Koerdische ambities

De autonome regio Koerdistan in Irak wil over zijn eigen olieopbrengsten beschikken. Heet hangijzer is de positie van de oliestad Kirkuk, die nu buiten Koerdistan ligt. De Koerden eisen de stad terug.

Koerdistan ruikt olie, Koerdistan ruikt geld. „We leven hier op een zee van olie’’, zegt president Masoud Barzani. De hoofdstad Arbil ademt de sfeer van een onstuimige economie in opbouw. Barzani (60), met traditionele jamana (geruite doek) om zijn hoofd, pofbroek en stoffen riem, houdt kantoor in een fonkelnieuw, smetteloos paleis in het bergstadje Salahaddin, 50 kilometer buiten Arbil. Schoonmaakploegen vegen de sneeuw van het bordes, de Koerdische vlag – rood-wit-groen met een gele zon in het midden – wappert hoog aan de mast. Kosten noch moeite zijn gespaard: de beste soorten marmer en hout, kroonluchters, wandtapijten, alles betaald met olie.

Koerdistan voert meer en meer een zelfstandig oliebeleid, waarbij het concessies verleent aan buitenlandse bedrijven om olie en gas te winnen. Het heeft productieovereenkomsten gesloten met buitenlandse oliemaatschappijen, zoals Petoil en Genel Enerji uit Turkije, het Canadese Western Oil Sands en DNO uit Noorwegen. DNO is het verst gevorderd: bij de noordelijke stad Zakho zijn oliebronnen aangeboord die 50.000 vaten per dag kunnen opleveren. De Noren willen een pijpleiding van 50 kilometer lang aanleggen die moet aansluiten op de pijpleiding naar Turkije. „De Koerden spelen het slim”, zegt een Britse olieconsulent. „Ze hebben Turkije nodig voor de export van olie en gas, maar de Turken willen de Koerdische onafhankelijkheid niet bevorderen. Door de Turken enkele grote contracten te gunnen hoopt Barzani hen te kunnen paaien.”

Volgens premier Nechirvan Barzani, een neef van de president, kunnen westerse bedrijven het beste rechtstreeks zaken met hem doen. Op die manier omzeilen ze de bureaucratie van de centrale overheid in Bagdad, en – maar dat zegt Nechirvan er niet bij – is de premier direct betrokken bij de investeringen. Het regeringsgebouw van Nechirvan staat in Arbil en kan zich in pracht en praal meten met dat van zijn oom in de bergen. Het karakteriseert de atmosfeer in Koerdistan, waar op honderden plaatsen overheidscentra, winkelcentra en hotels worden gebouwd. „Je voelt hier een pioniersmentaliteit’’, zegt de Oostenrijkse bouwkundig ingenieur Richard Ohler. „Alles is mogelijk en moet tegelijk uit de grond worden gestampt, honderden gebouwen tegelijk, laat ze het maar proberen, de Koerden denken vooruit.”

Ohler is in Arbil als lid van een Europese handelsdelegatie. Wegenbouwers, olieconsultants en generatorbouwers zijn allemaal afgekomen op berichten dat er veel geld te verdienen is aan de wederopbouw en oliewinning in Koerdistan. Veel bedrijven hebben de sprong al gewaagd, vooral Turkse, en ook enkele Amerikaanse investeerders.

Volgens de Koerdische minister van Handel, Mohammad Raouf Mohammad, zijn er inmiddels contracten afgesloten met meer dan 500 buitenlandse bedrijven voor de bouw van hotels en huizen en het winnen van olie. De zakenlieden voelen zich gesterkt door de politieke situatie in Koerdistan, die in tegenstelling tot de rest van Irak rustig is gebleven. Tot nu toe. De regering van Koerdistan gaat er prat op dat sinds de Amerikaans-Britse invasie in 2003 in Koerdistan geen dodelijk schot is gelost.

Grootste struikelblok in de regio is de positie van Kirkuk. Deze oorspronkelijk Koerdische stad kwam in de jaren zeventig buiten het autonome Koerdistan te liggen. President Barzani vindt dat hij het historische recht heeft Kirkuk opnieuw in te lijven, met wettelijke middelen, via een referendum. De grootste olievelden van Noord-Irak bevinden zich daar. Maar die zijn voor de president niet het motief, beweert hij. „Voor onze economie hebben we de olie van Kirkuk niet nodig.”

Westerse olie-experts in Arbil denken daar anders over. De olievelden in Koedistan zijn veel kleiner. „Daarom wil Koerdistan absoluut de beschikking hebben over Kirkuk”, zegt een Britse consulent, die werkt voor een Koerdisch oliebedrijf. Hij wil anoniem blijven, omdat de positie van zijn bedrijf in Arbil anders in gevaar komt.

Het wachten is op een overeenkomst tussen Arbil en de centrale regering in Bagdad over het recht van Koerdistan om zelfstandig olie en gas te winnen en de opbrengst te houden. Maar zowel Koerdistan als de centrale regering is momenteel bezig een eigen oliewet op te stellen. Bagdad wil de gunning van oliecontracten en het verdelen van de inkomsten centraal houden, Koerdistan verlangt een grotere zelfstandige rol. Wet of geen wet, de Koerden doen toch wat ze zelf willen.

Valt er verder nog iets te halen in Koerdistan, behalve olie en gas? Eigenlijk niet. Op de bazaar van Arbil komen de flessen water uit Turkije, de kleding is van Syrische makelij en de huishoudelijke artikelen zijn Chinees. Verder draait alles om de olie.

Van de 115 miljard vaten olie die Irak volgens de OPEC als bewezen reserve heeft – Saoedi-Arabië en Iran hebben nog meer reserves – bevinden zich 45 miljard vaten in Koerdistan, maar Kirkuk wel meegerekend. Zullen de Koerden erin slagen op vreedzame wijze beheer te krijgen over dat enorme potentieel?

Nog is het rustig en veilig in Arbil. Amerikaanse militairen delen patrouilles met Koreanen en Koerdische leden van het Iraakse leger. Voor alle zekerheid stijgt het vliegtuig van Austrian Airlines, bij vertrek naar Wenen, in ‘kurkentrekkerrondjes’ omhoog, recht boven de luchthaven. Om het risico van neerschieten – bijvoorbeeld door hittezoekende raketten – vanuit andere delen van Irak te minimaliseren, wordt een normale klim in rechte lijn vermeden. Pas op grote hoogte stuurt de piloot zijn toestel rechtuit, westwaarts, over de besneeuwde bergtoppen van Oost-Turkije heen, terug naar het veilige Europa.

    • Lolke van der Heide