbaar en geniet geen respect. Vrouwen worden sociaal en economisch sterker door hun handeltjes, maar worden geen ‘macho’ zakenlui. Door hun geldinkomen krijgen zij een aandeel in het huishouden en groeit hun gevoel van eigenwaarde: ze vinden zichzelf betere moeders en echtgenotes.”

    • Dirk Vlasblom