‘Ik wil me de shoah niet toe-eigenen’

Van de plicht tot herinneren moet de Spaanse schrijver Jorge Semprun weinig hebben. Van de plicht tot kennis wel. „Jongeren moeten weten wat er is gebeurd.”

Jorge Semprun (Foto AFP) Spanish writer and politician Jorge Semprun listens to speeches 20 April 2006 during the opening ceremony of the 13th International Book Fair and Festival in Budapest Congress Center. AFP PHOTO / FERENC ISZA AFP

Een beetje ongemakkelijk voelt de Spaanse schrijver Jorge Semprun zich wel: tenslotte is hij geen overlevende van vernietigingskamp Auschwitz. Toch geeft hij vanavond de ‘Nooit meer Auschwitz’-lezing in de Beurs in Amsterdam, titel Europa en de uitroeiing.

Semprun: „Nooit meer Auschwitz gaat om de uitroeiing van het joodse volk. Die ervaring wil ik me zeker niet toe-eigenen. Ik heb de uitnodiging aangenomen omdat de shoah een fundamentele ervaring is van de twintigste eeuw. De erkenning ervan moet centraal staan in de totstandkoming van Europa.”

Veel verschrikkingen van de twintigste eeuw heeft de 83-jarige, in Parijs wonende schrijver aan den lijve meegemaakt: zijn familie ging in ballingschap bij het aantreden van Franco, hij zat in het verzet in Frankrijk, werd opgepakt door de Gestapo, zat twee jaar in Buchenwald, leidde daarna het ondergrondse communistische verzet tegen de dictatuur van Franco, werd door de Communistische Partij geëxcommuniceerd en was enkele jaren minister van Cultuur. Zijn omvangrijke literaire oeuvre is grotendeels autobiografisch van aard.

Semprun citeert de historicus Tony Judt, die in zijn History of Europe since 1945 betoogt dat de erkenning van de uitroeiing van de joden het toegangsbewijs voor Europa vormt. „Nog steeds zijn er landen die hun deelname aan de Holocaust niet erkennen. In Frankrijk was Chirac de eerste president die erover sprak, voordien was Vichy gewoon een ongelukje in de Franse geschiedenis.”

De term ‘toegangsbewijs’ heeft vooral een sterke symbolische waarde: „Het impliceert dat ieder land zijn zelfonderzoek heeft gedaan. Ieder land moet z’n eigen geschiedenis onder ogen zien en daarmee om weten te gaan. Stel u voor dat het Rusland van Poetin dat zou doen! Dat de geschiedenis zou worden geschreven van de stalinistische uitroeiing! Voor mij bestaat Europa pas echt op het moment dat we niet alleen de slachtoffers van Auschwitz herdenken maar ook die van de goelag.”

In L’homme européen, een boek dat hij samen met de Franse politicus Dominique de Villepin maakte, schrijft Semprun dat de aanzet tot Europa in de concentratiekampen is gegeven. „Daar werd men zich voor het eerst bewust van gemeenschappelijke waarden. De jonge Tsjech was om dezelfde redenen in het verzet gegaan als de jonge Fransman. Er zaten geen Engelsen, Engeland was immers niet bezet. Ook dat was al symbolisch. Europa was de rest.”

Toch staat een dergelijke erkenning momenteel niet hoog op de Europese agenda. „Nee, maar wat staat er wel op de Europese agenda? Het zijn slechte tijden voor Europa. Europese politici zijn tegenwoordig bestuurders, geen utopische denkers. Men moet zich realiseren dat de risico’s van de uitbreiding van Europa ook haar kansen zijn.”

Moeten we blijven herdenken? „We moeten doorgaan, maar het moet geen overheidsritueel worden en ook niet zoiets als moederdag. Om de paar jaar moeten we een poging doen thema’s te bedenken die jongeren aanspreken. Ik ben geen voorstander van de plicht tot herinneren. Ze hebben wel de plicht tot kennis.”

Binnenkort zullen er geen overlevenden meer zijn van de concentratiekampen. Daarmee verdwijnen de directe getuigenissen. Semprun rekent op toekomstige romanschrijvers om de fakkel van hem over te nemen. „Ik hoop dat jonge, Europese schrijvers de noodzaak voelen om zich die herinneringen toe te eigenen in een roman. Zelfs als hun ouders of grootouders helemaal niets met deportatie van doen hebben gehad. Ze zullen in volledige vrijheid kunnen schrijven, want er zal geen enkele getuige meer in leven zijn. Als dat niet gebeurt, verdwijnt alles met de dood van de laatste getuigen. Natuurlijk zijn er geschiedenisboeken, sociologische boeken. Maar voor de ware herinnering heb je literatuur nodig.”

Is de Goncourt-winaar Les Bienveillantes (een roman over de Holocaust gezien door de ogen van een nazi, md) van de Frans-Amerikaanse Jonathan Littell een goed voorbeeld?

„Zeker. Het is een evenement. Ik begrijp heel goed dat er mensen zijn die morele vragen stellen. Het kwaad op die manier verwoorden is gevaarlijk. Ik heb het boek gecontroleerd op feiten: alles wat hij over Buchenwald zegt is waar. Ik wacht met spanning de Duitse vertaling af. Pas dan krijgt de roman zijn ware betekenis.”

Het werk van Jorge Semprun verschijnt in Nederland bij uitgeverij Meulenhoff.