Invloed van EU op wetgeving is goed meetbaar

Het is mogelijk en wenselijk om de invloed van Brussel op de nationale wetgeving te meten. Zo kunnen krachtige beelden omtrent ‘Superstaat Europa’ , zoals die door de SP tijdens de referendumcampagne in 2005 werden gebruikt, van nuanceringen worden voorzien.

Dat concludeert het T.M.C. Asser Instituut voor internationaal en Europees recht in een gisteren verschenen studie. De onderzoekers waarschuwen echter voor algemene uitspraken over die Brusselse invloed, omdat deze per beleid terrein erg verschilt.

Ze plozen de afgelopen anderhalf jaar honderden nationale wetten en regels uit een bepaalde periode na op twee gebieden: milieu en onderwijs. Op het gebied van milieu bleek tenminste 66 procent van de nationale wetten en regelingen een Brusselse oorsprong, bij onderwijs is dat tenminste 6 procent.

In andere Europese lidstaten zoals Zweden, Portugal en Slovenië wordt de invloed van Europese richtlijnen, verordeningen, beschikkingen, en jurisprudentie van het Europese Hof op nationale wet en regelgeving ook getraceerd. De onderzoekers bepleiten navolging van dit voorbeeld, bijvoorbeeld om de bijdrage van diverse Europese instellingen (Commissie, Hof) aan de toenemende regeldichtheid beter te kunnen beoordelen. Op websites waar nieuwe nationale wetgeving wordt gepubliceerd (wetten.nl) moet die oorsprong beter worden aangegeven.

Aanleiding voor het onderzoek zijn onder meer publicaties in deze krant, oktober 2004, over de omvang van de Brusselse invloed op Nederland.

De krant publiceerde op 1 oktober enkele uitkomsten van een onderzoek van de bestuurskundigen Herwijer en De Jong. Daaruit bleek dat die invloed aanmerkelijk kleiner was dan de regering altijd had aangenomen. Toenmalig staatssecretaris Nicolaï (VVD, Europese Zaken) hanteerde een percentage van zestig procent, de twee onderzoekers kwamen niet verder dan zestien procent.

Het onderzoek van het Asserinstituut is na te lezen op: www.asser.nl