Het Rijk, alleen

In tegenstelling tot alle retoriek over een kleinere overheid, groeide die in de afgelopen vier jaar alleen maar door. Dat concluderen de vijf economen die als Raad van Economisch Adviseurs de Tweede Kamer gevraagd en ongevraagd bijstaan.

Grote vraag: is dat typisch Nederlands? Nu is er een ruwe maatstaf waar het een en ander aan kan worden afgelezen: de totale overheidsuitgaven als percentage van het bruto binnenlands product (bbp). Zeg maar: ‘de rol van de overheid in de economie’. Jean-Claude Trichet gebruikte, toen hij nog geen president van de Europese Centrale Bank was maar hoogste baas van de Banque de France, precies die maatstaf om aan te geven dat de Franse staat veel te overheersend was.

De OESO, de club van rijke industrielanden, houdt voor al zijn leden deze ‘staatsquote’ bij. Er zijn landen waar de overheid een bescheiden rol speelt, zoals de Verenigde Staten. Daar bedroegen de overheidsuitgaven vorig jaar 36,5 procent van het bbp. In koploper Zweden, met traditioneel een grote rol voor de staat, namen deze bijna 56 procent van het bbp voor hun rekening. Nederland zat daar met een percentage van 46,7 procent zo’n beetje tussenin. Maar wat is daar over de tijd mee gebeurd?

In het recente verleden was 1993 het hoogtepunt, toen 54,1 procent van het bbp op een of andere manier via het Rijk, lagere overheden of de sociale zekerheid liep. Acht jaar van dereguleren, privatiseren en versoberen onder twee paarse kabinetten, ondersteund door een ongekende economische hausse, deden daarna hun werk.

In 2000 was de staatsquote gedaald tot 44 procent. Maar vanaf dat jaar steeg de quote weer, tot 46,7 procent vorig jaar. De relatieve rol van de staat in de economie is weer gestegen, iets waar de laagconjunctuur met haar opverende sociale uitgaven uiteraard niet vreemd aan is. Voor 2007 en 2008 voorziet de OESO een lichte daling tot 45,4 procent.

Dit is geen typisch Nederlands verschijnsel. In de hele OESO steeg het aandeel van de staat tussen 2000 en 2006, gemiddeld met 1,4 procent van het bbp. Dat geldt ook voor het gemiddelde van de eurolanden dat met 1,1 procent van het bbp steeg.

De Nederlandse stijging is wél bovengemiddeld groot. Maar de vrijemarktdenker die écht wil schrikken kan intussen beter kijken naar de bakermat van het liberalisme: het Verenigd Koninkrijk. Onder verantwoordelijk minister Gordon Brown, die Tony Blair waarschijnlijk dit jaar opvolgt als premier, steeg het staatsaandeel zeer fors van 37,5 procent naar 45,3 procent. Van Amerikaanse naar continentale proporties dus. En dat met een sociaal-democraat op Financiën.

Maarten Schinkel