Kanker komt én blijft door zelfde genfout

Het opnieuw activeren van één niet meer werkend gen in tumoren is voldoende om die kankers te doden. Voor het kankerveroorzakende p53-gen is deze week aangetoond dat het de kanker ook in leven houdt.

Met twee publicaties in de Nature van vandaag en een derde publicatie in het wetenschappelijke tijdschrift Cell, laten drie concurrerende onderzoeksgroepen zien dat tumoren vaak maar door één beslissende genfout in leven blijven en groeien. De theorie daarover is de afgelopen paar jaar populair geworden onder kankeronderzoekers. Het beslissende gen dat een tumor groeiend houdt, is bijna altijd een van de kankerbevorderende of -onderdrukkende genen die de afgelopen decennia bekend zijn geworden.

Het bewijs van dit mechanisme is nu voor het p53-gen aangetoond in genetisch gemanipuleerde muizen. P53 was één van de eerste bekende tumoronderdrukkende genen. P53 maakt – zolang het normaal werkt – een eiwit dat in cellen met veel beschadigd DNA de celdeling stopt. Als reparatie niet lukt, gaan de cellen dood.

Voor het ontstaan van kanker zijn meestal meerdere genmutaties in één cel nodig voordat hij uitgroeit tot een kanker. De p53-mutatie is daar vaak bij. Voor het in leven blijven van een tumor is vaak één van die mutaties beslissend. In vakkringen heet dat oncogen-verslaving.

In de nu gepubliceerde onderzoeken is in muizen – op verschillende manieren – een stuk DNA in het p53-gen geplaatst dat ervoor zorgt dat het gen niet werkt. De muizen groeien op met een niet-functionerend p53-gen en krijgen al snel kanker. Maar het geïntroduceerde DNA heeft een ‘schakelaar’ waardoor het in de levende muis met een specifiek stofje uitschakelbaar is. Na toedienen van dat stofje werd het p53-gen actief, stopte de kanker met groeien en verdween zelfs vaak grotendeels.