Knus als twee haringen slapen in een capsule

In het water van de Laakhaven kun je logeren in een ufo-achtig gevaarte.

Dit is het capsulehotel, bedacht door ‘afvalarchitect’ Denis Oudendijk.

Voor comfort kom je niet in het capsulehotel. Wel voor de belevenis.

Mijn arm slaapt. Maar dat is dan ook het enige deel van mijn lichaam dat vannacht heeft geslapen. Voor een goede nachtrust moet je ergens anders wezen. Maar ja, tijdens een romantische nacht hóór je ook niet te gaan slapen. En romantisch is het, het Capsulehotel.

Je moet er maar opkomen. Voor een habbekrats koop je een veertig jaar oude reddingscapsule van een booreiland, je spant wat visnetten (de ene als bank, de ander als bed), een beetje luxe erbij en voilà, je hebt een hotel. Of eigenlijk een botel: dit hotel ligt in het water.

Afvalarchitect Denis Oudendijk, de bedenker van het capsulehotel, heeft iets tegen afval. „Afval bestaat niet”, zegt hij. Hij bedoelt daarmee niet dat je nooit iets weggooit, maar dat elk gebruiksvoorwerp meerdere functies heeft. Een verouderde, overbodige reddingscapsule kan volgens die redenering nog altijd een prima hotelkamer zijn.

Daarom drijven er in het water van de Laakhaven in Den Haag nu twee oranje ufo-achtige schijven. Een functioneert al als hotel, de ander moet nog worden omgebouwd.

Vanaf de kade zien ze er wat klein uit, maar binnen blijkt het mee te vallen. „Er zouden achtentwintig mensen in moeten passen”, zegt Oudendijk. Dat kan ik me niet echt voorstellen, maar met zijn tweeën gaat het prima. Weliswaar moet ik met mijn één meter negentig wat bukken, maar veel hoeft je toch niet te lopen in de capsule, die een diameter van 4,5 meter heeft.

Oudendijk vond de capsule ook ufo-achtig. Het deed hem aan Barbarella denken, de soft-erotische sciencefiction-cultfilm met Jane Fonda van eind jaren zestig. Vandaar dat over het visnetbed echte schapenvachten liggen, en dat binnen – op een draagbaar dvd-spelertje – de bewuste film op dvd te bekijken is. Net als de complete James Bond collectie, overigens. Want ook de slotscène van The Spy Who Loved Me, waarin Bond een romantisch samenzijn in een reddingscapsule heeft, inspireerde de architect.

Naast de dvd-speler bevat de capsule ook een karaokeset en een mini-bibliotheek. Een klein elektronisch kacheltje houdt het er behaaglijk warm.

Over eten hoeft de gast ook niet in te zitten. Een blikken doos die Oudendijk ooit op een vuilnisbelt vond en die hij met enig gevoel voor understatement ‘overlevingspakket’ heeft gedoopt, bevat genoeg om achtentwintig man te voeden. Voor het survivalgevoel heeft Oudendijk er, naast chocola, krentenbollen en een fles champagne, ook overlevingskoekjes en astronautenvoedsel in gedaan.

Verder zijn er borden, glazen, bekers, liters water en slaapzakken. Is er een mes, een brandblusser, een EHBO-kit en een discobol met fietslampjes. Zelfs aan een chemisch toilet is gedacht.

Er is, kortom, geen enkele reden om de pod te verlaten. En eigenlijk wil je ook nergens heen, liggend op de schapenvellen, luisterend naar de fluitende wind en het geklots van het water. Zwak verlicht door wat kerstverlichting.

Terwijl het vaartuig heen en weer wiegt op de golven, rollen de gasten vanzelf naar elkaar toe. Het visnet is, ondanks vervaarlijk gekraak, weliswaar sterk genoeg – volgens Oudendijk houdt het 5.000 kilo – maar het buigt nogal door in het midden. Gevolg: de gasten worden als twee panharingen tegen elkaar gedrukt. Zolang je wakker bent, is dat knus en gezellig. Maar het slaapt verdraaid lastig.

Heel erg is dat nu ook weer niet. Voor comfort, kingsize bedden en roomservice kom je niet in het capsulehotel. Het gaat hier om de belevenis. Net als bij kamperen.

De ochtend maakt de belevenis compleet. Vermoeid, ongewassen en zonder je tanden te poetsen gooi je de deur van de capsule open. En plotseling besef je dat die paar mensen op de kade, ’s ochtends vroeg, een slaperige, volwassen man uit een oranje ufo zien klauteren. Moet je dat zien, zie je ze denken.

Mijn arm begint te prikken.

Zie voor meer informatie www.capsulehotel.info